Een hausfrau

Niet zonder zorg las ik dat de 87-jarige Doris Day binnenkort een nieuwe plaat uitbrengt. My Heart zal nieuw materiaal en covers bevatten. Ook al zullen de nummers niet recentelijk opgenomen zijn, ik vrees toch dat er van haar ietwat hese, sexy stem van vroeger niet veel meer over zal zijn.

Elke krant bracht het nieuws. En terecht, want Doris Day is een van de grootste sterren uit de amusementsindustrie van de vorige eeuw. Ze scoorde een serie wereldhits (Que sera, sera, Sentimental Journey) en ze had ook veel succes als filmster (Pillow Talk, The Man Who Knew Too Much).

Zij is een ster uit de generatie van mijn ouders, als jongen groeide ik op met de hits op de radio die zij meeneurieden. Het was vrolijke, zoetsappige muziek die ver afstond van de rock-’n-roll die in de jaren vijftig opkwam en mij heel wat meer aansprak. Haar kwaliteiten als zangeres ontdekte ik pas veel later, toen ik me verdiepte in de Amerikaanse muziek van de jaren veertig en vijftig. Zij bleek even begaafd als mannelijke collega’s zoals Frank Sinatra en Bing Crosby.

In haar vroegste periode maakte ze haar beste werk. Als 17-jarige jazz-zangeres bij de band van Les Brown en later als vertolker van dramatische ballads als When Your Lover Has Gone en I’ve Only Myself To Blame. In de jaren vijftig gleed ze steeds verder af naar het genre van de quasiopgewekte, sentimentele kitsch, zowel in haar muziek als in haar films.

Hoe dat kwam?

Door hopeloze mannen. Doris had daar, zoals meer zangeressen – tot aan Amy Winehouse toe – een groot zwak voor. Ze trouwde vier keer en elke echtgenoot bleek nog hopelozer dan de vorige.

De eerste mishandelde haar uit pathologische jaloezie en de derde, Marty Melcher, beroofde haar samen met een kompaan van al haar kapitaal. Hij liet haar na zijn dood achter met grote schulden.

De laatste dertig jaar leefde ze alleen met haar honden. „I don’t think my mother had much of a sex life”, zei zoon Terry, haar enige (inmiddels overleden) kind.

Doris spreekt in haar door A.E. Hotchner geschreven biografie Her Own Story openhartig over haar mannen. Ze zegt weinig over de artistieke kant van haar carrière, die lijkt haar niet erg te interesseren. Het liefst was ze de moeder van een leuk gezin met een leuke man geworden, zegt ze ergens. „I’m just a hausfrau at heart.” (Ze heette Kappelhoff en was van Duitse afkomst.) Maar haar talent stuurde haar een andere kant op.

Door gebrek aan een eigen sterke artistieke ambitie overkwam haar hetzelfde als later Elvis Presley: haar manager en tevens echtgenoot Marty Melcher koos louter voor de commercie. Hij lustte die serieuze ballads niet. Een onafzienbare reeks wezenloze liedjes en films was het gevolg. Ze protesteerde wel, maar ze vermeed een breuk.

Liefhebbers van haar stem, zoals ik, zijn daarom nog geen liefhebbers van haar werk. Ja, die stem, hoe omschrijven we die? Beetje hees, maar in de hogere registers vooral licht en lenteachtig.

Hoe kwam ze aan dat hesige? Toen ze nog een beginnende jazz-zangeres was, had ze het nauwelijks. Bladerend door haar boek zag ik het in enkele regels opeens staan: ze rookte als jonge vrouw 2,5 pakje per dag, haar stem begon op die van de komiek Jimmy Durante te lijken.

Op haar nieuwe album zingt ze ook You Are So Beautiful van Joe Cocker, de meester van de schorheid. Laten we hopen dat Doris hem overtreft, als een soort revanche op al die hopeloze mannen.