De kweker die toch Roemenen wilde

Mag de minister tijdelijke werkvergunningen weigeren aan Roemenen omdat er voldoende arbeiders uit Nederland of andere EU-landen beschikbaar zijn?

De zaak. Een boomkweker wil zes Roemenen een half jaar op zijn bedrijf laten werken als ‘medewerker boomteelt/vaste planten’. Het UWV wil niet verder gaan dan drie maanden. De kweker spant een kort geding aan.

Wat is hier aan de hand? Minister Kamp (Sociale Zaken, VVD) wil minder arbeidsmigranten uit Oost-Europa voor ongeschoold werk. Voor de zomer kondigde hij aan Bulgaren en Roemenen – uit landen die nog geen recht hebben op vrij verkeer binnen de Europese Unie – te weigeren. Nederlandse werklozen of EU-migranten zoals Polen zijn volgens hem ruimschoots beschikbaar. Een Kamermotie om Bulgaren en Roemenen toch toe te laten, legde Kamp naast zich neer.

Hoe onderbouwt de kweker zijn eis? De minister nam zijn besluit onverwacht en zonder overleg. De staat is te rigoureus. Zijn kwekerij draait voor een „zeer substantieel deel” op Roemenen en Bulgaren. De alternatieven van de minister bestaan niet en hebben niet bestaan. De uitzendbureaus die de minister aandraagt, leveren of te weinig werknemers of tegen een onredelijk hoog tarief. Met Nederlandse werklozen, zo is gebleken, valt niet te werken. De minister van Sociale Zaken handelt in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur.

Hoe oordeelt de rechter? Die stelt vast dat de Staat nu anders over de beschikbaarheid van andere werknemers dan Bulgaren en Roemenen denkt dan tot voor kort.

Bestaat die alternatieve arbeid nu wel of niet? Daarover is de rechter duidelijk. Dat die uitzendbureaus arbeiders kunnen leveren „is op geen enkele wijze onderbouwd of gebleken”. De staat heeft „ondanks uitdrukkelijk en herhaald verzoek” geen inzage gegeven in een onderzoek daarnaar. Als tuinders die uitzendbureaus benaderen, worden onverantwoord hoge tarieven gevraagd. Terwijl deze ondernemers op een internationale markt werken waar veel concurrentie is en de winstmarges zeer klein zijn.

De Staat heeft onvoldoende gemotiveerd dat andere arbeiders te vinden zouden zijn. Ook van de manier waarop de overheid het alternatieve aanbod organiseert, klopt weinig. De lijst verplicht te raadplegen uitzendbureaus is herhaaldelijk gewijzigd, waarmee de werkgevers „nodeloos op het verkeerde been worden gezet”. De officiële website voor seizoensarbeiders belooft meer dan wordt waargemaakt. Als daar een cv op staat, wil dat niet zeggen dat de betrokkene ook echt wil werken.

Ook het aanbod bij het UWV is vooral theoretisch. De overheid doet daar niets aan, terwijl „die in de bemiddeling naar arbeid van in dit bestand voorkomende werkzoekenden toch een bijzondere taak heeft”.

Kortom, het besluit is niet voldoende zorgvuldig voorbereid, ontbeert een „draagkrachtige motivering”, is strijdig met het vertrouwensbeginsel en strijdig met het beginsel van evenredige belangenafweging. Een harde afstraffing dus.

Folkert Jensma

Reageer op De Uitspraak: nrc.nl/rechtenbestuur