Halsoverkop de bus in, bestemming onbekend

Het pand was onveilig, dus moesten de asielzoekers eruit. Opeens. Niet goed voor kwetsbare mensen, zegt de huisarts. Asielzoekers moeten wel vaker verhuizen, zegt de opvangorganisatie.

Bewoners van het asielzoekerscentrum aan de Dordtsestraatweg in Rotterdam moesten gisteren plotseling verhuizen. Foto Sheila Kamerman

Huisarts Bette van Melle is wel wat gewend. Patiënten uit het asielzoekerscentrum aan de Dordtsestraatweg in de Rotterdamse Tarwewijk worden regelmatig overgeplaatst. Maar toen ze gisteren arriveerde voor het wekelijks spreekuur, werd het zelf haar te gortig.

Tientallen asielzoekers stonden ontredderd en wanhopig op de stoep. Het pand waarin ze verbleven, was van de ene op de andere dag onbewoonbaar verklaard. Iedereen moest halsoverkop weg. De avond tevoren hadden ze gehoord dat ze de volgende ochtend moesten vertrekken. De bussen stonden al klaar. Waarheen? Ze hadden geen idee, zegt Bette van Melle. „Een deel ging naar Amersfoort. Anderen zeiden naar Groningen of Limburg te gaan.”

Het zijn kwetsbare mensen, zegt de huisarts. „Ze waren totaal in shock. De school van hun kinderen was net weer begonnen na de zomervakantie. Als in Nederland ergens een pand ontruimd moet worden wegens een gaslek of zo, worden de bewoners altijd keurig opgevangen in een hotel in de buurt. Als ze willen, is er slachtofferhulp. Deze mensen werden volkomen overvallen en vervolgens de bus in gedreven.”

Een van haar patiënten, een vrouw van 81 uit Afghanistan, stond te bibberen op de stoep. Haar zoon stond er ook. Hij was in gevecht met de Talibaan gewond geraakt aan zijn buik en net geopereerd. Haar schoondochter is „ape-depressief”. Haar dochter sleepte met de koffers.

Bette van Melle zocht nooit eerder contact met de media. Maar dit keer belde ze de krant. „Ik dacht: doe even normaal en regel dit netjes.”

Het deels hardblauw geschilderde pand is sinds 1997 eigendom van Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA). Voorheen was het een hotel. Het staat in een woonwijk, vlakbij winkelcentrum Zuidplein. Er waren al maanden problemen met de brandveiligheid van het pand. Bewoners moesten verschillende keren intern verhuizen omdat dan weer de ene, dan weer de andere vleugel te brandgevaarlijk werd geacht voor bewoning. Er werd gewerkt aan verbetering, maar dat lukte telkens niet. Het COA besloot een onafhankelijk onderzoek te laten doen. Dat onderzoek lag er begin deze week. Conclusie: het pand is brandgevaarlijk. Woordvoerder Jan-Willem Anholts van het COA: „Nu gaan we hard aan de slag om het pand te verbeteren.”

Waarom moesten de bewoners halsoverkop weg? „Veiligheid staat bij ons voorop”, zegt de woordvoerder. „Het was niet verantwoord ze langer te laten blijven.” Maar is het snelle vertrek niet traumatiserend voor deze mensen? „Dat beseffen we terdege. Maar asielzoekers moeten vaker verhuizen. De COA-medewerkers zijn erop getraind het in goede banen te leiden.”

Momenteel zitten bijna 19.000 mensen in opvangcentra van het COA. De meesten komen uit Somalië, Afghanistan en Irak.

Om twee uur gistermiddag is het grootste deel van het pand leeg. Twee bussen zijn vertrokken. Een derde bus wacht. Groepjes Ethiopiërs en Somaliërs, mannen, vrouwen, kinderen, lopen heen en weer met grote plastic tassen, bundels kleding, vuilniszakken, pannen en een afwasrek.

„Bus gaat, bus gaat, bus gaat”, roept een vrouw. Personeel van beveiligingsbedrijf Trigion loopt rond met walkietalkies. Een man uit Irak laadt spullen van een Iraaks gezin in zijn auto, hij helpt een paar landgenoten. Volgens de moeder van het gezin gaan ze naar een dorp bij Groningen, vertaalt hij. „Ze weet de naam niet meer.” De moeder wacht gelaten. De vader, in T-shirt en trainingsbroek, is woedend. „Waarom krijgen we niet iets meer tijd”, roept hij.

De Irakees met de auto woont al vijftien jaar in Nederland, en zat ook jaren in asielcentra. Hij zegt: „Nederlandse mensen hebben geen idee hoe het leven daar is. Ze vinden dat asielzoekers blij mogen zijn dat ze worden opgevangen. Verder moeten ze niet zeuren.”

Het leven gaat door, zegt Bette van Melle. „Toen ik terugkwam in het gezondheidscentrum, was er iemand jarig en heb ik een gebakje gegeten. Toch bleef het beeld van die mensen me achtervolgen.”

Zij kent de bewoners van het asielzoekerscentrum goed. Sommigen zijn net geopereerd. Anderen moeten dagelijks een injectie hebben en vinden het prettig als zij dat doet. Verschillende jonge vrouwen zijn zwanger en gaan naar de verloskundige. Veel asielzoekers zijn getraumatiseerd. Die krijgen psychische hulp. Bette van Melle: „Dat stopt dan weer. Ik vul de dossiers aan voor de volgende arts en dan hopen we er maar het beste van.”

Gisteravond keek ze nog wel even op Buienradar. Haar patiënten zaten op een vreemde plek. En dan ook nog dat noodweer.

    • Sheila Kamerman