'Vrolijkheid is geen kunst'

In zijn nieuwste film, ‘Melancholia’, probeert regisseur Lars von Trier de essentie van melancholie te pakken. „Melancholie ligt aan de basis van ware kunst”, zegt hij. „Het is als een drug: gebruik je te veel dan verdwijn je van de wereld.”

scene uit de film Melancholia (2011) FOTO: Wild Bunch

‘Ik ben bereid mijn film te verwerpen, als een transplantatieorgaan.” In het interviewboekje dat de Deense regisseur Lars von Trier in Cannes laat uitreiken voor de première van Melancholia klinkt vaag ongenoegen. Zijn film is te mooi, te gepolijst, te gecontroleerd. Slagroom op slagroom: een vrouwenfilm, moppert de regisseur. „Maar ik houd mij vast aan de hoop dat ergens in deze slagroom een botsplinter verborgen ligt om een fragiele tand te kraken.”

Helaas. Op dinsdagochtend 17 mei schuifelt de filmpers na de wereldpremière in Cannes geïmponeerd mompelend de zaal uit. Na afloop klinkt applaus zonder het smalende gelach, boegeroep of gefluit waarmee Von Triers’ Antichrist in 2009 werd ontvangen – de horrorfilm waarin Charlotte Gainsbourg en Willem Dafoe een bloedige oorlog tussen de seksen uitvechten in een bezield oerbos.

Melancholia, die volgende week in Nederland in roulatie gaat, is minder rauw, heeft geen vuil onder de nagels. Ditmaal draait het slechts om de ondergang van de wereld en de uitroeiing van al het leven in het universum. Het is een tweeluik met een subliem gestileerde ouverture die de slechte afloop al aankondigt. Geen probleem, denkt Von Trier: bij Titanic weet je ook dat alles eindigt op een ijsberg. De film werd geboren uit een inzicht van Von Triers therapeut dat depressieve mensen kalmer blijven bij rampen: zij hebben minder te verliezen. Oorspronkelijk schreef hij de film voor actrice Penelope Cruz, bij wie de melancholie meer aan de oppervlakte lag dan bij Kirsten Dunst, de Amerikaanse actrice die uiteindelijk de hoofdrol kreeg.

Nadat Justine (Kirsten Dunst) een uur de tijd heeft gehad om haar eigen bruiloft te torpederen – de in documentairestijl gefilmde, trage implosie van het huwelijksfeest herinnert aan de film Festen van Von Triers maatje Thomas Vinterberg – geeft ze zich over aan een depressie in het kitscherige hotel met golfbaan van haar oh zo evenwichtige zus Claire (Charlotte Gainsbourg) en platte zwager John (Kiefer Sutherland). Tot vanachter de zon de blauwe monsterplaneet Melancholia – de maan, maar dan veel groter – op aarde komt afstormen. Voor een onschuldige fly by, zoals de autoriteiten en John verzekeren? Of in ramkoers? Geleidelijk wisselen de zusjes van rol, want wat blijft er over van nuchterheid in het aangezicht van de dood?

Melancholia is een overrijpe, zwarte ondergangsfantasie vol wagneriaanse ondertonen – de ouverture van Tristan und Isolde klinkt aan het eind bijna continu – en laatromantische Sehnsucht: een onstilbaar verlangen dat vaak synoniem is voor doodsdrift. Een verlangen ‘naar schipbreuken en plotselinge dood’, haalt Von Trier in zijn interviewboekje de Deense dichter Tom Kristensen aan. „Wagner heeft me altijd na gestaan, hoe vreselijk zwaar werk het ook is om naar hem te luisteren”, zegt hij in Cannes. „Het probleem is dat hij ook de bron is van de esthetiek van de nazi’s. Hitler vereerde Wagner, de nazi’s zouden mijn plaatje van Kirsten Dunst die naakt in het blauwe licht van Melancholia ligt, als ware kunst beschouwen. Maar het is bijna pervers, op de grens van kitsch en slechte smaak.”

Von Trier heeft zich altijd verzet tegen de estheet, de mooifilmer, die in hem schuilt: vandaar de beperkingen die hij zichzelf in 1995 in het Dogma-manifest oplegde. Maar in Cannes lijkt niemand geschoffeerd of gechoqueerd door Von Triers wellustige, beeldschone nazi-apocalyptiek. En dat laat Lars von Trier niet op zich zitten. De persconferentie na de première begint met intelligente vragen en dito antwoorden, maar na enkele steken onder water naar zijn cast begint de Deens regisseur zijn hoofdrolspeler Kirsten Dunst ongenadig te treiteren. Over haar inhibities en haar opname wegens een depressie in mei 2008 („Ik ben blij dat je geestelijk gestoord bent”). Of dat Dunst steeds aandrong op een ‘beavershot’ in de film en dat de dames Dunst en Gainsbourg („want zo zijn vrouwen”) nu meer willen: een keiharde pornofilm van drie of vier uur, „met veel onaangename seks”. De pers grinnikt; maar dan volgt een eindeloos rammelende zin waarin Von Trier begrip voor Hitler in zijn bunker voorwendt en afsluit met: „Oké, ik ben een nazi!”

