De beste migranten, vinden we in Nederland, komen uit China

Hardwerkend, slecht geïntegreerd. Dat was het beeld van Chinezen in Nederland. Een grondige studie schetst vandaag een modelminderheid.

Honderd jaar geleden kwamen de eerste Chinezen naar Nederland. Ze vonden emplooi in scheepvaart, handel, horeca. Inmiddels zijn er zo’n 100.000. Migranten uit China en Hongkong en hun kinderen vormen ruim tweederde van die groep. Anderen komen uit Indonesië en Suriname.

De afgelopen twintig jaar steeg de Chinese populatie in Nederland snel, vooral door het beleid van Peking jongeren naar westerse universiteiten te sturen. Van de duizenden Chinese studenten en kennismigranten keert een aanzienlijk deel terug. Het aantal illegale Chinezen, vaak werkzaam in de keukens van Chinese horeca, is onbekend.

Van oudsher is de Chinese gemeenschap gesloten. Chinezen werken hard, klagen weinig en lossen tegenslag in eigen kring op – dat was zo’n beetje het beeld. Het Sociaal en Cultureel Planbureau presenteerde vandaag de eerste grondige studie naar de Chinezen in Nederland.

1Hoe zijn ze opgeleid?

Er zijn grote verschillen in opleiding. De eerste generatie heeft vaak alleen basisonderwijs gevolgd. Voor het werk in Chinese restaurants was niet veel scholing nodig. Het opleidingsniveau van de tweede generatie is opvallend hoog. Van de hier geboren Chinese Nederlanders tussen de 20 en 35 jaar die niet meer naar school gaan, heeft 86 procent minimaal havo, vwo, of niveau 2 van het middelbaar beroepsonderwijs. Onder autochtone jongvolwassenen is dat 81 procent.

Chinees-Nederlandse kinderen presteren zeer goed in het onderwijs. Dit komt waarschijnlijk doordat in de Chinese cultuur veel waarde wordt gehecht aan hard werken en goed presteren. Hun havo- en vwo-deelname ligt ver boven die van andere migrantengroepen én boven die van autochtone leerlingen. Tweederde volgt een havo/vwo-opleiding, tegenover circa de helft van de autochtone leerlingen. Van de tweede generatie stroomt 85 procent door naar het hoger onderwijs, tegen 59 procent van de autochtonen.

Waar de eerste generatie het Nederlands vaak slecht beheerst, spreekt van de tweede generatie een op de vijf geen Chinese taal meer.

2Waar werken ze?

Van de Chinese werknemers werkt 43 procent in de horeca. Dat is minder dan in het verleden. De kennismigranten en tweedegeneratie-Chinezen zijn sterk vertegenwoordigd in hoge functies. De tweede generatie is jong; gezien hun leeftijd zal hun positie op de arbeidsmarkt waarschijnlijk nog beter worden.

Onder de Chinese Nederlanders ligt het aandeel werklozen met 6 procent hoger dan bij autochtonen (4 procent), maar lager dan bij de vier grootste niet-westerse groepen (Antillianen, Marokkanen, Turken en Surinamers, alle boven 10 procent). Toch hebben relatief weinig Chinese Nederlanders een betaalde baan: 58 procent tegenover 70 procent bij autochtonen. Dit komt vooral door het hoge aandeel Chinese studiemigranten en studerende Chinezen van de tweede generatie. Mede hierdoor is de inkomenspositie van veel Chinese Nederlanders niet sterk. Bijna de helft van de Chinese huishoudens heeft een besteedbaar inkomen onder 20.000 euro. Dit aandeel is voor autochtone Nederlanders 23 procent.

3 Zijn ze echt zo gesloten?

Chinese Nederlanders zijn minder gericht op autochtone Nederlanders dan andere migrantengroepen. Minder dan de helft identificeert zich sterk met Nederland, ze gebruiken weinig Nederlandse media en doen weinig mee in het verenigingsleven. Dit valt extra op omdat Chinezen vaker dan andere migranten in buurten met autochtonen wonen.

De slechte beheersing van het Nederlands onder de eerste generatie is een goede verklaring voor het beperkte contact. Maar het verschil met de tweede generatie is enorm; ruim driekwart ervan heeft ten minste wekelijks contact met autochtone kennissen, en meer dan de helft heeft een autochtone beste vriend.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau noemt de tweede generatie Chinese Nederlanders een ‘modelminderheidsgroep’ en haar vooruitgang „spectaculair”. Ze is sociaal-economisch goed geïntegreerd, en in sociaal-cultureel opzicht veel minder gesloten dan de eerste generatie. Bovendien doen jonge Chinese Nederlanders het erg goed in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. In veel gevallen beter dan de autochtonen. Volgens het Planbureau komt dit door de normen in de Chinese gemeenschap. „Hard werken, veel ambitie, goed moeten presteren en de grote waarde die wordt gehecht aan goed onderwijs en een hoog arbeidsethos. Het zijn zeer belangrijke, culturele factoren voor succes.”

4 Wat vinden ze van Nederland?

Meer dan andere migrantengroepen voelen Chinese Nederlanders zich geaccepteerd. Ze hebben ook minder het idee dat het maatschappelijke klimaat ongunstig is voor migranten en rapporteren minder discriminatie. Een kwart zegt af en toe gediscrimineerd te worden en 3 procent vaak. Dit is minder dan onder de vier grootste migrantengroepen.

Chinese Nederlanders zijn positief over de Nederlandse samenleving. Ze geven een hoger rapportcijfer (7,1) dan de vier grootste migrantengroepen én een hoger cijfer dan autochtone Nederlanders (6,8). Daar staat tegenover dat een op de drie Chinese Nederlanders zich niet altijd thuis voelt in Nederland. Dit geldt vooral de eerste generatie, van de hier geboren Chinezen voelt 90 procent zich thuis. Autochtone Nederlanders worden door Chinese Nederlanders het meest positief beoordeeld, zelfs iets positiever dan de eigen groep. Ook andersom is het beeld gunstig. Nederlanders vinden Chinezen de beste migranten.

    • Wilmer Heck