Twee blanke watjes die streetwise proberen te doen

Sanne den Hartogh en Marcel Osterop maakten ‘Meneer van Ooyen’, over een bajesklant, nu te zien op Lowlands. „Onze pogingen hem te begrijpen zijn aanmatigend.”

Marcel Osterop in de voorstelling 'Meneer van Ooyen', 20/8 te zien op Lowlands. Foto Phile Deprez

„Astie optie Versaatsjpatáás looptie, sallie ookwoèl folle mòòniebèggie hèbbuh!” Als hij op Versace-schoenen loopt, zal hij ook wel een goed gevulde portemonnee hebben. Zo praat acteur Sanne den Hartogh – zorgeloze jeugd, goede opleiding, geprezen om zijn acteerprestaties – die zich middels zelfverzonnen slang probeert in te leven in een dakloze junk en dief. Kansloos, uiteraard. En dat is precies wat acteurs Marcel Osterop en Sanne den Hartogh in het stuk Meneer van Ooyen willen aantonen. Osterop: „Twee nette toneeljongens die zich proberen in te leven in een drugsverslaafde veelpleger, het is eigenlijk aanmatigend. Dus wilden wij niet een stuk maken over die verslaafde crimineel, maar over onze pogingen iets van zijn wereld te begrijpen. En hoe dat gedoemd is te mislukken.”

Ze doen dat in een vijftal scènes, met allerhande kostuums en rekwisieten, en verschillende taalexperimenten. „Die slang zit erin om onze grootheidswaan te illustreren: je ziet toch twee blanke watjes die streetwise proberen te doen.”

Osterop en Den Hartogh maakten Meneer van Ooyen vorig jaar, dit seizoen gaat het stuk in reprise en is het op Lowlands te zien. Het idee was een voorstelling maken over een wereld die zo ver mogelijk van hen afstond. Ze kwamen uit bij de Bijlmerbajes. Osterop: „Het is raar. Je woont in dezelfde stad, maar hebt nooit iets met junks te maken. Behalve als zij je op straat overvallen. En toen wij op bezoek kwamen in die gevangenis.”

Aanvankelijk was het idee om tien gedetineerden te interviewen. Maar de eerste, Marcel van Ooyen, was meteen zo coöperatief en welbespraakt, dat ze zich beperkten tot zes ontmoetingen met hem. Hij was immers representatief voor alle mannen op zijn afdeling: slechte jeugd, vanaf zijn veertiende verslaafd aan heroïne, draaideurcrimineel. Elke ontmoeting met hem was weer compleet anders, vertelt Osterop. „De ene keer was hij clean en ervan overtuigd dat hij beter ging worden; de volgende keer had hij net gebruikt, was hij een paar dagen kwijt en schepte hij op over de romantiek van het junkieleven. Hij sprak zichzelf voortdurend tegen. Dan weer zou zijn verslaving zijn ondergang worden, even later was het het beste leven dat je je voor kunt stellen. Die onvoorspelbaarheid maakte de ontmoetingen dramaturgisch heel interessant.”

De zes ontmoetingen, verspreid over een periode van twee jaar, leverden 200 pagina’s documentatie op. „Maar we wilden het niet realistisch brengen. Het was zo rauw, zo zonder hoop en niet-theatraal, dat we het echt anders moesten aanpakken.”

Daarom kozen ze voor de vorm waarin twee nette jongens zich steeds op een andere manier in verschillende aspecten van verslaving verdiepen. Op zeker moment verkleedt Osterop zich als David Bowie. „Dan wordt de junk opeens een rockster. Dat verwijst naar de gesprekken met Van Ooyen, met dat romantische rock-’n-rollbeeld dat hij soms van zijn leven schetste.”

Het tweede deel heeft de vorm van een drugtrip. De dialoog herhaalt zich steeds, als in een trance, er zijn caleidoscopische lichteffecten en de soundtrack ontspoort totaal. Osterop: „In dat deel zie je de pogingen van twee mensen de ultieme vrijheid te vinden; waar mensen toe in staat zijn als ze proberen uit het leven los te breken.”

Meneer van Ooyen is muziektheater, de muziek van William Bakker is continu aanwezig, als een soundtrack. Hij houdt het midden tussen rock en elektronisch; met brullende gitaren maar ook een dancenummer. Het is meestal hard, pompeus en stoer. Maar Bakker voegde ook een bewerking van een klassiek werk van Erik Satie toe. Osterop: „De soundtrack van William zet de wereld van Meneer van Ooyen enorme kracht bij. Het versterkt het theatrale aspect, en voegt ook een element van hoop toe.” Door zijn vorm – „meer een theaterconcert dan een voorstelling” – is Meneer van Ooyen uitermate geschikt voor Lowlands, denkt Osterop.

En hoe is het intussen met hun onderwerp, Marcel van Ooyen? „Hij kwam vorig jaar kijken bij de première, maar was toen nogal verdoofd door de methadon, dus hij reageerde een beetje mat. Maar via via hoorden we dat hij er heel trots op is.” Intussen is Van Ooyen uit de gevangenis en clean. Osterop: „Hij zei wel eens dat het enige wat hij voor de samenleving terug kon doen, was een onzichtbare burgerlul worden. Dat lijkt hem nu te zijn gelukt.”

‘Meneer van Ooyen’, 20 augustus op Lowlands, daarna tournee. Inl: toneelgroepoostpool.nl

    • Herien Wensink