Daar kan Cannes niet om lachen. Twee dagen later zegt Von Trier in hotel Le Mas Candille – minder duur, maar even afgelegen als het serene Hotel du Cap waar hij doorgaans verblijft – voor de zoveelste maal sorry: tweederde van ons interview gaat op aan Het Schandaal. Voor het eerst is Cannes’ enfant terrible te ver gegaan: als persona non grata is hij niet meer welkom in het Palais des Festivals. Dunst, die tijdens de persconferentie geleidelijk in een zoutpilaar veranderde, heeft haar interviews naar een strandpaviljoen verplaatst, ver van het Deense monster.

Overreactie of niet – Von Triers verhaal over Hitler en de nazi’s is eerder klunzig dan kwaadaardig – de vraag blijft of hij de catastrofe heeft gepland. Vóór Cannes vertelde Von Trier een Zweedse journalist doodsbang te zijn voor persconferenties. „Daardoor word ik agressief en zeg ik iets stoms. Dat gebeurt dit jaar weer, zo hoop ik.”

Zijn gedrag spoort eigenlijk prachtig met het thema van vernietiging en zelfvernietiging in Melancholia. In de tuin van Le Mas Cadille is Von Trier moeilijk te peilen. Hoe hij zich voelt? Afschuwelijk, glimlacht de regisseur. Zijn ogen twinkelen ironisch, maar zijn handen beven als die van een zojuist ontwaakte alcoholist. Von Trier maakt grappen: dat hij maar beter weer aan de drank en antidepressiva kan, dat hij 55 jaar is, de paniekleeftijd, en dat hij ongerust was omdat festivalbaas Gilles Jacob hem een voormalige rebel had genoemd. Trots toont hij de knokkels van de hand waarop hij onlangs het woord FUCK liet tatoeëren. „Ja ja, ik word met de jaren rijper. Mijn dochters schamen zich rot, ze riepen: papa, dat kan er niet meer af!”

Het is minder bewust tactiek dan instinct, zo lijkt het: bij Von Trier eindigt het altijd in zelfdestructieve provocatie. Een melancholicus, noemt hij zichzelf. In zijn ogen is die melancholie het restproduct van de depressie waarvan hij recent herstelde. Elk gevoelig, zinnig mens raakt ooit depressief, denkt hij. „Maar ik kan alleen praten over mijn eigen depressie. Heb je een teveel aan angsten en fobieën, zoals ik, dan klapt je lichaam vanzelf dicht en neemt een time-out. Je komt niet meer uit bed. Voor jezelf zijn die angsten afschuwelijk, voor je familie is het de depressie, want je kan niks voor ze doen en zij niks voor jou. Daarover ging Antichrist. Daarna neem je heel kleine stapjes om weer dingen te kunnen doen en groei je toe naar melancholie. Dat is mijn huidige gemoedstoestand.”

Melancholie is volgens Von Trier een emotionele acceptatie van, en verlangen naar lijden en vernietiging. Het beeld is dat van de eenzame wolf die naar de maan jankt: dood, kom me maar halen. De melancholicus is visionair en eerlijk: wat wij zwartgalligheid noemen, is het besef dat elk leven uitmondt in verval, lijden en dood. Dat legt veel meer gewicht in de schaal dan „de orgasmes, Ferrari’s en zo”, zoals Von Trier het formuleert in zijn interviewboekje: die fijne dingen waarmee de mensheid de realiteit van het lijden probeert te verdringen. Het leven is intrinsiek slecht: je zou de mensheid een dienst doen door haar uit te roeien.

Dat, zo suggereert Von Trier in Cannes, is ook de westerse levenshouding. „In het christendom heb je de kerk van Rome en de Grieks-orthodoxe. Bij de Griekse richting is contemplatie van licht en schoonheid belangrijk. In de westerse kerk draait het om de kruisiging, het lijden en de zonde van Eva die wordt doorgegeven op alle generaties. Het draait om schuld en lijden: het stoffelijke leven is kwaadaardig.”

Diep in ons hart weten we dat de melancholicus gelijk heeft, vervolgt Von Trier. Want melancholie ligt aan de basis van ware kunst. „Ieder schilderij, elke compositie waarvan we werkelijk onder de indruk zijn, bevat een element van melancholie – vrolijkheid is geen kunst. Ik probeer in deze film de essentie van de melancholie te pakken. Het hangt samen met de kleur blauw, heeft te maken met ergens in opgaan, met overgave aan het onvermijdelijke. Melancholie is een heel verleidelijk gevoel om in weg te zakken. Het is als een drug: gebruik je te veel dan verdwijn je van de wereld.”

