Weinig extravaganza op de heuvel met dure villa's

A house stands in Point Piper, a harborside suburb of Sydney, Australia, on Monday, Dec. 20, 2010. The number of Australian homes listed for sale worth A$1 million ($1 million) or more is about 40 percent higher than average, Real Estate Institute of Australia estimates, suggesting price cuts next year. Photographer: Ian Waldie/Bloomberg Bloomberg

In de rijkste straat van Sydney hebben zelfs de auto’s uitzicht op het Opera House. Sommige huizen in Wolseley Road hebben open garages, waarin de Porsches en Audi’s met hun neuzen naar de haven staan. De Financial Times publiceerde een paar maanden geleden een toptien van duurste straten ter wereld. Wolseley Road staat op de negende plek, met een vierkantemeterprijs van 15.000 euro.

In Sydney werden de afgelopen jaren Australische vastgoedrecords gebroken. In 2008 was het imposante Craig-y-Mor 32,4 miljoen Australische dollar (destijds 19,4 miljoen euro) nog het duurste huis van het land. En voor dat geld woonden de Aziatische kopers nog niet eens aan het water. Maar na een korte dip tijdens de financiële crisis kochten een tandarts en zijn vrouw vorig jaar de vijf verdiepingen tellende Villa Veneto voor 52 miljoen dollar. Met sauna, bibliotheek en negen badkamers – inclusief een voor de tuinman.

Inmiddels zijn er nóg duurdere huizen verkocht in Australië. Weliswaar in Perth, aan de andere kant van het land, en niet in Sydney. Maar dat komt ook doordat er niemand weg wil van Wolseley Road. Zo vertelde een makelaar een paar jaar geleden voor twee huizen aan de straat al biedingen van 50 miljoen Australische dollar elk te hebben ontvangen: te weinig, vonden de eigenaars.

Wie de heuvel van de wijk Point Piper beklimt en de schaduwrijke Wolseley Road inloopt, ziet weinig van de extravaganza. Veel huizen hebben aan de straatkant een eenvoudige ingang en een garage. De villa’s strekken zich heuvelafwaarts uit, richting de haven, en zijn alleen vanaf het water goed te bewonderen. Zelfs de auto’s in de straat zijn weinig bijzonders, al staat er af en toe wel een boot tussen geparkeerd. De Ferrari’s en Lamborghini’s die in Sydney met enige regelmaat langsbrullen, staan veilig in garages – sommige groot genoeg voor wel negen auto’s.

En zoals het hoort in een straat voor de rijken, zijn er nauwelijks mensen op straat. Uit de bladen weten we dat hier mediamagnaten, zakenlieden en enkele buitenlandse rijken wonen. Ze worden getrokken door de rust, de nabijheid van andere mensen met geld en de dure restaurants. En dat zo dicht bij het centrum; een kort ritje met de watertaxi en je bent bij Circular Quay.

Maar ook de gewone man kan hier van de rust en het uitzicht genieten, zegt een bewoner met zilvergrijs haar die zijn hondje uitlaat. Zelf kijkt hij uit op Haaieneiland, waar in het weekend zeilraces worden gehouden. Hij wijst de weg naar kleine steegjes die leiden naar het parkje Duff Reserve en naar een strandje aan het water. Elk met „de prachtigste uitzichten op de haven van deze stad”.

Want het mooie van Australië is dat er geen privéstranden zijn voor de rijken, zegt hij. Sydney is geen stad voor poenige types met kapsones die hun rijkdom gebruiken om het gewone volk buiten te sluiten. „Dus je kunt lekker op het strand zitten en omhoog kijken naar iemand die 45 miljoen heeft betaald om daar te wonen, en zeggen: wat een idioot ben jij, ik zit hier lekker voor niks.”

    • Elske Schouten