Schets

Soms wil men bij een illustratieopdracht eerst een schets zien en pas na goedkeuring mag je aan de slag met de definitieve tekening. Ik had daar nooit zin in, ik maakte eerst de echte prent en daarna vlug een krabbeltje. Nu had ik van een Amerikaanse illustrator geleerd dat je in die schets altijd een duidelijke fout moest verwerken, zodat de opdrachtgevers daarover kunnen vallen. Op de afbeelding met daarop een party aan boord van een cruiseschip had hij een meneer met een apenhand getekend. „Wat is dat???!!” „O, sorry. Ik verander het even.”

Zo moest ik voor een advertentie een kermis uitbeelden. Op de voorgrond zag je een aantrekkelijk meisje in een zweefmolen. Op de schets, die ik dus achteraf maakte, had ik haar, Oek de Jong indachtig, een opwaaiende zomerjurk gegeven, zodat men het volle zicht op haar slipje had. Dat kon natuurlijk niet, waarop ik de echte tekening stuurde met haar jurk zedig over haar knieën gevleid. Goedgekeurd. Ook geregeld.

Af en toe werd ik verrast. De toenmalige Katholieke Universiteit Brabant in Tilburg (die eigenlijk Katholieke Universiteit Tilburg had moeten heten, maar dat stuitte op bezwaren wegens de eventuele afkorting) wilde met advertenties jonge mensen naar Tilburg lokken, om daar te studeren. Men vroeg mij om een grand café te tekenen, zodat men kon zien dat Tilburg wel degelijk een mondaine stad was. In een detail zag je een jonge man aan een bar staan en naast hem op een kruk een meisje. Ze keken elkaar verliefd in de ogen. De opdrachtgevers hoefden geen schets, maar voor alle zekerheid had ik de jongeman een niet al te opvallende maar toch duidelijk zichtbare bobbel in zijn broek gegeven, iets wat met een enkele pennenstreek te verhelpen was. Ik wachtte af, maar hoorde verder niets. De prent heeft ongewijzigd paginagroot in de dagbladen gestaan.

O, het is zo’n leuk vak, illustreren.