Hoofdrolspeler Kirsten Dunst (29) is het met Von Trier eens, zo blijkt de volgende dag in strandpaviljoen van hotel Gray d’Albion waar zij met de pers praat. Dunst: „Iedereen beleeft een depressie op zijn manier, maar zo’n crisis is wel een basis voor grote literatuur en kunst. Al is het heel moeilijk een film over depressie te maken. Waarom? Nou, om te beginnen wil je alleen maar in je bed liggen.”

Dunst zelf liet zich in mei 2008 in de kliniek Cirque Lodge opnemen wegens een depressie veroorzaakt door stress – Dunst acteert al sinds haar zevende, brak op haar twaalfde door met Interview with a Vampire – en door haar overspelige vriendje, de popster Johnny Borrell, voor wie ze een fraaie paradox formuleerde: „Why waste your tears on someone that makes you cry?”

Dunst oogt fragiel; een actrice die naar woorden tast, zinnen afbreekt en opnieuw begint, nerveus lacht en veel brouwt – voorin de keel praat. Over het schandaal-Von Trier wil ze weinig kwijt. Hij heeft excuses gemaakt, niet echt iets nieuws voor Dunst. „Lars can be a pain. Hij doet heel gênante dingen en komt dan achteraf zijn excuses aanbieden. Om eerlijk te zijn: dat gebeurt erg vaak. Na een tijdje zeg je: Oké Lars, oké. Geaccepteerd, laten we doorgaan.”

En toch was werken met hem „de meest bevrijdende ervaring van mijn leven”, aldus Dunst. Melancholia opnemen in het verre Trollhättan, Zweden, zorgde voor een intieme, zomerkamp-achtige sfeer („Kiefer Sutherland maakte taco’s voor mij”). Op de set schiep Von Trier een rustige, respectvolle atmosfeer. „Hij weet precies wat hij wil, maar laat je dat zelf ontdekken. Lars weet perfect met acteurs te werken, hij is gevoelig voor de emoties die rondvliegen. En hij geeft je ideeën waar je zelf nooit aan zou denken. ‘Begroet planeet Melancholia als een goede vriend die terugkeert’, zegt hij dan.”

Dat geen Hollywoodster ooit nog met Von Trier zal werken, zoals hij na het fiasco op de persconferentie vreest, geloof Dunst niet. „Ik wil heel graag nog eens met hem samenwerken.” Korte stilte. „Maar niet nu meteen.”

Een paar dagen later wint Dunst de prijs voor beste actrice voor de rol in Melancholia. Een elegante oplossing van de jury: door de vrouw die Von Trier verbaal zo mishandelde te bekronen, beloon je het prachtige Melancholia zonder stelling te nemen voor Von Trier.

Maar als altijd is het in Cannes weer geëindigd in ‘Lars en de vrouwen’. Kirsten Dunst sluit aan in de rij vrouwen die in zijn films worden vernederd, maar uiteindelijk altijd zegevieren: Emily Watson (Breaking the Waves), Björk (Dancer in the Dark), Nicole Kidman (Dogville) en Charlotte Gainsbourg (Antichrist). Op Björk na – die Kidman in een brief waarschuwde niet met Von Trier te werken omdat hij haar ‘ziel zou opeten’ – reageerden de meeste actrices met half geamuseerde moederlijkheid, ook Dunst. „Lars has been a very, very naughty boy”, koert een dame in zijn entourage na Von Triers schandalige persconferentie.

Waarom hij toch steeds heldinnen als hoofdpersoon kiest, vragen we hem in Cannes. Voor hem zijn het geen vrouwen, maar projecties van zichzelf, antwoordt hij. „Zou ik echt vrouwenrollen schrijven, dan begeef ik me op een gebied waarvan ik niets afweet. Maar ik geloof dat mannen en vrouwen helemaal niet zo van elkaar verschillen.”

Wat nieuwsgierig maakt naar Von Triers volgende project, waarover hij in Cannes liever lijkt te praten dan over Melancholia, wellicht omdat hij aan het script schrijft: Nymphomaniac. Volgens Von Trier is het een erotische geschiedenis van een vrouw, van puber tot vijftiger, met een soft- en een hardpornoversie, veel filosofie, Proust en decadente symboliek. Het project waarmee hij in de gewraakte persconferentie van Cannes Gainsbourg en Dunst plaagde.

„Ik hoop dat alle nonsens (in Cannes) dit project niet heeft getorpedeerd”, zuchtte Von Trier vorige week in de Franse krant Libération, waar hij tevens beloofde nooit meer een persconferentie te geven. Dat zou jammer zijn, maar ook zonder persconferentie lijkt met Nymphomaniac het schandaal van Cannes 2013 al voorgeprogrammeerd.

‘Melancholia’ draait vanaf 25 augustus in de Nederlandse bioscopen.

    • Coen van Zwol