We hebben veel meer nodig dan zo'n economische regering

De Economische en Monetaire Unie is als een huwelijk. Partners zullen lief en leed moeten delen, maar politici willen daar nog niet aan. Het is daarom de vraag of dit huwelijk lang standhoudt, betoogt Arjo Klamer.

Met een gemeenschappelijke munt is financiële soevereiniteit een illusie. De eurocrisis illustreert dat dit ook geldt voor de politieke soevereiniteit van de lidstaten. De bewering van de Nederlandse regering dat de Nederlandse soevereiniteit niet op het spel staat, is zacht gezegd misleidend.

De reden dat afzonderlijke lidstaten een deel van hun financiële en politieke soevereiniteit hebben opgegeven, door gezamenlijk in zee te gaan met de euro, is dat een munt moet worden gemanaged. Voor dat management zijn geld en autoriteit nodig. Dat vereist een politieke unie. Grensoverschrijdende instellingen, autoriteiten en regels moeten bewaken dat de lidstaten financieel en economisch in de pas lopen en moeten de macht hebben om onevenwichtigheden in euroland te kunnen corrigeren. Dat wisten de initiatiefnemers indertijd maar al te goed. Politici als de voormalige Belgische premier Verhofstadt wisten dat ook duidelijk te verwoorden.

Bondskanselier Merkel en president Sarkozy schuiven met een reeks noodmaatregelen de vorming van een echte politieke unie voor zich uit. Ook de Nederlandse minister De Jager (Financiën, CDA) en premier Rutte gaan de werkelijkheid uit de weg. In de oppositie speelt de PvdA dit vermijdingsspel mee.

De politieke unie die de euro nodig heeft, gaat veel verder dan het noodfonds dat de regeringsleiders in een noodtempo hebben opgetuigd. Ze gaat verder dan een belasting op financiële transacties voor noodzakelijke inkomsten of voor een stabiliteitspact met afdwingbare sancties. Ook gaat ze verder dan de economische regering die Sarkozy en Merkel voorstellen.

Een belangrijke voorwaarde voor de duurzaamheid van de euro is dat de economieën van de afzonderlijke eurolanden samenkomen, op allerlei gebieden. Gedurende de eerste jaren werd gehoopt dat dat vanzelf zou gaan. Dat bleek niet zo te zijn. Dus zijn er grensoverschrijdende regels en autoriteiten nodig om dat samenbrengen af te dwingen. Het stabiliteitspact dwingt strikte regels af voor de financiële huishouding van overheden. Door bij overtreding sancties op te leggen, hopen de regeringsleiders op dit gebied conformiteit af te dwingen.

Dit is nog lang niet alles. Ierland zit in de problemen, vanwege een zeepbel in de huizenmarkt, en Spanje vanwege buitensporige investeringen in de bouw. Zoals mijn collega-econoom Mathijs Bouman woensdagavond al in het televisieprogramma Knevel & Van den Brink constateerde, dekt het stabiliteitspact dergelijke problemen niet af.

Voor de controle op de huizenmarkten in de eurolanden zijn andere regels en een andere Europese autoriteit nodig. Neemt de inflatie in euroland toe, dan zullen de regeringsleiders ontdekken dat maatregelen nodig zijn om loonstijgingen in de arbeidsmarkt tegen te gaan, of om energiemarkten te controleren. Blijkt dat een aantal eurolanden achterblijft in hun economische ontwikkeling, dan zullen andere landen iets moeten doen om de ontstane onevenwichtigheid te corrigeren. Daarvoor is geld nodig. Voor dat geld zal de Europese Unie belasting moeten innen, allemaal ter wille van de euro.

Daarbij blijft het niet. Mocht de euro een wereldmunt worden, naast of in plaats van de dollar, dan zullen eurolanden gezamenlijk de verantwoordelijkheid moeten nemen die deze positie met zich meebrengt. De Verenigde Staten voeren een krachtig buitenlands beleid. Ze onderhouden een groot leger om het belang van de dollar overal in de wereld te verdedigen, vooral in het Midden-Oosten. Daar staan enorme dollartegoeden uit. De gedachte dat afzonderlijke staten in de Verenigde Staten hun soevereiniteit zouden hebben kunnen behouden, is absurd.

Inmiddels hebben de Grieken, de Ieren, de Portugezen, de Spanjaarden en de Italianen ervaren dat ze financiële en politieke soevereiniteit hebben ingeleverd door mee te doen met de euro. De Europese Centrale Bank heeft premier Berlusconi van Italië een reeks maatregelen opgelegd. Die moet hij hoe dan ook doorvoeren. Het Italiaanse parlement kan niet anders dan ermee akkoord gaan.

Ook in Nederland heeft het parlement vrijwel geen speelruimte. Op Europees niveau wordt besloten wat er moet gebeuren. De regeringen moeten die beslissingen uitvoeren. Het Nederlandse parlement kan zich verzetten en het kan iets roepen over de eigen soevereiniteit, maar iedereen weet dat Nederland zich moet schikken. Het kan niet anders. We moeten wel.

De pijn is nog beperkt. De prijs van steun aan het Europese noodfonds (EFSF) blijft abstract, maar wat als de Europese regering afschaffing van de hypotheekrente afdwingt, of als ze wil ingrijpen in cao-onderhandelingen, vakantiedagen wil verminderen of een fikse belasting oplegt?

Nood breekt wet, zal de reactie luiden. Deze maatregelen zullen wel moeten, om de euro in stand te houden. Dan staat de democratie buitenspel. Misschien lukt het om het Europees Parlement te laten functioneren als een heuse democratische instelling, maar de rol van een parlement zoals het Nederlandse wordt nog marginaler dan ze feitelijk al is.

Door de euro te adopteren, zijn de eurolanden met elkaar getrouwd. Ze zullen lief en leed met elkaar moeten delen. Het is alsof politici de consequenties van dit huwelijk nog niet hebben aanvaard. Ze willen doen voorkomen dat ze financieel en politiek zelfstandig kunnen blijven opereren.

Zoals iedereen die getrouwd is weet, kun je dat een tijdje volhouden, maar op een gegeven moment zullen de huwelijkspartners moeten beseffen dat ze hun soevereiniteit moeten opgegeven om hun huwelijk stand te laten houden.

In dit Europese huwelijk is dit niet anders. Als we dat niet willen, dan hadden we hier niet aan moeten beginnen.

Zal dit huwelijk lukken? Mocht er ooit liefde zijn geweest tussen de diverse Europese landen, dan is ze behoorlijk bekoeld. Het doormodderen van de partners om het eurohuwelijk in stand te houden, belooft niet veel goeds.

Arjo Klamer is hoogleraar culturele economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

    • Arjo Klamer