Er is zo veel meer nodig dan Sarkozy's economische regering

De EMU is als een huwelijk. Partners zullen lief en leed moeten delen, maar politici willen daar nog niet aan.

Het is daarom de vraag of dit huwelijk lang standhoudt.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Met een gemeenschappelijke munt is financiële soevereiniteit een illusie. En zoals de huidige eurocrisis duidelijk maakt, geldt dat ook voor de politieke soevereiniteit van de lidstaten. De bewering van de Nederlandse regering dat de Nederlandse soevereiniteit niet op het spel staat, is zacht gezegd misleidend.

De reden dat afzonderlijke lidstaten een deel van hun financiële en politieke soevereiniteit hebben opgegeven door gezamenlijk met de euro in zee te gaan is dat een munt gemanaged moet worden. Voor dat management is geld nodig en autoriteit. En dat vereist een politieke unie met grensoverschrijdende instellingen, autoriteiten en regels die er voor moeten zorgen dat de lidstaten financieel en economisch in de pas lopen en die de macht hebben om onevenwichtigheden in euroland te kunnen corrigeren. Dat wisten de initiatiefnemers indertijd maar al te goed en dat durven politici als Guy Verhofstadt, de voormalige Belgische premier, duidelijk te verwoorden. De Duitse bondskanselier Merkel en president Sarkozy van Frankrijk schuiven met een reeks noodmaatregelen de vorming van een echte politieke unie uit. Ook de Nederlandse minister van Financiën De Jager en premier Rutte gaan de werkelijkheid uit de weg. In de oppositie speelt de PvdA het vermijdingsspel mee.

De politieke unie die de euro nodig heeft gaat veel verder dan het noodfonds dat de regeringsleiders in een noodtempo hebben opgetuigd. Het gaat verder dan een belasting op financiële transacties voor noodzakelijke inkomsten of voor een stabiliteitspact met afdwingbare sancties. En het gaat ook verder dan de economische regering die Sarkozy en Merkel nu voorstellen.

Een belangrijke voorwaarde voor de duurzaamheid van de euro is dat de economieën van de afzonderlijke eurolanden convergeren op allerlei gebieden. Gedurende de eerste jaren werd gehoopt dat dat vanzelf zou gaan. Dat bleek niet zo te zijn. Dus zijn er grensoverschrijdende regels en autoriteiten nodig om die convergentie af te dwingen. Het stabiliteitspact dwingt strikte regels af voor de financiële huishouding van overheden. Door sancties op te leggen bij overtreding hopen de regeringsleiders conformiteit op dat gebied af te dwingen.

Maar er speelt zo veel meer. Ierland is in de problemen vanwege een zeepbel in de huizenmarkt en Spanje vanwege buitensporige investeringen in de bouw. Zoals mijn collega Mathijs Bouman woensdagavond aangaf bij Knevel & Van den Brink worden dergelijke problemen niet afgedekt door het stabiliteitspact. Voor de controle op de huizenmarkten in de eurolanden zijn andere regels en een andere Europese autoriteit nodig. Neemt de inflatie toe in euroland dan zullen de regeringsleiders ontdekken dat maatregelen nodig zijn om loonstijgingen in de arbeidsmarkt tegen te gaan, of om energiemarkten te controleren. Blijkt dat een aantal eurolanden achterblijft in hun economische ontwikkeling dan zullen andere landen op een of andere manier moeten inspringen om de onevenwichtigheid die zo ontstaat te corrigeren. Daar is geld voor nodig en voor dat geld zal de EU belasting moeten gaan innen. En dat allemaal ter wille van de euro.

En daar blijft het niet bij. Mocht de euro naast of in plaats van de dollar een wereldmunt worden, dan zullen eurolanden gezamenlijk de verantwoordelijkheid moeten nemen die die positie met zich meebrengt. De VS voeren een krachtig buitenlands beleid en onderhouden een groot leger om het belang van de dollar overal in de wereld te verdedigen, en dat vooral in het Midden-Oosten waar enorme dollartegoeden uitstaan. De gedachte dat afzonderlijke staten in de VS hun soevereiniteit zouden hebben kunnen behouden, is absurd.

Inmiddels hebben de Grieken, de Ieren, de Portugezen, de Spanjaarden en nu ook de Italianen ervaren dat ze door mee te doen met de euro financiële en politieke soevereiniteit hebben ingeleverd. Premier Berlusconi van Italië is door de Europese Centrale Bank een reeks maatregelen opgelegd die hij hoe dan ook moet doorvoeren. Het Italiaanse parlement kan niet anders dan akkoord gaan. Ook in Nederland heeft het parlement vrijwel geen speelruimte. Op Europees niveau wordt besloten wat er moet gebeuren, en de regeringen moeten die beslissingen uitvoeren. Het Nederlandse parlement kan zich verzetten, het kan iets roepen over de eigen soevereiniteit, maar iedereen weet dat Nederland zich moet schikken. Het kan niet anders. Men moet wel.

Nu is de pijn nog beperkt. De prijs van steun aan het noodfonds blijft abstract. Maar wat gaat er gebeuren als de Europese regering afschaffing van de hypotheekrente afdwingt, of in wil grijpen in cao-onderhandelingen, vakantiedagen wil verminderen, of een fikse belasting oplegt? Nood breekt wet zal men zeggen. Het zal wel moeten om de euro in stand te houden. Dan staat de democratie buitenspel. Misschien dat het lukt om het Europese parlement als een heuse democratische instelling te laten functioneren, maar de rol van een parlement als het Nederlandse wordt nog marginaler dan die nu feitelijk al is.

Door de euro te adopteren zijn de eurolanden met elkaar getrouwd. Ze zullen lief en leed met elkaar moeten delen. Het is alsof politici de consequenties van dit huwelijk nog niet hebben aanvaard. Ze willen doen voorkomen dat ze financieel en politiek zelfstandig kunnen blijven opereren. Zoals iedereen die getrouwd is weet, kun je dat een tijdje volhouden, maar op een gegeven moment zullen partners moeten beseffen dat wil het huwelijk stand houden ze hun soevereiniteit moeten opgegeven. In dit Europees huwelijk is het niet anders. Willen we daar niet aan, dan hadden we er niet mee moeten beginnen.

Of dit huwelijk gaat lukken? Mocht er ooit liefde zijn geweest, dan is die behoorlijk bekoeld. Het doormodderen van de partners om het eurohuwelijk in stand te houden, belooft niet veel goeds.

Arjo Klamer is hoogleraar culturele economie aan de Erasmus Universiteit.