'Wij moeten weer pijn durven lijden'

Eiland berg gletsjer, de vierde bundel van Anne Vegter werd dit jaar juichend binnen gehaald door de kritiek als nu al de beste poëzie van het jaar. De Rotterdamse dichteres, kinderboeken- en toneelschrijver kan steevast rekenen op fraaie recensies, waarin haar grillige, springerige taalgebruik wordt geprezen. Die grillige dichteres wil ze niet aldoor maar blijven, zegt ze nu. De schaamte en kwetsbaarheid van de erotiek toont ze in Eiland berg gletsjer niet alleen in haar gedichten, maar voor het eerst ook in haar eigen broze lijntekeningen, die de teksten afwisselen. „Als er shit is, dan is het verrijkend om die te ondergaan. Zo probeer ik ook te leven.”

Anne Vegter: 'Ik heb er niks op tegen dat mijn werk ook irriteert'. Foto Katrijn van Giel Anne Vegter katrijn van giel

Uw onlangs verschenen bundel ‘Eiland Berg Gletsjer’ heeft u zelf geïllustreerd met erotische tekeningen: naakten, geslachtsdelen.

„Ik vond het prettig om te doen. Ik beperk me niet in wat een gedicht is. Een gedachte waar ik geen passende regels voor heb, kan ook als tekening verschijnen. Ik ben geen geschoold tekenaar, maar ik kan in mijn hand wel de ontspanning vinden om iets transparants te tekenen. Voor mij zijn het gedichten.”

Is het verluchtiging?

„Ondertoon. Of boventoon. Ze verwijzen soms naar diepere erotiek, maar ze zijn zo ijl dat je ze als een toon kan ervaren bij het lezen. Zo heb ik het gewild.

„De gedichten waren er al. De tekeningen zijn ontstaan in een periode dat ik fysiek niet in staat was om te schrijven.”

Op het omslag staat een tekening / gedicht: een naakte man buigt zich naar het geslacht van een naakte vrouw die haar schoot aanbiedt door zich ongemakkelijk op handen en voeten op te drukken. Hij snuft, of inspecteert?

„Het is een bizarre, schaamtevolle tekening. Het verbaast me dat mensen die als erotisch bestempelen. Hij drukt iets uit van de onhandigheid van wederzijdse kennismaking en het elkaar moeten verkennen. De benadering is voorzichtig, terughoudend. Dat onvermogen van ons is het verhaal dat ik wil vertellen.”

Dat zit ook in de gedichten waarin u wel woorden gebruikt, schaamte en ongemak.

„En overgave. Ik wilde dat de figuren zonder bescherming zijn. Meer dan alleen naakt. Mijn streven was een laag huid af te pellen, waardoor hun verlangen zichtbaar is.”

Het woord scrubben valt ook een keer.

„Ja! Scrub je familiehuid, schrijf ik. Groei op, word volwassen. In dat gedicht is dat ook een direct appèl aan een kind.”

Tramps, de eerste van de drie afdelingen van ‘Eiland Berg Gletsjer’, is in de kritiek vertaald als zwervers, sletten, maar ik zag er reizigers in.

„Dat was ook mijn associatie. Zo staat het ook in het titelgedicht, dat gaat over een vertrekmoment op een vliegveld en over de spanning over wat er nog gezegd en geleefd kan worden tussen twee mensen.

„Het zinnetje ‘We maakte stroeve vogels na’ drukt uit dat we trachten het onvermijdelijk weg te houden. Het gedicht eindigt met ‘Wil nu godverdomme iemand opstaan en me vasthouden’, waarbij vasthouden mooi contrasteert met het bewegen van de reiziger.”

Die slotzin is een hartekreet, nogal onverbloemd voor uw doen.

„Ja, het is pijnlijk om te lezen, dat zie ik ook wel. Die vloek is niet om te koketteren, maar het is zoals de Vlamingen kunnen vloeken: dan komt het van diep uit hun ziel. Dan is het geen blasfemie, maar lichamelijk geworden emotie. Ik wilde het innerlijk conflict weergeven van mensen die echt uit elkaar gerukt worden, terwijl ze elkaar liefhebben, om welke reden dan ook.”

Een reden voor het afscheid staat in de openingsregel: ‘Je had het over de gevoelstemperatuur, onder nul vond je het tussen mijn dijen’.

