Europese economie is op een kantelpunt aangekomen

Eén duwtje en de Europese economie krimpt weer. De perspectieven zijn somber.

De werkloosheid in Nederland loopt al op en het vertrouwen neemt af.

Het gerommel op de beurzen en in de eurozone slaat over op de reële economie.

Tot nu toe bleven de gevolgen van de Europese staatsschuldencrisis beperkt tot de abstracte financiële markten. De rentepercentages van Spanje en Italië schoten alle kanten uit en de kredietverzekeringen op Europese landen stegen. Dat zijn belangrijke, maar abstracte indicatoren. De afgelopen maand is de eurocrisis tastbaar geworden in Nederland.

Het begon met de AEX. Die daalde, net als bijna alle belangrijke beurskoersen, deze maand tot nu toe met 13 procent. Gisteren sloot die 4,5 procent in de min, het grootste dagverlies sinds maart 2009. Dat betekent een hoop verdampt vermogen. Niet alleen voor grote institutionele beleggers, maar ook voor particulieren.

Gisteren maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek bekend dat de werkloosheid is gestegen: van 5 procent van de beroepbevolking, naar 5,3 procent. Daarbij neemt het consumentenvertrouwen snel af. Maandag werd bekend dat Nederland en de gehele eurozone nauwelijks meer groeien.

Het is voor een open, exportgedreven economie als Nederland cruciaal wat er gebeurt in Duitsland en de rest van Europa. Als Duitsland de motor is van Europese groei, is Nederland een hulpmotor. Economen en analisten worden steeds somberder over de toekomstperspectieven. De Europese economie is op een kantelpunt aangekomen en heeft nog maar een klein duwtje nodig om om te slaan en weer terug te vallen in krimp, schreven economen van zakenbank Morgan Stanley gisteren in een analyse over de economie van de eurozone.

Een belangrijke graadmeter voor wat de economie straks gaat doen is het gedrag van Europese inkoopmanagers. Als zij positief zijn en opdrachten aan fabrieken en bedrijven durven te geven, gaat het met de Europese economie de goede kant op. Een opdracht belandt bij een Duitse fabriek, die weer zijn Nederlandse toeleverancier aan het werk zet, die weer drie zelfstandigen een deeltje van de klus gunt.

Een economisch bureau ondervraagt maandelijks inkoopmanagers en verwerkt de gegevens in een index, de zogenoemde en invloedrijke PMI. Als de score hoger is dan 50 punten, voorspelt dat economische groei. Onder de 50 dreigt recessie. In juni bedroeg de score nog 53,3 punten, vorige maand was dat 50,8, heel dicht bij de belangrijke grens. De laatste keer dat de index zo laag stond en bezig was aan een neerwaartse beweging was halverwege 2008, vooruitlopend op de recessie.

Of er werkelijk een dubbele dip komt, hangt voor een belangrijk deel af in hoeverre regeringsleiders rust weten te creëren door met oplossingen voor de eurocrisis te komen.

Zolang beleggers angstig blijven, zullen beurskoersen dalen. Dat krenkt het vertrouwen van consumenten, die minder zullen uitgeven. Dat schaadt de economische groei, waardoor beleggers nog meer aandelen dumpen.

Die vicieuze cirkel moet doorbroken worden.

    • Melle Garschagen