Israël Vrees voor chaos neemt af

Syrië onder de Assads is een vijand van Israël. Syrië huisvest radicale Palestijnse groepen en steunt Hamas in de Gazastrook en Hezbollah in Libanon, waartegen Israël zijn laatste oorlogen heeft gevochten. Syrië eist de Golan Hoogvlakte terug, die Israël in 1967 heeft geannexeerd. En het is een naaste bondgenoot van Iran, dat Israël als grote bedreiging ziet.

Toch was de Israëlische regering niet blij toen de opstand tegen het Syrische bewind uitbrak. Het was hetzelfde als met Mubarak en Ben Ali: geen vrienden, maar alle partijen wisten waar ze aan toe waren. En dat is in het gevaarlijke Midden-Oosten een belangrijke geruststelling.

Mubarak was haast een vriend, hij werkte met Jeruzalem samen tegen Hamas. Assad is een vijand, maar hield altijd wel de grenzen vrij van infiltranten. Assad weet dat Israël zijn leger zal vernietigen als hij ernstige incidenten veroorzaakt. En iedereen weet dat hij de vernietiging van zijn strijdmacht niet riskeert.

Maar langzaam maar zeker begint de stemming in Israël te kantelen. Aanvankelijk overheerste de angst voor anarchie in het eventuele post-Assad tijdperk. Of misschien zou diens in principe seculiere regime wel worden opgevolgd door een radicaal-gelovig leiderschap dat een heilige oorlog tegen Israël lanceert. Nu groeit de verwachting dat dit wel zal meevallen en dat Assads val in elk geval het voordeel van verzwakking van Hezbollah en Hamas meebrengt.

Die voorzichtige kanteling is zichtbaar in de recente uitspraak van premier Netanyahu dat „de jonge mensen van Syrië een betere toekomst verdienen”. Een paar dagen later riep president Shimon Peres Assad zelfs op om af te treden. Hij zei respect te hebben voor de Syrische demonstranten „die vechten voor vrede en die willen leven als menselijke wezens”. Netanyahu gaat nog niet zover. Net zo min als het grootste deel van de internationale gemeenschap heeft hij definitief positie gekozen. (CR)