President al-Assad stoort zich niet aan de wereld

Strengere sancties en boze verklaringen hebben nog geen invloed op president Assad.

Hij rekent erop dat de wereld militair ingrijpen in Syrië te duur en te ongewis vindt.

De internationale druk op het Syrische regime groeit, met boze verklaringen en toenemende sancties, maar president Bashar al-Assad stoort zich er niet aan. De Amerikaanse president Obama, de leiders van Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Nederland en de Europese Unie hebben gisteren voor het eerst geëist dat president Assad opstapt. De gecoördineerde verklaringen werden vergezeld door een onderzoek van de Verenigde Naties, waaruit blijkt dat het Syrische regime zich schuldig maakt aan misdaden tegen de menselijkheid. De VN willen dat het Internationaal Strafhof in Den Haag een onderzoek naar de misdaden instelt.

Tegelijkertijd hebben de Verenigde Staten hun sancties tegen het Syrische regime verscherpt, zoals het bevriezen van tegoeden onder Amerikaanse jurisdictie, een verbod voor Amerikaanse bedrijven om zaken te doen met leden van de Syrische regering en een exportverbod op Syrische olie. De Amerikaanse sancties zullen waarschijnlijk weinig effect hebben gezien de kleinschalige handel tussen beide landen. Maar als Europese landen het voorbeeld volgen, zal dit aanmerkelijk meer impact hebben.

President Assad heeft ondertussen tegen VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon gezegd dat de operaties van het leger en de politie tegen burgers zijn beëindigd, maar activisten en burgers spreken dit tegen. Met duizenden tanks, scherpschutters en politie in burger blijft hij proberen de protesten tegen zijn bewind neer te slaan. Zijn bewind heeft het recht „gewapende terreurgroepen” aan te pakken, zei Assad eerder. Er zouden sinds de opstand in maart begon ruim tweeduizend burgers zijn gedood.

De Saoedische prins Turki al-Faisal ziet parallellen met de situatie in Libië. Hij zei onlangs: „President Assad zal zich aan de macht vastklampen tot de laatste Syriër is gedood.” Het vooruitzicht te eindigen zoals oud-president Mubarak, in de verdachtenkooi in een rechtbank, stimuleert leiders alleen maar om te blijven vechten.

De betogers weten evenmin van wijken. Wilden zij aanvankelijk nog genoegen nemen met ingrijpende hervormingen, nu eisen zij het aftreden van het hele regime. Maar het Syrische verzet is (nog) niet duidelijk georganiseerd, het resultaat van de jarenlange onderdrukking van elke oppositie. „Wat we in Syrië zien is een beweging vanuit de gewone burgers”, zei een woordvoerder van de Amerikaanse regering, die de oppositie van nabij volgt. „Mijn gevoel is dat ze zich nog ontwikkelt en dat ze niet even samenhangend is als misschien in Libië het geval is.”

Er zijn de honderdduizenden betogers, die na het vrijdaggebed of nu tijdens de islamitische vastenmaand ramadan elke avond, spontaan de straat opgaan. Er zijn de oude, seculiere oppositieleiders die hun hele leven al de gevangenis in en uit gaan en hun stem blijven verheffen. Er zijn talrijke activisten in het buitenland, van wie sommigen al tientallen jaren niet meer in Syrië zijn geweest. En er zijn liberalen en fundamentalisten, christenen en moslims, Arabieren en Koerden.

De optelsom van een vastbesloten regime, dat vooralsnog het monopolie heeft op de zware wapens, en een even vastberaden oppositie, die de mankracht heeft, is een impasse. De oppositie heeft haar hoop gevestigd op het uiteenvallen van het leger, wat haar ook wapens in handen zou spelen – en een burgeroorlog dichterbij zou brengen. Een andere mogelijkheid zou een interne coup zijn. Maar noch van massale deserties noch van onderlinge spanningen zijn er tot dusverre betrouwbare aanwijzingen.

Carolien Roelants

    • Carolien Roelants