De Sinaï is nu een wetteloze woestijn

Israël zegt de daders van de aanslagen nabij Eilat via Egypte kwamen. Bandieten en extremisten vertellen over het machtsvacuüm in de Sinaï na Arabische lente in Kairo.

Het is nooit een goed teken als een politiekantoor moet beschermd worden door tanks en soldaten achter zandzakken. Al Arish is een prettige badplaats op 45 kilometer van Rafah, de grensovergang naar de Gazastrook. Het heeft een wit zandstrand met palmbomen, hotels en vakantieverblijven.

Maar in het nog maar pas opgeknapte politiekantoor zitten kogelgaten. De soldaten voor het politiebureau doen mee aan een Egyptische legeroperatie die – mede op aandringen van Israël – de orde moet herstellen in de wetteloze Sinaï.

Het politiekantoor werd op 29 juli aangevallen door tientallen zwaarbewapende mannen die met de zwarte vlaggen van de wereldwijde jihad zwaaiden. Twee agenten en een soldaat werden gedood. De volgende dag werd voor de vijfde keer sinds de val van president Hosni Mubarak een aanslag gepleegd tegen de pijpleiding die Egyptisch gas levert aan Israël. De gasbevoorrading ligt nu stil.

Tegelijk doken in Al Arish pamfletten op van een groep die zich ‘Al- Qaeda-in-de-Sinaï’ noemt. Dat Al-Qaeda hier zou zijn, vindt politiegeneraal Sherif Ismail maar onzin. „Het is een combinatie van bandieten die niet willen dat de politie terugkeert en een stel extremisten dat een islamitische staat nastreeft”, zegt Ismail, de nationaal veiligheidsadviseur voor de Sinaï. Het zou Sherif ook niets verbazen als Israël zelf achter de recente onrust zit. „Israël zeurt al maanden dat Egypte de controle kwijt is over de Sinaï.”

In de ruime woonkamer van een huis in aanbouw aan de Egyptische zijde van Rafah ligt Abu Ashraf languit op de kussens. Abu Ashraf is zakenman, wat in Rafah wil zeggen dat hij een smokkelaar is. Maar de zaken gaan slecht, klaagt hij. Het embargo tegen de Gazastrook is niet meer wat het geweest is. „In 2008 leverde zo’n tunnel nog 100.000 dollar per nacht op; dat waren mooie tijden. Nu is het amper vijfduizend dollar.”

Abu Ashraf is ook een beetje een militieleider. Tenminste: hij is een belangrijk man in de Sinaï en als Bedoeïen is het dan normaal dat je beschikt over een groep gewapende mannen die naar je luisteren. Abu Ashraf wordt officieel al jaren gezocht door de Egyptische staat. Ze weten perfect waar ze hem kunnen vinden, maar hij is nog altijd vrij.

„We hadden een deal met de politie: zij lieten ons met rust en in ruil daarvoor bleven wij uit de steden weg”, zegt Abu Ashraf. Dat had zijn nadelen: wanneer mannen als Abu Ashraf medische verzorging nodig hadden, lieten ze zich door de tunnels naar Gaza smokkelen.

De Egyptische revolutie bracht daar verandering in. De bedoeïenen schiepen hun ‘Tahrirplein’. Alleen niet met Twitter en Facebook maar met raketlanceerders. Mubaraks politiemannen zetten het op een lopen. Sindsdien was er geen centraal gezag meer in de Sinaï en de bedoeïnen vonden dat zo goed.

„Na de revolutie dachten wij: die politie komt hier nooit meer terug”, zegt Abu Ashraf. „maar nu we overal salafisten en Al Qaeda-‘wannabees’ zien opduiken, zijn we van gedachten veranderd.”

Abu Ashraf heeft een gesprek gehad met Binnenlandse Zaken. „Ik heb gezegd: jullie mogen terugkomen op voorwaarde dat jullie niet zoals vroeger een beetje iedereen gaan arresteren. Voorlopig gaat dat goed.”

In zijn woonkamer in Rafah, waar behalve religieuze boeken ook een computer met webcam staan, houdt de 50-jarige salafistische sheikh Abu Ayoub, zijn mening niet verborgen. „Wij willen een islamitische staat in heel Egypte. En ja, dat betekent ook shari'a-rechtspraak.”

Over Ayman Zawahiri, de Egyptenaar die Al-Qaeda leidt sinds de dood van Osama Bin Laden, zegt Abu Ayoub dat hij een man is „die vecht voor een rechtvaardige zaak”.

Tot voor kort had niemand in Egypte van Abu Ayoub gehoord. Maar in de revolutie, kwam hij als deelnemer aan burgerwachten op een idee: als we nu eens shari'a-rechtbanken invoerden? Hij zei dat hij zesduizend gewapende jihadisten had die klaarstonden om de shari'a-vonnissen af te dwingen. Dat maakte Abu Ayoub plotseling een Bekende Egyptenaar. Nu is hij geregeld gast in de tv-studio’s in Kairo. Dat van de zesduizend jihadisten heeft hij teruggenomen.

Abu Ayoub acht Egypte nog niet klaar voor een islamitische staat. „Er zijn teveel obstakels: de christenen, de seculieren, de internationale betrekkingen. We moeten het terrein voorbereiden.” Hij is nog steeds van plan om na de ramadan met zijn shari’a-rechtbanken van start te gaan. „Maar wij zien dat nu als een voorlopige maatregel in afwachting van de terugkeer van de staat.”

Volgens generaal Ismail is Abu Ayoub de kwaadste niet. „We weten dat hij een islamitische staat wil. Maar verder is het een brave man die de gemeenschap wil helpen.”

Het probleem is dat er mensen zijn die Abu Ayoub maar een softie vinden en die extremere organisaties hebben zoals Takfir wal-Hijra. Ismail ontkent dat niet. „Die mensen bestaan maar nu we met de steun van de bedoeïenenleiders het gezag gaan herstellen, zullen zij geen kans krijgen. De bedoeïenen gaan hen nooit steunen want ze zijn slecht voor het zaken doen.”