Woede van ongeruste jongeren in Europa groeit

Portugese, Spaanse, Griekse en Britse jongeren uiten hun woede over het gebrek aan een toekomstperspectief. Maar bij verkiezingen komen ze amper opdagen.

A priest is escorted by a young man, left, past demonstrators shouting slogans against the visit of Pope Benedict XVI at Madrid's central Sol square Wednesday Aug. 17, 2011. The Pope is due to arrive Thursday for a four-day visit to celebrate World Youth Day, and thousands of protesters railing against his visit marched through Madrid to the Sol plaza where they have held months of demonstrations against the government's anti-austerity policies. (AP Photo/Armando Franca) AP

Bankencrisis, eurocrisis, hoge jeugdwerkeloosheid, onzekere arbeidsverbanden, verdampende pensioenen, peperdure huisvesting – wie nu 25 is in Europa heeft weinig om naar uit te kijken. „Het is vooral de jeugd die de rekening voor de economische crisis betaalt”, zegt de Pools-Franse socioloog Aleksander Smolar. Het verbaast hem dat er niet nog veel meer wordt betoogd.

In maart gingen tienduizenden Portugese jongeren de straat op, begin mei brandde Athene en in Groot-Brittannië staan jonge relschoppers en plunderaars inmiddels voor de rechter. Ook Spaanse jongens en meisjes geven, vooral in Madrid, al maanden uiting aan hun verontwaardiging.

De oorzaken van de woede zijn niet altijd eenduidig en zeker de Britse plunderingen zijn een geval apart. Wat de jongeren gemeen hebben is een gevoel van boosheid en machteloosheid. Het gevoel dat oudere generaties uitstekend voor zichzelf hebben gezorgd, dat ze als het ware ‘binnen’ zijn, en dat jongeren het nakijken hebben. Het gevoel dat de wereld die zij straks erven lelijker is dan die van hun ouders.

„Beleidsmakers hebben de toekomst te lang gebruikt als de vuilstortplaats van het heden, als de plek voor onopgeloste problemen”, oordeelt de Spaanse politicoloog Daniel Innerarity. „De toekomst wordt straffeloos onteigend, om het heden maar aangenamer te maken. Daar moeten we snel mee ophouden.”

Het was nota bene een 93-jarige die jongeren eind vorig jaar opriep om zich vaker kwaad te maken. In zijn pamflet Indignez-vous! (Verontwaardigt u!) loopt de Franse oud-diplomaat en -verzetsstrijder Stéphane Hessel te hoop tegen graaizieke banken, kleurloze politici en door commercie gecorrumpeerde media. Het pamflet inspireerde Spaanse betogers tot de geuzennaam ‘indignados’ en is uitgegroeid tot de bijbel van boze jongeren in Frankrijk en Zuid-Europa.

Smolar en Innerarity delen Hessels zorg over dit Europa, waarin politici stoer hameren op nationale soevereiniteit en het gevaar van massamigratie, maar zich het volgende moment sidderend overleveren aan anonieme kapitaalmarkten en kredietbeoordelaars. Waarin wat eerst geprivatiseerd is (uiteraard in het belang van de consument) daarna met staatssteun overeind gehouden moet worden (ook weer in het belang van de consument). Waarin het evenwicht tussen publiek en privaat zoek is, het steeds meer ‘ieder voor zich’ is en plunderen, van laag tot hoog – van straatschoffies tot bankiers – de nieuwe norm lijkt te zijn. Een Europa waarin de angst de hoop heeft overweldigd.

Maar Hessels oproep tot boosheid en verzet vinden ze onzinnig, contraproductief, zelfs gevaarlijk. In ieder geval geen recept voor concreet beleid. Want wat schiet je op met het benadrukken en overdrijven van ontevredenheid? „Mensen die ergens tegen zijn, hebben we al genoeg”, zegt Innerarity, verwijzend naar de vele populistische tendensen in de Europese politiek. „Pas echt revolutionair zou een breuk zijn met het populisme, met het ventileren van simpele verklaringen voor complexe problemen.”

Zo bezien is het pamflet van Hessel juist een manifestatie van de ideeëncrisis in Europa, van wat de Franse historicus en intellectueel Pierre Rosanvallon eens „het tijdperk van de negatieve politiek” noemde. Het biedt er in ieder geval geen oplossingen voor.

Kunnen de indignados meer dan mopperen of, in het beste geval, dagdromen? Ze weten elkaar uitstekend te vinden op Facebook en Twitter. Ze zijn meesters van het spontane protest. Maar ze vertalen hun onvrede niet in politieke invloed. Bij de laatste verkiezingen voor het Europees Parlement, in 2009, liet 80 procent van de kiezers tussen de 18 en de 24 jaar het afweten en ook bij nationale verkiezingen valt de opkomst onder jongeren vaak tegen. Anders dan in 1968, toen het marxisme de grammatica leverde voor het jongerenprotest, is er nu geen gezamenlijke ideologie, geen Utopia aan de horizon.

Zo’n ideaal doet wonderen, zegt Smolar. Hij wijst naar zijn eigen vaderland, Polen, waar ondanks grote sociale problemen geen jeugdig protest te bekennen is. Het land maakt sinds de val van het communisme (1989) een inhaalslag. Het heeft perspectief – op meer democratie, meer stabiliteit en meer welvaart.

De jonge betogers in Portugal, in Athene, in Madrid, zijn apolitiek. Sterker nog, daar gaan ze vaak zelfs prat op. Hun verontwaardiging lijkt bijna een doel op zichzelf. En daarmee, zegt Innerarity, bewijzen de jongeren onbedoeld de status quo een dienst.

    • Stéphane Alonso