Uitverkoren voor seks op de jongenskostschool

De gangbare opvatting is dat een voornamelijk uit close-ups van pratende mensen opgebouwde beeldvertelling van weinig creativiteit getuigt. Maar de uitzondering bevestigt de regel. Soms zijn talking heads de bij uitstek geëigende vorm voor een documentaire, bijvoorbeeld wanneer het onderwerp zo zwaar is dat visuele tierelantijnen alleen maar van de hoofdzaak zouden afleiden.

Dat is het geval in de voorbeeldige Engelse documentaire Chosen (Brian Woods, 2008) die Canvas gisteren uitzond. Honderd minuten lang kijken en luisteren we naar monologen van drie heren van middelbare leeftijd, statisch gefilmd en zorgvuldig omlijst door studiolicht. Ze vertellen zonder opsmuk of sensatie, maar zeer gedetailleerd hoe elk van hen jarenlang seksueel werd misbruikt op dezelfde deftige jongenskostschool. Als interpunctie dienen slechts oude schoolfoto’s, waarop ook de beide bij naam genoemde daders duidelijk zichtbaar zijn. De een, het schoolhoofd, werd dertig jaar later, door een procedurefout vrijgesproken; de ander, die zijn misdaden bekende, werd veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf, waarvan hij er één uitzat.

In de gezichten van de slachtoffers wedijveren verdriet en hardnekkig onderdrukte woede. De zakelijkheid van hun herinneringen stelt ons in staat om te begrijpen hoe complex de relatie kan zijn tussen een pedofiel en het kind dat hij heeft uitgekozen. Want zo voelde het voor een eenzame kostschooljongen. Hij begreep niet veel van de seksuele handelingen, maar de dader liet niet na te benadrukken wat een eer het was te zijn uitverkoren. Het kind kreeg de keus tussen, zoals een van hen het formuleert, de ijzige wind van een afgewezen volwassene die macht over hem uitoefende of de zon die op zijn rug scheen .

Ook was wel duidelijk dat het om verboden handelingen ging, waar je nooit met iemand over spreken mocht. De dader maakte het slachtoffer tot medeplichtige, die op den duur zelfs een zeker genot ontleende aan de continuering van de ongemakkelijke situatie. Zelfs de naar alcohol stinkende tongzoenen van een oude man kregen zo iets geruststellends.

Alle drie vertellen dat ze er pas over konden praten na de dood van hun ouders, die deels ook ingepalmd waren door de misbruikende leerkrachten. Het internaat was een bolwerk van goede naam en faam, dat geen enkel belang had bij het behandelen van eventuele klachten.

Wat zo aangenaam treft in Chosen is de afwezigheid van gemakkelijke morele verontwaardiging. Dat er levens zijn verwoest, dat lijdt geen twijfel. Maar in tegenstelling tot veel verslaggeving over seksueel misbruik in katholieke instellingen, wordt geen stemming gemaakt of om vergelding gevraagd. Het allerergste, zegt een van de slachtoffers, is dat hij er zo lang niet over heeft kunnen praten, want anders was misschien andere kinderen hetzelfde lot bespaard gebleven.

    • Hans Beerekamp