Wat in Duitsland kan, kan niet overal

Het is zeer onwaarschijnlijk dat begrotingsdiscipline voor de eurolanden in hun grondwetten verankerd zal worden. Te veel gedoe.

Niet alles ging over de euro, tijdens de persconferentie van Angela Merkel en Nicolas Sarkozy dinsdag in Parijs. Bij het opmerkelijkste voorstel van het duo, de opname van een schuldenrem in de grondwetten van alle 17 eurolanden, speelde niet in de laatste plaats Franse binnenlandse politiek een rol.

Zo althans wordt in Frankrijk het plan van Merkel en Sarkozy uitgelegd om de eurostaten een passage over begrotingsevenwicht naar Duits model te laten verankeren in de grondwet. Sarkozy probeert de autoriteit van Merkel nu te gebruiken om de Franse oppositie te dwingen een dergelijke règle d’or (gouden regel) in de grondwet te steunen. Als linkse partijen dat weigeren, kan de president ze beschuldigen van onverantwoordelijk gedrag. Maar socialistische en groene politici zeggen het spel te doorzien en zijn vooralsnog niet onder de indruk.

De Duitsers noemen de constitutionele bepaling een Schuldenbremse. In 2009 besloot de Bondsdag in een moeizame stemming dat de centrale overheid en de deelstaten vanaf 2020 principieel geen nieuwe schulden meer mogen maken met begrotingstekorten. De Bondsrepubliek hecht bijzondere waarde aan haar Grundgesetz, mede omdat burgers de staat kunnen aanklagen bij het Constitutioneel Hof in Karlsruhe bij vermeende schending ervan.

Het is onwaarschijnlijk dat Merkel en Sarkozy er daadwerkelijk op rekenen dat in álle grondwetten van de eurozone een dergelijke begrotingspassage wordt opgenomen – laat staan vóór medio 2012, zoals het streven is. Daarvoor is de drempel voor grondwetswijziging in tal van eurolanden veel te hoog.

Weliswaar is Duitsland niet het enige land dat begrotingsdiscipline als constitutioneel thema beschouwt. Het idee wint de laatste jaren in Europa terrein. Italië beloofde eerder deze maand al zijn grondwet te zullen wijzigen, op aanwijzing van de Europese Centrale Bank die het door schulden geplaagde land te hulp schoot. Hoewel aanpassing van de Italiaanse grondwet niet makkelijk is – een tweederde meerderheid moet er in allebei de kamers van het parlement mee instemmen, en na verkiezingen moet dit nogmaals gebeuren – werd de grondwet van 1947 al enkele malen geamendeerd.

Hongarije, dat de euro wil invoeren, lijkt al te hebben geanticipeerd op de plannen van Merkel en Sarkozy. In de geheel nieuwe constitutie van het land, die volgend jaar van kracht wordt, staat ook begrotingsevenwicht. De rechtse regeringspartij Fidesz heeft aan haar comfortabele tweederde meerderheid in het parlement genoeg om eigenhandig over grondwetswijzigingen te beslissen.

Maar in veel eurolanden ligt amendering van grondwetten aanmerkelijk moeilijker. In Nederland moeten de huidige Tweede en Eerste Kamer het in meerderheid met het voorstel eens zijn. Na nieuwe verkiezingen moet vervolgens van beide kamers nog eens een tweederde meerderheid instemmen. „Merkel wil dat we vóór de zomer van 2012 begrotingsevenwicht in de grondwet zetten. Goed. Betekent in januari verkiezingen :) #grondwetswijziging”, twitterde Kamerlid Diederik Samsom (PvdA). Als het kabinet deze regeerperiode helemaal uitzit, kan de tweede stemming pas na de eerstvolgende Tweede Kamerverkiezingen in 2015 worden gehouden.

In België moet het parlement ontbonden worden. Het ontslagnemende parlement moet aanduiden welke artikelen moeten worden herzien en pas na de verkiezingen kan de grondwet dan – met tweederde meerderheid – worden veranderd.

In Spanje is een wijziging van de grondwet per versnelde procedure in theorie een optie, maar in de praktijk „bijna onmogelijk”, schrijft de krant El País. Als meer dan een tiende van de afgevaardigden zich verzet, moet het parlement worden ontbonden en moet een referendum worden uitgeschreven. Ook in andere wankele eurolanden gaat aanpassing niet zomaar. In Ierland kan wijziging van de grondwet na toestemming van beide kamers van het parlement én na een referendum. In Griekenland moet een amendement door twee opeenvolgende parlementen worden goedgekeurd, met een meerderheid van zestig procent. Wijziging kan niet zonder tussentijdse verkiezingen.

Verkiezingen en referenda in de eurozone – het is moeilijk voorstelbaar dat Merkel en Sarkozy daar in een tijd van spanning op de financiële markten op zitten te wachten. Dat is juist het type politiek ‘landenrisico’ waar beleggers zo bang voor zijn. Daarnaast lijkt niet in alle landen de wil te bestaan om de Frans-Duitse suggestie te volgen. De Finse minister van Financiën Jutta Urpilainen zei gisteren dat haar land zijn budgettaire verantwoordelijkheid neemt in regeringsprogramma’s. „Het is dus nutteloos om dat in de grondwet op te nemen.”

Met medewerking van Mark Beunderman, Annemarie Kas, Titia Ketelaar, Marloes de Koning , Petra de Koning, Joost van der Vaart, Dirk Vandenberghe en Erik van der Walle.