Zijn verborgen camera legde dagelijkse oorlogsleven vast

De fiets met wielen van een autoped, het hek rond de Nieuwmarkt. Charles Breijer fotografeerde het dagelijks leven tijdens de bezetting.

Een van Breijers bekendste foto's uit de bezettingstijd: 'Afsluiting Jodenbuurt bij de Waag, Nieuwmarkt, Amsterdam 1941'. Foto Charles Breijer

Regelmatig riskeerde Charles Breijer zijn vrijheid, wanneer hij clandestien foto’s maakte van het dagelijks leven in bezettingstijd. Het leverde legendarische beelden op. Maar behalve fotograferen kon Breijer ook filmen – net als de fotografie in de praktijk geleerd. Film lag hem zelfs beter, zei hij ooit. Waarop hij besloot zich op het bewegende beeld toe te leggen. Als fotograaf raakte hij na 1945 daardoor onterecht snel in de vergetelheid.

Foto en film. Voor Breijer, gisteren op 96-jarige jarige leeftijd in zijn woonplaats Hilversum overleden, was er eigenlijk niet veel verschil. Een camera was een camera: een stuk gereedschap om een verhaal mee te kunnen vertellen. Die verhalen gingen over mensen, en hun verzet tegen onrecht. Dat kreeg hij van huis uit mee: geboren in een ‘rood nest’, zijn vader was vakbondsbestuurder en lid van de Sociaal-Democratische Bond, de voorloper van de SDAP.

Breijer begon zijn relatief korte carrière als beroepsfotograaf in 1937 bij De Arbeiderspers, waar hij terechtkwam na baantjes als doka- en filmlaborant. Voor de Arbeiderspers maakte hij onder meer fotoreportages voor de krant Het Volk en het weekblad Wij. Ons werk ons leven.

Tijdens de Duitse bezetting fotografeerde hij vooral het dagelijks leven: de taxi met gascilinders op de kofferbak, de fiets met wielen van een autoped, het rapen van aren na de oogst in de Haarlemmermeerpolder, een opstootje op de zwarte markt. Als een van de weinigen durfde hij opnames te maken van het prikkeldraad rond de Nieuwmarkt waarmee in 1941 de Joodse wijk in Amsterdam werd afgesloten.

Soms verborg hij zijn camera in een fietstas; een enkele keer fotografeerde hij zo en passant ook zijn eigen schaduw mee, zoals op een van zijn bekendste opnames van de door Duitse officieren geconfisqueerde villa’s op de hoek van de Emmalaan en de Koningslaan in Amsterdam.

Van 1947 tot 1953 verbleef Breijer als filmer in Indonesië. De fotocamera gebruikte hij alleen nog privé. Terug in Nederland werkte hij tot zijn pensioen in 1979 voor Multifilm: hij maakte films voor de overheid en bedrijven als Shell en Philips en reportages voor het NOS-journaal.

Breijer, wiens kleine fotoarchief wordt beheerd door het Nederlands Fotomuseum, was de laatste overlevende van De Ondergedoken Camera, de groep Amsterdamse fotografen (onder wie ook Emmy Andriesse, Carel Blazer en Cas Oorthuys) die het laatste jaar van de Duitse bezetting vastlegde en in 1946 Amsterdam tijdens de Hongerwinter publiceerde. Het boek geldt nog altijd als een van de aangrijpendste beeldberichten over deze duistere periode. En het bevat de foto die wellicht de meest treffende is die hij ooit maakte, van een moeder met haar twee kinderen, leunend tegen een met matrassen, pannen en suikerbieten beladen handkar op de Haarlemmerweg. Alle drie zijn ze op hun eigen manier in zichzelf gekeerd: het meisje gespannen, de jongen bijna onaangedaan stoer, de moeder met vermoeid gesloten ogen. Een tijdsdocument als geen ander.