Hallo, meneer Breivik, wat was u aan het doen?

De Noorse politie gaf gisteren de transcripties vrij van gesprekken met Anders Breivik, terwijl hij op Utøya stond te schieten. De kritiek op de politie groeit.

Bellen naar de politie tussen het moorden door: het lijkt meer iets voor een gruwelfilm. Maar uit de transcripties die de Noorse politie gisteren vrijgaf, blijkt dat het gebeurde, en dat veel bekritiseerde Noorse politie er niets mee kon.

Op 22 juli belde Anders Breivik twee keer vanaf Utøya, het eiland waar hij 69 jongeren doodde. Het eerste gesprek had plaats om 18.01 uur, 26 minuten voor zijn arrestatie:

„Ja, hallo. Mijn naam is gezagvoerder Anders Behring Breivik van de Noorse anti-communistische verzetsbeweging.”

Politie: „Ja.”

Breivik: „Ik ben nu op Utøya. Ik wil me aangeven.”

Politie: „Oké, met welk nummer belt u?”

Breivik: „Ik bel met een mobiel nummer.”

Politie: „U belt met uw mobiel?”

Breivik: „Ja. Het is niet mijn telefoon, een andere.”

Politie: „Moment, wat was u aan het doen? Hallo? Hallo?”

Toen de verbinding werd verbroken stonden er volgens politiechef Sissel Hammer veertig bellers in de wacht die alarm wilden slaan vanaf Utøya. De kans is groot dat de lijnen overbezet raakten. „Na dat eerste telefoontje probeerden wij meteen te achterhalen wie de beller was”, aldus Hammer in een volgepakt zaaltje van het Congrescentrum in Oslo.

Om 18.26 uur belde Breivik voor de tweede keer. Ditmaal stelde hij zich voor als lid van de „anticommunistische en Noorse verzetsbeweging tegen de islamisering van Europa en de islamisering van Noorwegen”.

De schutter wilde iemand spreken van de speciale arrestatie-eenheid van de politie van Oslo. Toen dat niet meteen lukte, hing hij op.

Volgens Breiviks advocaat Geir Lippstad vuurde zijn cliënt tijdens het telefoneren door op twee groepjes jongeren en op het water, dat door sommigen als vluchtroute werd gebruikt. Naar eigen zeggen heeft de schutter tien keer met de politie proberen te bellen. Of hij daarbij de telefoon van een vermoorde jongere gebruikte – zoals in de Noorse pers wordt gesuggereerd – bleef gisteren onduidelijk.

De persconferentie van gisteren was volgens Noorse journalisten bedoeld om het imago van de politie op te poetsen. Door onthullingen in kranten als Afterposten en VG heeft dat een flinke deuk opgelopen. Zo duurde het 90 minuten voordat de politie op Utøya aankwam. Er was die maand geen helikopter beschikbaar. Er werd een opstappunt gekozen dat relatief ver van het eiland lag. En de eerste boot die de politie naar het eiland nam, kreeg motorpech.

Ook de uitgebreide fotoreportage in VG – van Breivik die Utøya bezoekt voor een reconstructie – schoot veel overlevenden en nabestaanden in het verkeerde keelgat. Het feit dat er zeven fotografen langs de kant stonden op het moment dat de schutter opnieuw de veerboot naar het eiland nam, wijst op een lek.

„De politie heeft zonder twijfel een aantal inschattingsfouten gemaakt”, vindt Ketil Solvik-Olsen, parlementslid voor de rechtse Fremskrittspartiet. „Maar zij moesten het doen met de beperkte mogelijkheden die ze hadden.”

De meeste partijen in Noorwegen vinden dat er meer geld moet worden vrijgemaakt voor politiematerieel. Ook aan de training kan het nodige worden verbeterd. Een onafhankelijk rapport moet in februari uitwijzen hoe de politie op 22 juli heeft gehandeld, zei politiedirecteur Maeland gisteren. „Maar we hopen de voorlopige conclusies in september al te kunnen presenteren.”