Oude ballen, The Ashes en een dood vogeltje

In het beroemde Londense cricketstadion Lord’s huist het oudste sportmuseum ter wereld. Een gids over het aflopende veld: „We zijn Engelsen, we houden van excentriciteit.”

Drieluik van de Indische crickethelden Kapil Dev, Sachin Tendulkar en Dilip Vengsarkar. The MCC Museum, Lord's cricket ground, London, Britain. The MCC Museum is the world's oldest sporting museum and, to this day, it remains both world-class and world-famous. While it contains a wide range of exhibits, it is best-known for being the home of The Ashes. Foto Alex MacNaughton

De terreinknecht van de Marylebone Cricket Club sproeit het gras. De knecht van de knecht houdt de tuinslang vast, en volgt zijn baas gehoorzaam. Langs de rand van het veld lopen drie andere knechten, ouderwetse takkenbezems in de aanslag. Alles om het gras in goede conditie te houden.

Vanuit de kleedkamer van het nationale cricketteam in het paviljoen op Lord’s is het tot in detail te volgen. Dit is sinds 1814 het geestelijke thuis van cricket, de plek waar nog altijd de regels worden bepaald, waar het nationale elftal speelt (en twee jaar geleden verloor van Nederland tijdens het WK Twenty20).

Lid worden van de Marylebone Cricket Club (MCC) vergt geduld. De wachtlijst is twintig jaar, tenzij je speelt. Dan kun je na een proeftijd van twee jaar, waarin je gedrag op het veld en daarbuiten wordt beoordeeld, en het spelen van minimaal tien wedstrijden, proeflid worden. Na nog eens vijf jaar en een minimum van twintig wedstrijden, word je volwaardig lid met alle privileges van dien, waaronder toegang tot het prachtige Victoriaanse paviljoen.

Dat kan eenvoudiger, al is het maar voor een paar uur. Bij een bezoek aan het cricketmuseum op Lord’s is een tour van het stadion, inclusief het paviljoen, inbegrepen. Die voert onder meer door de Long Room, waar de spelers na hun inning door de leden worden toegejuicht (of doodgezwegen), de Committee Room, waar het bestuur vergadert over de regels, het futuristische mediacentrum, van waaruit het zicht op het veld het beste is, en de kleedkamers van de spelers.

De gids vertelt intussen anekdotes over Lord’s en de MCC. Die zijn weliswaar doorspekt met feiten en uitslagen, maar geven ook de leek een aardig inzicht in de geschiedenis van de sport en de club. Zo werd in 2000 het gras opnieuw gelegd, na bijna twee eeuwen van problemen met de afwatering. De beruchte helling van Lord’s – het veld loopt enigszins schuin – had weggewerkt kunnen worden, maar „we zijn Engelsen, we houden van excentriciteit”.

In het museum vertelt de gids over William Gilbert Grace (1848-1915), nog altijd een van de beste cricketers ooit, en wiens beeltenis overal is te zien. Hij wijst op de portretten van nieuwe wereldsterren: een drieluik van de Indiërs Kapil Dev, Sachin Tendulkar en Dilip Vengsarkar. En een fraai schilderij van de Sri Lankaanse bowler Muttiah Muralitharan door Phil Hale.

Maar voor de rest van het MCC-museum moet je wel héél erg van cricket houden.

Natuurlijk, dit is de plek waar The Ashes worden bewaard. In een aparte kamer, in een aparte vitrine, staat het terracotta minivaasje dat de verbrande resten van een van de bails (de dwarshoutjes van de wicket) van de Testseries uit 1882 zou bevatten, en dat nog altijd de inzet is van een felle strijd tussen Engeland en Australië.

The Ashes werden dit jaar opnieuw door de Engelsen gewonnen. Maar al zouden de Australiërs winnen, de gescheurde urn blijft in Londen. Net als de World Cup: het origineel staat op Lord’s, de winnaar (dit jaar India) krijgt een replica.

Verder loop je in het museum langs vitrines met ballen, blazers en bats, met een magere tekstuele uitleg over waarom wat je ziet nu eigenlijk belangrijk is. Zo is er een vitrine onder het kopje ‘ras’, waar niet duidelijk wordt wat de raciale problemen in cricket nu eigenlijk waren. Idem bij ‘politiek’ en ‘geslacht’.

Tussen al die cricketmemorabilia is het vrolijkste item van de tentoonstelling daardoor makkelijk te missen. In het museum staat ook een mus. Opgezet op de cricketbal die hem in 1936 doodde.

    • Titia Ketelaar