Wie ben ik, en wie is die man?

Cover van het boek Voor ik ga slapen van S.J. Watson

S.J. Watson: Voor ik ga slapen. Vertaald door Caecile de Hoog. Anthos, 333 blz. €19,95

Voor een boek met op de omslag alleen maar de close-up van een oog en geen auteur of titel, verkoopt Voor ik ga slapen uitstekend. Het stijgt de afgelopen weken gestaag op de bestseller top 60, wellicht geholpen door enkele lovende recensies en het fameuze mond- tot-mond effect dat Stieg Larsson groot maakte. Het uitgangspunt van dit thrillerdebuut is ook zeer intrigerend.

Ene Christine, 27 jaar oud, wordt ’s ochtends wakker van de wekkerradio en realiseert zich slaperig dat ze de kamer niet herkent. Ze draait zich om en ziet een oudere, blijkens zijn ring getrouwde man. Zuchtend vervloekt Christine haar overspelig gedrag en de hoeveelheid alcohol die eraan ten grondslag moet liggen; ze herinnert zich niets van gisteravond. Ze gaat naar de wc en kijkt in de spiegel. Het spiegelbeeld toont een oude vrouw, een te oude versie van zichzelf, met een trouwring. Naast de spiegel hangt een collage van foto’s van haar en de man, met post-its erbij. De oude vent blijkt haar echtgenoot, Christine blijkt zich al die fotomomenten niet te herinneren en Voor ik ga slapen blijkt een boek over geheugenverlies. Christine wordt iedere morgen zo wakker, al 25 jaar, na een ernstig ongeluk. Ben, zoals haar echtgenoot blijkt te heten, legt haar dit iedere ochtend geduldig uit.

Amnesie is een heerlijk concept voor schrijvers. In zijn voorwoord van The Vintage Book of Amnesia, een door hem geredigeerde collectie van fictie en non-fictie over geheugenverlies, oppert Jonathan Lethem dat dit komt doordat schrijvers hun hoofdpersonen per definitie uit het niets doen opdoemen; het is leuk om dat via geheugenverlies expliciet te maken en ermee te spelen. Alle grote en naar het fantastische neigende schrijvers maakten gebruik van amnesie: Borges, Nabokov, Cortázar, Murakami.

Hoe S.J. Watson gebruik maakt van geheugenverlies is aanvankelijk effectief maar later ontoereikend. Het langzaam voeren van informatie aan zowel Christine als de lezer is intrigerend. Vehikel hiervoor is een dagboek dat Christine op advies van neuropsycholoog Dr. Nash stiekem bijhoudt. Die geheimhouding komt voort uit haar eigen aantekeningen: ‘niet aan Ben vertellen’. Over de reden daarvoor draait de plot.

Het probleem is dat Christine iedere dag opnieuw haar hele dagboek, dat aangroeit en allengs alarmerender wordt, moet lezen en verstouwen. Door de medisch ongeloofwaardige conditie dat zij na iedere overnachting niets meer weet, moet alles in één dag worden gepropt. Daar komt Watson uiteindelijk niet goed uit. Hij doet daarmee zijn onderwerp te weinig recht; het wordt steeds meer een storende gimmick in plaats van een geloofwaardig uitgangspunt. Het boek van Lethem en het ten onrechte vergeten Gehaaid van Steven Hall zijn lezenswaardiger boeken over amnesie.