Tajiri's muur

In 1969 reed Shinkichi Tajiri, de toen in Limburg wonende Japans-Nederlands-Amerikaanse kunstenaar, naar de Hochschule der Künste in Berlijn. Hij had een aanbod gekregen om daar hoogleraar in deeltijd te worden en nu wilde hij zich eerst ter plaatse op de hoogte stellen. De stad beviel hem, op het eerste gezicht, maar misschien is hij even verdwaald geraakt. In ieder geval kwam hij bij de Branderburger Tor, kon niet verder want daar stond de Muur. Tajiri aanvaardde zijn betrekking. De Muur bleef hem fascineren, hij besloot het bouwwerk te fotograferen. Binnen drie jaar maakte hij 550 foto’s. Die bleven ergens op de plank liggen, hij had geen zin die hele verzameling af te drukken. Maar in 2003 is het er toch van gekomen, het is een boek geworden dat door Tasha in Baarlo is uitgegeven. Langwerpig, zeer dik en het is een monument voor een historische periode die in november 1989 is afgesloten.

Vorige week hebben we herdacht dat vijftig jaar geleden met de bouw van de Muur werd begonnen. Een mijlpaal in de geschiedenis van de Koude Oorlog. De Duitse Democratische Republiek is er toen misschien door gered, aan de stroom van vluchtelingen kwam een eind. Beroemd is de foto van de Vopo (Volkspolizist) die over het prikkeldraad zijn sprong naar de vrijheid nam. In het Westen ontstond een heftig, of zelfs giftig debat over de vraag of de Muur binnen het kader van de toen geldende verhoudingen een rechtvaardiging zou kunnen hebben. Twee jaar later hield John F. Kennedy in Berlijn zijn beroemdste toespraak. Ich bin ein Berliner, zei hij. The Economist van deze week komt met een ander citaat van hem. A wall is a hell of a lot better than a war. Goed gezien.

De Muur is nu vrijwel verdwenen. In de Koude Oorlog toonde dat stuk beton, 43,3 kilometer lang, 4 meter hoog en 15 centimeter dik, hoe ver het ideologisch fanatisme kan gaan. Ik herinner me een gevelrij aan de Bernauer Strasse. De grens tussen Oost en West liep daar door een rij huizen heen. De straat en de voorgevels hoorden tot het Westen. Achter de vensters waarvan de meeste ruiten gebroken waren, zag je het beton van de Muur. Hier en daar hingen er nog gordijnen. Een huiveringwekkend politiek surrealisme.

Het geheel van Tajiri’s verzameling laat een overeenkomstige indruk achter. Zonder enige consideratie voor het stedelijk geheel is de Muur dwars door alles heen gebouwd. Straten, pleinen, rangeerterreinen, opslagplaatsen van fabrieken, heel Berlijn was verdeeld tussen het kapitalistische Westen en het arbeidersparadijs. Jaren nadat Tajiri zijn document had voltooid, werd de scheiding tussen de twee werelden nog verbeterd, met de constructie van de Moderne Grenze, een zorgvuldig aangeharkte strook land aan de kant van de DDR, met machinegeweren die automatisch een spervuur afgaven als door infrarode of andere gevoelige apparatuur een vluchteling was ontdekt.

Ondanks al dat perfectionisme werd de DDR langzamerhand door het perfide kapitalisme geïnfiltreerd. Voor de krant maakte ik in die tijd regelmatig reizen door het Oostblok. In Oost-Berlijn ben ik een keer terechtgekomen in het Grand Hotel aan Unter den Linden, een onderkomen dat in comfort niet onderdeed voor een Hilton maar ook nog iets extra’s had: voor de entree automatisch werkende vloermatten met rolborstels die gingen draaien als je erop stapte. Nooit ergens anders gezien. Ik ging op bezoek bij een OostDuitse collega en vertelde over deze ervaring. Hij lachte en zei: Ja, wenn wir in den DDR etwas machen, dann machen wir es gut!

Dat valt ook in dit document van Tajiri te zien. In 2009 is hij gestorven.