Vraag een vinger, hij geeft je met genoegen de hele hand

‘Waar wacht je op?’ vraagt Lea.Ze fantaseert al dagen hoe Oberstein drie vingers in haar vagina zal steken.

Dat hij de economie van de genocide onderzoekt en zijzelf een biografie van kampcommandant Höss schrijft (iets waarvoor haar man weinig gevoel heeft) verschaft hun relatie – zo voelt zij dat – een verbond in de Holocaust.

Maar Oberstein heeft op dat moment andere dingen aan zijn hoofd.

Zijn Amsterdamse vriendin bijvoorbeeld, die hem in Fairfax komt bezoeken en dan op zijn vingers rekent.

En zijn ex die hij, na hun scheiding, met zijn zoon heeft achtergelaten in Amsterdam en die zo nu en dan nog steeds van zijn vingers gebruik maakt.

Het alleen opvoeden van hun zoon valt haar steeds zwaarder.

Oberstein is de beroerdste niet en ruilt Fairfax één semester ’s jaars met een docentschap Leiden.

De studente heet Gwenny; met haar vriendin heeft zij gewed om een vinger van Oberstein.

Dat blijkt eenvoudiger dan verwacht: vraag Oberstein een vinger, en hij geeft met genoegen zijn hele hand.

Dan wil Gwenny’s vriendin ook haar deel van Obersteins vingers.

Hoewel Oberstein vindt dat twee vingers dit keer volstaan, is dit meer dan Gwenny verdraagt.

De omzwervingen van Obersteins vingers verschijnen op YouTube en Facebook, waardoor Leiden, en even later ook Fairfax, een verder Obersteinloze toekomst prefereren.

De man van Lea kijkt naar wat zo-even nog het voorwerp van zijn begeerte was; over de wastafel hangt het naakte lichaam van de UPS- bezorger uit Martinique.

Zijn Green Card kreeg hij nooit.

Een mengsel van zaad en haargroeimiddel – en misschien nog een derde substantie – lekt uit zijn anus.

Uit de afvoer stijgt een walm Zyklon-B.

De telefoon gaat; het is Oberstein die om hulp smeekt inzake een Green Card.

De man van Lea laat een stilte vallen.

Zijn gedachten dwalen rond schoonheid, haargroeimiddel en vingers.

Dan zegt hij ‘Ik denk wel dat ik kan helpen.’

Grunberg: Huid en haar. Nijgh&Van Ditmar €20,-