Keine Sorgen

I n de Keine Sorgen Arena haalde PSV een schamel puntje tegen het al even schamele SV Ried. SV wie? Laten we het het kleine broertje van RKC Waalwijk noemen. Steuntrekkers met wat drinkgeld.

Bij mijn weten waant PSV zich nog altijd een kampioenenploeg met een miljoenenbudget. En met achter zich een college van burgemeester en wethouders dat de aankoop van een morzel grond in het stadion verwart met sociaal gemeentebeleid.

Afgekocht populisme.

Leedvermaak is te veel eer voor de Provinciale Sport Vereniging. Eigenlijk is PSV alleen nog een praalgraf van overleden notabelen. Van meneer Philips dus. Je kan het optuigen, versieren, begieten en beplanten bij de neten, maar er groeit helemaal niets meer.

Kiezel is goedkoper.

De Keine Sorgen Arena: de naam zou erg misplaatst zijn voor het Philips Stadion.

Hoe is het zo ver gekomen? Megalomanie van een kleinburgerlijke bourgeoisie natuurlijk. Eerst nog het speeltje van een rijke suikeroom die zich bij gebrek aan liefde een ereterras had ontworpen om de zondag enigszins glorieus door te komen. Met naast zich een paar huisknechten en een enkele geblondeerde dame die deed alsof ze van de wereld was. En op de tweede rij de hofnarren die zichzelf ’s ochtends bij het scheren aanspreken met ‘meneer de commissaris’.

De orde der gewichtlozen.

Op een dag was de bejaarde suikeroom het nobodygezelschap helemaal zat en hij besloot onzichtbaar te worden. Meteen sloeg het uur van boekhouders en commissarissen toe die zich naar FIFA-gewaden ijlden en de autocratie proclameerden. De vereniging werd een ballotageclub met erfrechtpretenties. Coaches, spelers en terreinknechten werden voortaan bij decreet geïnstrueerd.

Exit Guus Hiddink, natuurlijk.

Zelfs de slaaf der slaven, Stan Valckx, kon zich niet langer handhaven in het autoritaire schimmenspel met afstandsbediening. Terwijl hij jarenlang, meer dan Ronaldo en Romario, en meer dan Lerby en Arnesen, het kloppend hart van PSV was. Of toch het populaire epicentrum van de aanhang.

Het instituut rafelde weg, maar de pretenties bleven: kampioenstitel en Champions League. Dat moest ook de nieuwe coach Fred Rutten uitstralen. Alweer een foute keuze, want Fred is wel een vakman, maar in uitstraling komt hij niet verder dan de stationschef van Weert. Als ik hem langs de lijn zie staan, denk ik er altijd een potloodje achter het oor en een stofjas bij.

Beetje een ingevroren man.

Het transferbeleid van PSV lijkt eerder een tombola dan een doordachte keuze. Kevin Strootman, Georgininio Wijnaldum en Dries Mertens zijn nuttige spelers met af en toe een flard brille, maar leiders zijn ze niet. De komst van doelman Przemyslaw Tyton (ex-Roda) is een schimmige vriendendienst. De zoektocht naar een spits wil maar niet opschieten, en dan is er nog het mysterie Engelaar die ziekte voorwendt om niet te moeten spelen. PSV lijkt zich tevreden te stellen met aanwinsten uit de subtop. Dat de coach in de hiërarchie van de club is teruggezet tot een soort veredelde veldtrainer is ook niet bevorderlijk voor het vertrouwen.

Kortom, een bende.

Je kan de malaise van de club niet helemaal afschuiven op Fred Rutten. Maar je kan ook niet ontkennen dat de coach zelf de gure wind van witte zakdoekjes over zich heeft afgeroepen. Dat was trouwens bij Schalke 04 niet anders. Kennelijk is hij niet stressbestendig genoeg voor de top.

Technisch manager Marcel Brands gaat dolgraag op de foto met nieuwe spelers, maar over een visie hoor je hem niet. En wat dan met het bestuur? Ach, het bestuur: na de krijtstreep volgt het Grote Niets.

    • Hugo Camps