Recordjagers in elektrische racemonsters

Al bijna honderd jaar probeert een Britse familie snelheidsrecords te verbreken.

In die tijd veranderde er veel, maar niet de naam van de raceauto’s: Bluebird.

British automobile racer Sir Malcolm Campbell speeds across the salt bed in his Bluebird and sets a world record of 301.337 miles per hour on the Bonneville Salt Flats, Utah, Sept. 3, 1935. (AP Photo) AP

De Bluebirds van Sir Malcolm Campbell behoren tot de meest opvallende auto’s uit de racehistorie; aerodynamische bullebakken met een nietig schepsel achter het stuur. De menselijke maat was ver te zoeken bij de bolides waarmee de Brit geschiedenis schreef op de harde, gladde stranden van Pendine Sands (Wales) en Daytona (Florida) en op de zoutvlakten van Bonneville op de grens van Nevada en Utah, waar nu voor de 63ste keer de jaarlijkse Bonneville Speed Week wordt gehouden.

De blauwe, bijna tien meter lange racemonsters uit de jaren twintig en dertig van Campbell (1885-1948) en van zijn zoon Donald (1921-1967) hebben inmiddels ook een elektrische nakomeling, de Bluebird Electric.

Het meest recente elektrische avontuur van Campbells kleinzoon Don Wales (50) en achterkleinzoon Joe Wales (19) voltrok zich afgelopen weekend op de plek waar de grondlegger van de recordjagersdynastie meer dan tachtig jaar geleden aan zijn avonturen begon, aan de zuidkust van Wales. Op het strand van Pendine Sands liet hij daar in 1924 zijn eerste wereldrecord op het land noteren: 146,16 mijl per uur (233,86 km/u), in een Sunbeam.

Jaar na jaar, vanaf 1927 voor het eerst met een eigen Bluebird, ging Campbell sneller en in 1935 doorbrak hij op de zoutvlakten van Bonneville het record van 300 mijl: 301,337 mijl/u (484,955 km/u); het gemiddelde over twee ritten in tegengestelde richting. Dat was wereldwijd voorpaginanieuws: Campbell exceeds goal at 301 M.P.H – Briton’s Gigantic Bluebird Roars to New Auto Record, kopte The New York Times.

Zo ver komt de kilometerteller van de elektrische Bluebird (nog) niet; in 2000 haalde kleinzoon Don 137 mijl (220,48 km/u), op de plek waar het succes van pionier Malcolm Campbell begon, op het strand van Pendine. Daar deden vader en zoon Wales afgelopen zondag vergeefse pogingen dat Britse record te breken.

Met Joe achter het stuur van de zeven meter lange bolide ontstond er op hoge snelheid een probleem met een voorwiel, en zo eindigde de recordpoging met een harde klap bij de waterlijn.

Ondanks deze tegenslag dromen de derde en vierde generatie snelheidsduivels er nog steeds van net als Malcolm Campbell door de grens van de 300 mijl te gaan, in 2013, maar dan elektrisch aangedreven, en het liefst ruimschoots. Het wereldsnelheids-record van een elektrische auto staat sinds vorig jaar op 307,7 mijl per uur (ruim 495 km/u), gereden met de Buckeye Bullet 2.5, een wagen die ontworpen werd door een team van Amerikaanse studenten.

Schrale troost voor Don Wales, ten zuiden van Londen bekend van Don Wales Wedding Photography; hij bezit al één wereldrecord, als snelste mens op een grasmaaier. Met een Countax-zitmaaier, opgebouwd uit drie verschillende types en aangedreven door een Kawasaki-motor, deed hij vorig jaar op Pendine Sands een geslaagde aanval op het wereldrecord van 80,792 mijl per uur (130,022 km/u) dat een Amerikaan had gevestigd op de zoutvlakten van Bonneville. Voordat hij zijn recordsnelheid bereikte van 87,833 mijl per uur (141,353 km/u) moest Wales wel eerst een stuk gras maaien om te bewijzen dat hij op een grasmaaier reed.

Malcolm Campbell was net iets serieuzer: de man die in 1931 na het behalen van weer een record in Daytona werd geridderd door koning George de Vijfde, vestigde ook wereldsnelheidsrecords op het water. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog, in 1939, haalde hij met – inderdaad – een Bluebird 141,740 mijl per uur (228,108 km/u). Als een van de weinige snelheidsduivels stierf hij bijna tien jaar later een natuurlijke dood.