Het nieuwe Rusland is een kopie van het oude - zij het een slechte

Twintig jaar geleden vocht Rusland nog voor het prille democratische systeem. Dat is nu wel anders. Voormalig Ruslandverslaggever Hubert Smeets blikt terug op de coup van 19 augustus 1991.

Ballet ’s morgens vroeg – in het Kremlin moest iets loos zijn. Toen de Russische televisie op maandag 19 augustus 1991 het Zwanenmeer van Tsjaikovski uitzond, wisten de burgers dat zeker.

Deze keer bleek de aanleiding voor deze aangepaste programmering alleen geen dode apparatsjik te zijn. Een tot dan toe onbekend Staatscomité voor de Noodtoestand (GKTsjP) bleek het roer te hebben overgenomen. Het klassieke ballet moest de aandacht afleiden van de coup tegen het bewind van Sovjetpresident en partijleider Michail Gorbatsjov, die ’s nachts in de presidentiële datsja op de Krim was opgesloten door KGB’ers, en tegen Boris Jeltsin, de eerste president van Rusland, die vrij man was in Moskou.

Na het Zwanenmeer vermoedde de Sovjethuiskamer dat de samenzweerders al na een halve dag niet zo zeker waren van hun zaak. Jeltsin was voor het parlementsgebouw op een tank gaan staan, om het volk op te roepen tot verzet tegen de coup. Iets verderop gaven de putschisten een persconferentie. Die werd uitgezonden op tv. Zo zag de natie de trillende handen van de GKTsjP-voorzitter – van de zenuwen, of van de kater na een avond moed indrinken.

Een live persconferentie over een staatsgreep die nog in volle gang was? Dit was een malle vertoning. De coupplegers kenden hun vakliteratuur niet. De televisietoren hadden ze in handen, maar posterijen, luchthavens, spoorwegstations en andere sleutelposten bleven onbekommerd functioneren. Althans, dat viel mij op toen ik halsoverkop van vakantie terugvloog naar Moskou. Daar was ik correspondent voor NRC Handelsblad. Nooit eerder stond ik op vliegveld Sjeremetjevo zo snel buiten als toen. Ik kon in één ruk doorlopen van de slurf naar de taxistandplaats. Paspoortcontrole en douane, anders een bureaucratische bezoeking, waren in geen velden of wegen te bekennen.

Dit leek geen coup. Dit leek een farce. Inderdaad, op woensdagmiddag 21 augustus gooide de Sovjetjunta de handdoek in de ring. Vrijdag werd voor het gebouw van de KGB het standbeeld van de oprichter van de geheime dienst omvergehaald De rode vlag op het hoofdkwartier van de de communistische partij werd gestreken door wat Kozakken.

De belangrijkste complotteurs van dit fiasco zijn inmiddels dood en begraven. Gennadi Janajev, de beschonken voorzitter van het comité, overleed vorig jaar. Vladimir Krjoetsjkov, de chef van de KGB die de coup nuchter orkestreerde, stierf in 2007.

Toch hebben ze hun hoofddoel, twintig jaar na dato, deels bereikt. De oude Sovjetunie mag in 1991 ter ziele zijn gegaan, het nieuwe Rusland – dat toen ontstond – begint steeds meer op het oude te lijken. Dat, die wederopstanding van een ooit groots imperium, is wat de coup eigenlijk beoogde.

Het was het GKTsjP niet te doen om het communisme. Dat begrip kwam in de teksten – de Verklaring van de Sovjetleiding, de Oproep aan het Sovjetvolk en de Besluiten nummer 1 en 2 van 19 augustus 1991 – niet eens voor. Nee, de putschisten wilden voorkomen dat de „vrijheid en onafhankelijkheid van het vaderland” ten onder zouden gaan in „chaos, anarchie en broedermoord”. Ideologie kon ze de bout hachelen. Het ging ze om de centralistische staat en om de belangen van het apparaat.

Precies die centralistische staat, die het land topdown beheerst langs verticale lijnen, is de afgelopen tien jaar in de steigers gezet – door voormalig KGB-agent Vladimir Poetin.

Zeker, er zijn cruciale verschillen. In het Rusland van nu regeert een ‘staatsmonopoliekapitalisme’. Dit heeft geleid tot puissante, particuliere rijkdom. Het communisme was vooral bezig met de – corrupte – herverdeling van de publieke armoede. Toch is het bestuurssysteem, nadat Poetin in 2000 president werd met de belofte de ‘verticale macht’ te herstellen, steeds meer gelijkenis gaan vertonen met dat in de Sovjetunie.

Ook de politieke partij van die macht van nu is een kopie van die van toen – zij het een slechte kopie.

De machthebbende partij van tegenwoordig, Verenigd Rusland, is net zo’n voertuig voor apparatsjiks als de CPSU indertijd. Zelfs jongeren halen hun neus niet op voor een partijboekje. In een interview met de Financial Times toonde president Dmitri Medvedev zich onlangs zelfs bezorgd over dit opportunisme. Zijn ouders wilden ingenieur worden. Zijn generatie zocht het in studies als rechten en economie, zei de president, die nog steeds wordt gekoeioneerd door premier Poetin. Nu ambiëren jongeren een baantje als ambtenaar. Ze willen dichtbij de vleespotten van het corrupte staatsapparaat verkeren, bedoelde Medvedev.