„In mijn poëzie werk ik ook als toneelschrijver. Ik zet een man en vrouw neer, met maximaal contrast, want beiden beleven een ander conflict. Zij vreest dat hij zich terugtrekt. Zij reageert met hartstocht op de omhelzing bij het afscheid: ‘man ik kon je wel pijpen van plezier.’”

Dat is grappig. Maar heeft het gedicht dat komisch effect nodig?

„Het irriteert natuurlijk ook, maar ik heb er niks op tegen dat mijn werk ook irriteert. De formulering ontdoet het pijpen ook van het cliché, het ontseksualiseert. De regel gaat verder met: ‘Luister je eigenlijk nog.’ Dat drukt haar ontreddering uit. Zonder die toevoeging kan dat pijpen van plezier niet. Het verhoogt het ongemak en de schaamte die ik voelbaar wil maken. Ik schets uiteraard een artificiële situatie, maar ik zie het gedicht voor me. Ik beleef het als een gesprek. Het is geen fabuleren. Ik ontleen wat ik schrijf aan de werkelijkheid om me heen. Ik imiteer wat ik zie.”

‘Overig nieuws’ lees ik als een gedicht over sturen en gestuurd worden.

„Aanvankelijk gaat het over een fataal ongeluk, maar dan volgen er regels over ‘de dood die zomaar kan komen’, ‘het verlangen naar onderwerping’ en ‘dat je niet weet wie hier eigenlijk de touwtjes in handen heeft’. Maar er staat ook: ‘je wilt een rit maken zonder bestuurder, volautomatisch.’ Voor mij gaat deze bundel over overgave en vertrouwen. In de regel over onderwerping gaat het om macht. Dit zegt iemand die de dominante positie niet verkiest.”

Is onderworpen willen worden niet een vorm van willen domineren?

„Het is een verlanglijst die in het gedicht wordt uitgesproken, zeker. Maar de toon is melancholiek en de insteek is dat de verlangens niet gerealiseerd worden. Het zijn wensen, die verwijzen naar het onvermogen om vorm te geven.

„Het is best een lastig gedicht omdat de zinnen niet echt naar elkaar verwijzen.”

Waarom schrijft u dan zo, ook met veel onafgemaakte zinnen?

„Er wordt al zoveel expliciet gezegd. Laat de poëzie dan een vorm zijn waarin je beleeft wat er staat en waarbij het begrip op een ander niveau werkt.”

Krijgt u het gedicht zo meteen op papier?

„Er is eerst altijd een verhaaltje, anekdotisch, met een plek, personages en wat er gebeurt. Anders weet ik niet waar het gedicht op rust. Dan maak ik een destillaat.”

Vanwaar die melancholieke toon?

„Dat is een familiekwaal. Ik heb me altijd kunnen redden met mijn gevoel voor humor.”

Uw vorige bundel, ‘Spamfighter’, was bij vlagen hilarisch. ‘Eiland berg gletsjer’ is toch anders.

„Absoluut. Ik wilde die ironie loslaten. Elke bundel is een kei op weg naar een rivier waar je je als dichter in onder wil dompelen. Deze keer heb ik ervoor gekozen om contact te maken met machteloos verdriet. Ik gebruik situaties die ik zie en beschrijf ze om mijn melancholie beter te leren kennen. Het is een groeiproces om dat naar buiten te durven brengen.”

Dan vraag ik het nog maar eens: wat maakt u zo melancholiek?

„Het is de staat waar ik de laatste jaren in verkeer. Ik ben geen meisje dat zich botoxt en krampachtig jong probeert te houden, maar de gedachte dat we afscheid moeten nemen van het leven is ongelooflijk smartelijk. Die kwelt me elke dag.

„Overigens denk ik ook steeds dat ik er onderuit kom. Dat het mij niet overkomt. Bizar hè.”

Wat doet u zo aan het leven hangen?

„Ik hou op een aardse manier van mijn geliefden. Mijn hart breekt als ik eraan denk van hen weg te moeten.

„Terwijl ik de dood van mensen dichtbij mij als een feit aanvaard. Ik raak niet in een poel van droefheid. Misschien dat je je bij de dood van een ander reflexmatig afschermt voor verdriet, omdat het een voorafspiegeling is van ieders toekomst.

„Die melancholie had ik al als kind. Ik was wel druk en levendig, maar mij ook bewust van het feit dat er maar één parcours te gaan is en dat je dat zo prachtig mogelijk moet invullen.

Kwam dat doordat uw vader dominee is? Was er daardoor in uw jeugd meer aandacht voor dood en leven?

