Een meisje van buiten was een uitzondering

Een op de drie Nederlanders woont op het platteland. Daarom deze zomer: de wereld van het dorp Opende. Vandaag: de import. „Iedereen kende mij, ik was een bezienswaardigheid.”

Sake Eizinga is pake, maar zijn vrouw is heen beppe. Mona was 'stads', geen Friezin, dus noemen haar kleinkinderen haar oma. Foto Sake Elzinga Nederland - Opende - ( Groningen ) - 04-07-2011 Mona en Sake Eizinga. Foto: Sake Elzinga

Het was maart 1969 toen Sake Eizinga met een stads juffertje thuiskwam. Zo werd Mona gezien in Opende. Zo stads was ze helemaal niet. Ze kwam uit de kop van Noord-Holland, uit Eenigenburg. Haar vader was boer. Mona en Sake trouwden in juni dat jaar.

Natuurlijk ging Mona met hem mee naar het noorden. Ik was nog van de oude stempel, zegt ze. De vrouw volgt haar man.

Ze trokken in bij de ouders van Sake. Mona kende niemand, iedereen kende Mona van Sake. „Ik was een bezienswaardigheid.”

Een meisje van buiten huwen was in die dagen een grote uitzondering. Mona was de eerste import in Opende.

Er was hier nog net geen inteelt, zegt Mona. Maar de jongeren trouwden vooral met elkaar. De jongens kwamen het dorp niet uit. Ook niet als er geen werk voor hen was. Dat geldt voor sommigen nog steeds.

De vrienden van Sake namen haar graag op de hak. Dat ging makkelijk, ze verstond hen niet. Voor haar was dat reden zo snel mogelijk de taal te leren. Fries welteverstaan, want haar Groningse geliefde sprak Fries en voelde zich Fries.

Ze vond de Opendenaren trots en zelfverzekerd. Zelfredzaam ook. Een beetje tegendraads. „Jouw mening is niet altijd hun mening. Oh boy, oh boy.” Ze schatert. Ze hoopt dat het niet onaardig klinkt, ze houdt er juist van. Zo is ze zelf ook.

De strikte scheiding tussen gereformeerden, hervormden en niet-gelovigen vond ze volkomen overdreven. Vroeger kwam er voor iedere groep een eigen sinterklaas. Zelf zijn ze niet gelovig. Als het zo uitkwam, ging ze met haar kinderen gewoon naar de christelijke sinterklaasviering. „Sint is sint.”

Ze houdt van de dwarse, droge humor. Ze geeft een voorbeeld. Je auto staat te koop. Dan zegt de Opendenaar: wil je hem niet kwijt? In plaats van: hij is veel te duur. Ze buldert van het lachen.

Ze wonen in het huis dat ooit van Sakes ouders was. Alles gelijkvloers, een flinke tuin en een stuk land met dennenbomen. Mona gaat nooit meer weg.

Hun twee kinderen groeiden er op als „een luis op een zeer hoofd”. Heimwee heeft ze niet gehad. Alleen naar de zee. Maar dan nam Sake haar mee, om even „de voeten nat te maken”.

Er zijn grenzen aan haar integratie. Haar kleinkinderen noemen haar geen beppe, maar gewoon oma. Sake heet wel pake (opa). Daar zitten oma en pake, samen aan de keukentafel. Zij praat, hij knikt. 42 jaar zijn ze samen. Ze kijken uit over hun erf.

Sheila Kamerman

    • Sheila Kamerman