Toegegeven, anders dan Verenigd Rusland torste de CPSU een bloedig verleden van stalinistisch geweld en staatsterreur met zich mee. Van verkiezingen met meer dan één partij kon tot maart 1990 grondwettelijk zelfs geen sprake zijn. Op papier kent Rusland inmiddels een competitief kiesstelsel, zij het dat registratieregels, campagnewetten, kiesdrempels en willekeurige justitiële staatsinterventies deze formele pluriformiteit feitelijk belemmeren. In de praktijk is Verenigd Rusland, dat 315 van de 450 zetels in de Staatsdoema bezet en alle sleutelposten monopoliseert, net zo topdown.

Verenigd Rusland is een slechte kopie van de CPSU omdat het maatschappelijke draagvlak van de ‘poetinistische’ partij smaller is dan dat van de communisten. De CPSU had rond 1986 in de Sovjet-Unie ongeveer 19 miljoen en in haar kernstaat Rusland circa 11 miljoen partijleden. In de nadagen van Sovjet-Rusland was 10 procent van de kiesgerechtigde burgers dus lid van dé partij. Verenigd Rusland heeft iets meer dan 2 miljoen leden. De partij organiseert 2 procent van de volwassen Russen.

Kortom, bij gebrek aan vrijelijk florerende lokale instituties en media – behoudens een enkele krant of blogger – is de feedback van onderaf nu magerder dan voor de coup van 1991. Toen was 1 op de 10 Russen min of meer betrokken bij het doorsluizen van klachten en ideeën van basis naar top. Nu doet aan die obratnij svjaz (terugkoppeling) maar 1 op de 50 burgers mee. Boud gezegd: de representativiteit van de ‘bureaucratensociëteit’ Verenigd Rusland is vijf keer kleiner dan van de ‘voorhoedeclub’ CPSU.

Dat begint de verticale macht nu zorgen te baren. Er staan in december parlements- en in maart presidentsverkiezingen op de rol die de machthebbers niet mogen, en ook niet kúnnen, verliezen. Vandaar dat Poetin de klassiek leninistische vlucht naar voren kiest door een Volksfront op te richten dat, anders dan Verenigd Rusland, de massa moet bereiken. Hij wil doen alsof hij net zo luistert naar het volk als de communisten indertijd.

Het belang van die illusie is groot. De versmelting van politieke posities en economisch bezit heeft onder het bewind van Poetin een climax bereikt. Wie staatsmacht heeft, heeft economische macht en omgekeerd.

En die kan nu simpeler worden uitgeoefend dan voor de coup. De CPSU moest de industriebronnen en intellectuele rijkdommen moeizaam ‘barteren’. Tsjechoslowakije werd na de Praagse Lente van 1968 met goedkope olie gedisciplineerd. Verenigd Rusland bedrijft gewoon marktconform politiek: met één vinger aan de gaskraan als de klant niet betaalt.

Het Kremlin hoeft ook niet meer die ideologische ballast, zoals een communistisch manifest, mee te zeulen. In eigen land biedt het patriottische concept over een uniek soort ‘soevereine democratie’ elk alibi voor repressie. In den vreemde baseert het Kremlin zich op een eigentijds staatskapitalisme dat, door de opmars van het dirigistische en protectionistische China en de neergang van de vrije markten Amerika en Europa, de wind mee heeft.

Alleen de belangrijkste zwakte van Rusland – overigens een cruciale en gevaarlijke zwakte – is al die decennia hetzelfde gebleven. Het systeem produceert nog steeds niet heel veel meer dan grondstoffen, halffabricaten of wapens en is afhankelijk van de economische groei en oorlogszucht van derden.

Hoe het na de glorieuze augustusdagen van 1991 zover heeft kunnen komen, is onderwerp van eindeloze discussie. Hebben de westerse overwinnaars Rusland na de Koude Oorlog vernederd? Is Rusland door zijn centralistische traditie gewoon ongeschikt voor de burgerlijke democratie? Wordt Rusland gegijzeld door zijn immense natuurlijke hulpbronnen die, zoals vaak, aasgieren aantrekken? Of heeft zich in postindustrieel Rusland net zo’n contrarevolutie van beknelde burgers voltrokken als in Europa en Amerika? Het is allemaal ten dele waar.

Dat neemt niet weg dat de GKTsjP’ers tevreden in hun graf kunnen rusten. Tien jaar was Rusland verdwaald op de kronkelweg van democratisch verlangen en kapitalistische geestdrift. Nu ligt het land weer aan de ketting van machomacht. Poetin heeft het fiasco van de putsch van de 19de augustus 1991 alsnog gewroken.

Hubert Smeets is historicus en commentator van NRC Handelsblad.