„Het kwam volgens mij door het veelvuldig horen van kerkmuziek en -gezang. Ik groeide op in een liberaal gezin, met weinig perspectief op het bestaan van een hemel.

„Voorop staat dat ik bang ben. Ik heb ook een ongelofelijke angst om me over te geven aan een narcose. De worsteling met overgave – erotisch, aan een dokter of in een gesprek – is een belangrijk thema voor me. Het derde deel van de bundel – het lange gedicht dat een herschrijving is van het Noach-verhaal – gaat daar ook over. Pas in de laatste regels is er overgave, maar daar heeft wel bloed voor moeten vloeien.”

Noach heeft de luiheid van God overgenomen, schrijft u.

„Dat is heel lelijk tegenover God. Ik wil er graag licht over doen, want mensen zijn toch als pionnen ingezet om er wat van te maken, of je nu gelooft in god of niet. We moeten het doen met wat we hebben.”

Pionnen veronderstellen een speler. Worden wij geleid of bestuurd?

„Persoonlijk beleef ik mijn leven als mijn uitvinding. Maar als je diep in mijn hart kijkt: in momenten van grote paniek kan ik echt wensen dat er aan de draadjes wordt getrokken. Please! Dat ik het even niet zelf hoef te doen.

„Tegelijk leef ik wel met het ouderwetse verlangen dat dingen gaan zoals ze moeten gaan. Soms denk ik: laat het economisch maar helemaal instorten. Opdat er een nieuwe rechtsorde ontstaat. Maar wat wij niet goed kunnen, is durven lijden.

Van dichtbij maak ik mee dat jongeren genotsmiddelen gebruiken om iets niet te hoeven voelen. Terwijl pijn durven lijden een functie heeft.

„Dan ben ik terug bij overgave, waar dit boekje een pleidooi voor is. Het leven kent geen annuleringsverzekering. Als er shit is, dan is het verrijkend om die te ondergaan. Zo probeer ik ook te leven.”

Komt u daar ongeschonden uit?

„Nee, en dat is niet erg. Maar ik wil wel lekker lang oefenen.”

Dat is ook te lezen in het middendeel van de bundel: een achtdelige gedichtencyclus over een relatieconflict.

„Het eerste gedicht staat nog buiten die strijd. De locatie is daar van belang: in het vliegtuig, terwijl er beneden, in de diepte, oorlog is. In de laatste regel gaat het om verantwoordelijkheid: ‘dat je niets gedaan hebt maar bekent en je geeft je huid, reep na reep, want het is een diepteoorlog’. Degene die landt acht zich verantwoordelijk.”

Is er sprake van schuldgevoel?

„Dat woord haat ik. Wat mij betreft dumpen we het.”

Omdat u er last van heeft?

„Ik voel me oververantwoordelijk. Juist omdat ik er onder bedolven raak, wil ik me eraan ontworstelen.

„Wat mij helpt, is het gevoel niet passief te ondergaan. Ik ben geen slachtoffer, geen dader, maar laten we zeggen medeplichtig. Daar gaat dit gedicht ook over.

„Als je uitstapt in de Hoorn van Afrika en de discrepantie ziet met waar je vandaan komt, dan ben je geen dader, maar wel medeplichtig. Voor die gedachte moet je je openstellen. Het gaat mij om de ‘naaktheid’ van je geweten.

„Dat zijn grote woorden, maar poëzie gaat over mens zijn en over wat je op je neemt. Of over wat je op je moet nemen. Nogmaals: ‘dat je niets gedaan hebt maar bekent’. Je kunt in deze tijd niet weglopen voor zulke kwesties.”

Is het wel een gedicht over een relatieconflict?

„Het gaat over een verlies van een geliefde, die wordt geëerd. Het is een klein lijdensverhaal. Ingegeven door het mijndrama in Chili, waarbij onder meer echtgenoten en minnaressen samen op dezelfde mannen stonden te wachten.

„De regel waarin de vrouw zegt dat ze ‘weer de kleine methoden van zijn handen’ weet, is belangrijk voor me. In eerdere bundels schreef ik al over overspel, maar ik heb nu meer oog voor de intimiteit die overleeft bij geliefden. Intimiteit kan ons redden van misère. Dat is de essentie van dit gedicht: hoe hij haar liefhad.”

Anne Vegter: Eiland Berg Gletsjer. Querido, 68 blz. € 17,95.

    • Ron Rijghard