Digitale vrijheid dient verdedigd te worden

Hangt de Britse stadsjeugd een twitterverbod boven het hoofd? De rellen van vorige week hebben de Britse premier Cameron op de gedachte gebracht om burgers „van wie we weten dat ze geweld in de zin hebben” de toegang tot sociale media te ontzeggen.

Uit de voorzichtige formulering valt af te leiden dat een feitelijk verbod nog ver weg is. En dan niet alleen omdat zo’n maatregel een diepe ingreep betekent in de vrijheid om informatie te ontvangen. Die vrijheid is een mensenrecht en een pijler van de democratie.

Toch is ook deze vrijheid niet absoluut. Maar aan beperkingen stellen rechters wel strenge eisen. Een eventuele twitter-beperking moet op een wet zijn gebaseerd, een dringende sociale noodzaak in een democratische rechtsstaat vervullen en een legitiem doel dienen. Dat doel, rellenbeperking, moet ook in redelijke verhouding staan tot het middel. De definitie die Cameron gebruikt, namelijk diegenen „van wie bekend is” dat ze geweld in de zin hebben, lijkt alvast door die eis gevormd. Als immers bekend is wie geweld willen plegen zijn ook andere maatregelen denkbaar, zoals hechtenis, een straatverbod of een meldplicht.

Een beperking van de uitingsvrijheid via het web is bovendien ongewenst en politiek kortzichtig. Nog recent juichte het Westen de rol van sociale media in de volksopstanden in Tunesië, Egypte, Libië en Syrië tegen de autoritaire regimes toe. De BlackBerry is kennelijk politiek welkom in de Arabische lente, maar ongewenst als die de eigen binnensteden kwetsbaar maakt. Dat Cameron meteen instemming uit Peking kreeg, was een teken aan de wand. Digitale vrijheden van burgers dienen in beginsel verdedigd te worden door democratische regeringen, niet beperkt.

Maar dat Cameron deze half uitgewerkte suggestie toch deed, is ook weer niet vreemd. Er is namelijk een reëel probleem. Autoriteiten overal ter wereld maken zich zorgen over de sterke groei in geheel versleuteld telecomverkeer. Geen enkele overheid kan meelezen met individuele BlackBerry’s. De sleutel berust bij de Canadese fabrikant, die dan ook onder grote druk staat om met overheden mee te werken. In de Verenigde Arabische Emiraten is dit apparaat al niet meer vrij verkrijgbaar.

Ook Nederland kan zich geen totaal afgesloten communicatie netwerken in handen van de burgers permitteren. Hier vraagt de politie 26.000 keer per jaar goedkeuring om een verdachte burger af te tappen. Maar liefst 2,8 miljoen keer per jaar worden telefoongegevens opgevraagd: wanneer belde u met wie en waar vandaan. Aan de wijsheid van die bevoegdheid twijfelt niemand. Hooguit aan de omvang waarmee het wordt gebruikt. Totale vrijheid, ook via het web, blijft een droom.