Sublieme monsters

In de nadagen van de Sovjet-Unie verrezen rare kolossen. De Franse fotograaf Frédéric Chabin bracht ze bijeen in een schitterend boek.

Droezjba sanatorium in Jalta, dat de CIA aanzag voor een lanceerbasis, 1985. Foto's uit besproken boek

Frédéric Chaubin (tekst en foto’s): CCCP. Cosmic Communist Constructions Photographed. Taschen/Librero, 312 blz. €40,-

‘Monsters’ noemt de Franse fotograaf Frédéric Chaubin de gebouwen in CCCP Communist Constructions Photographed. De eerste zag hij in Tbilisi, toen hij daar in 2003 was om de Georgische president Sjevarnadze te interviewen. Groot waren de monsters, en vreemd. Toen hij later in Litouwen was, kwam hij er weer een tegen. Er waren er nog veel meer, zo ontdekte hij. Hij besloot ze overal in de voormalige Sovjet-Unie op te sporen en er een fotoboek van te maken.

De monsters verkeren nu in het vagevuur, schrijft Chaubin in zijn inleiding tot de tientallen kleuren- en zwart-wit foto’s van overheidsgebouwen, vakantie-oorden, bioscopen, circusgebouwen, monumenten en villa’s die stammen uit de nadagen van de Sovjet-Unie, de jaren 1970-1990. Ongeliefde weeskinderen zou je ze ook kunnen noemen. Als uitingen van een verdwenen, gehate macht houdt niemand van ze. Vaak worden ze niet meer gebruikt en is hun toekomst onzeker. Verschillende van de door Chaubin gefotografeerde gebouwen zijn inmiddels verdwenen, bij een paar kwam hij te laat om ze vast te leggen.

CCCP breekt een lans voor de ongeliefde weeskinderen. Chaubins foto’s laten zien dat ze een onverwachte schoonheid hebben. Op het eerste gezicht zijn ze niet aantrekkelijk: ze zijn fors en nors en, zeker van dichtbij gezien, vaak ook nog grof gebouwd. Maar wie ze beter leert kennen, ziet dat achter hun barse voorkomen een grilligheid, uitbundigheid en soms zelfs krankzinnigheid schuilgaan die ze huiveringwekkend mooi maken.

De stijl van de late Sovjet-monsters is wisselend. Vooral bioscopen en circussen zijn wat Chaubin ‘cosmic communist constructions’ en ‘scifi-architectuur’ noemt. Ook in kuurorden en vakantiekolonies duiken vormen uit de ruimtevaart op. Zo dacht de Amerikaanse inlichtingendienst lange tijd dat het Droezjba sanatorium in Jalta uit 1985 een lanceerstation van ruimteraketten was.

Soms verwijst een monster naar het Russische constructivisme van de jaren twintig. Het gebouw van het ministerie van snelwegen in Tblisi uit 1974 is met zijn wirwar van ver uitkragende balken afgeleid van het nooit gebouwde wolkenstrijkijzer, de ‘horizontale wolkenkrabber’ die El Lissitzky in 1925 voor Moskou ontwierp. Ook in de gebouwen van hout, glas en metaal in het heropvoedingskamp Prometheus uit 1985 bij de grens met Finland keert de Russische avant-garde terug.

Maar niet alleen het Russische verleden speelt op. Voor hun centrum voor hydrotherapie Droesjkininkai uit 1979 liet het Litouwse architectenechtpaar Silinskkas zich volgens eigen zeggen inspireren door de welvende architectuur van de Spaanse architect Antoni Gaudí. En het crematorium in Kiev van A. Miletski is met zijn gekromde vlakken van beton verwant met het Duitse expressionisme en een bescheiden voorbode van het delirische Guggenheim Bilbao van Frank Gehry.

Voor de meeste gebouwen in CCCP moest Chaubin reizen naar de Oostzeestaten, naar Kazachstan, Kirgistan, Georgië, Armenië en naar andere staten aan de randen van de vroegere Sovjet-Unie. In hun perifere ligging ziet hij een mogelijke verklaring voor hun sublimiteit.

Dat de monsters uitbundig konden worden in een tijd dat de Sovjet-architectuur bekend stond om zijn monotone Plattenbau, komt mogelijk doordat ze aan de aandacht van het centrale gezag ontsnapten. In de laatste twintig jaar van de Sovjet-Unie verkruimelde de macht van Moskou over de buitengebieden langzaam maar zeker. ‘We hadden totale vrijheid’, laat Frédéric Chaubin de Litouwse architecten van Droesjkininkaj zeggen.

Maar misschien is het juist omgekeerd, schrijft Chaubin. Wellicht was het juist de verkruimelende macht van de Sovjetstaat die ervoor zorgde dat architectuur in de buitengebieden, voor het eerst sinds het verdwijnen van het stalinisme in de jaren vijftig, weer werd ingezet als propagandamiddel voor het zieltogende communisme.

Zo verscheen in 1985, vier jaar voor de val van de Muur, in Tbilisi nog het reusachtige Paleis van de Ceremonies. Het was bedoeld als een atheïstisch alternatief voor de kerk, waar Georgiërs zonder priester maar toch in een plechtige ruimte konden trouwen.

    • Bernard Hulsman