Een leptosome moeder roept haar neurasthene zoon

‘Is dat horloge weer op de grond geflikkerd’, vloekt Frits van Egters binnensmonds. ‘Zes uur’, mompelt hij, ‘het is nog nacht’. Hij valt weer in slaap en belandt in een nare droom.

‘Frits! Ben je wakker? ’ Frits kijkt op zijn horloge. ‘Tien uur’, fluistert hij, ‘een leptosome moeder roept haar neurasthene zoon’. Het is zondag, nog tien dagen en het jaar is volbracht. Frits staat op en bekijkt zichzelf in de spiegel. Hij trekt zijn kuif naar achter en constateert dat de haargrens er nog gezond bij ligt. Ook het gebit vertoont geen tekenen van verval.

In de woonkamer van de kleine bovenwoning ligt zijn vader in zijn stoel te slapen. Zijn moeder en broer zitten aan tafel. ‘Hallo jongen’, zegt zijn moeder, ‘kom er gezellig bij. Wil je koffie?’ ‘Kalm blijven nu, niet meteen antwoorden’, denkt Frits, ‘de dag is nog jong.’ Hij loopt naar de zacht spelende radio en zet het geluid voluit. Zijn vader schrikt met een ruk wakker. ‘Wordt er gebeld?’, vraagt hij.

Frits sluit zijn ogen en zoekt een andere zender. ‘Moet je nou koffie, jongen? vraagt zijn moeder nogmaals. ‘Een slecht geformuleerde vraag’, denkt Frits. [...] Als zijn moeder binnenkomt met koffie staat Frits op. ‘Voor mij geen koffie meer’, zegt hij plechtig, ‘het bederft je adem, stagneert de stoelgang en tast bij langdurig gebruik het centrale zenuwstelsel aan.’ Hij loopt naar de gang en pakt zijn jas van de kapstok. ‘Hij die sterven gaat, groet u’, declameert hij, maakt een buiging en vertrekt. Buiten kijkt hij op zijn horloge. ‘Bijna half twaalf’, zegt hij in zichzelf, ‘als wij de avond in goede gezondheid weten te bereiken, is er nog hoop.’

Het is Oudjaar, waterkoud en mistig, en de lantaarns branden al als Frits van kantoor thuiskomt. Zijn moeder staat in de keuken met een fles in haar hand. ‘Ik heb vruchtenwijn gekocht’, zegt ze, ‘lekker voor vanavond’. Frits pakt de fles en bestudeert het etiket. ‘Je hebt helemaal geen vruchtenwijn gekocht,’ snauwt Frits, ‘het is appel-bessensap.’ ‘Maar die man zei...’ ‘Lieve God, ontferm U over deze eenvoudige ziel’, prevelt Frits, ‘zij heeft zich een fles appel-bessensap in haar handen laten douwen’.

Het is drie uur nieuwjaarsnacht als Frits zijn horloge aan de spijker boven zijn bed hangt. ‘Het loopt nog’, fluistert hij, ‘en ik leef nog’. Hij strekt zich uit op bed, sluit zijn ogen en valt in een diepe, droomloze slaap.

Gerard Reve: De Avonden. Bezige Bij, € 15,-

    • Hans Huson