Stempelmachine genaamd Den Haag

Internationale processen groeien Nederland steeds meer boven het hoofd.

De Tweede Kamer neemt verantwoordelijkheid zonder echte inspraak.

De laatste set Europese reddingsmaatregelen voor Griekenland was zo complex dat zelfs de premier de omvang ervan niet begreep. Hoofddoel van het Kamerdebat van afgelopen dinsdag was daarom duidelijkheid te krijgen over deze cijfers. Leiders die megadeals sluiten zonder ze zelf te snappen, wekken weinig vertrouwen – niet in de Kamer en ook niet bij de gewone man in de kroeg.

Kamerleden namen dinsdag vast een voorschot op een uitgebreider debat volgende maand over de bestrijding van de eurocrisis. Dat debat zal niet alleen over de toekomst gaan, het losse zand waarop de eurozone is gebouwd zal ongetwijfeld ook aan bod komen. Politici uit de babyboomgeneratie lieten door naïeve „weeffouten” een zwalkende munt na. Helaas kunnen politiek leiders uit die tijd niet langer democratisch verantwoording afleggen voor deze missers. Vorige week haalde oud-minister Bert de Vries in de Volkskrant hard uit naar zijn eigen generatie politici. Zijn analyse: we lieten ons meeslepen door een lobby van „het internationaal bedrijfsleven”.

Toch leiden de excuses van Rutte en de onmogelijkheid politici uit de jaren 90 verantwoordelijk te houden voor de huidige malaise af van de hoofdzaak: volksvertegenwoordigers in robuuste democratieën als Nederland zijn hun grip op allerlei internationale processen kwijtgeraakt.

Met rampspoed en onvermijdelijke slachtingen op de beurzen in het achterhoofd hebben ministers weekenden opgeofferd aan onderhandelingen over reddingsmaatregelen voor de eurozone. Deze processen zijn een stoomwals; wanneer het geheel eenmaal een bepaalde kant op rolt is er geen houden meer aan. De invloed van bijvoorbeeld de Nederlandse regering is beperkt – aanhaken bij Duitsland is vaak de beste optie.

Vooraf wordt – zeker met het huidige ‘bijzonder minderheidskabinet’ – politieke partijen gevraagd steun uit te spreken, toch is de invloed van de Kamer op het onderhandelingsresultaat nihil. Achteraf zien volksvertegenwoordigers zich voor een voldongen feit geplaatst, bijsturen is geen optie. Het parlement kan de afspraken slikken of stikken. De politieke gereedschapskist van de volksvertegenwoordiger is ingeperkt tot het steunen of wegsturen van het kabinet. Wegsturen is, ook voor de oppositie, een desastreus scenario. De geloofwaardigheid van Nederland in de eurozone zou als sneeuw voor de zon verdwijnen. Een Nederlandse blokkade kan ervoor zorgen dat de eurocrisis plots in een oncontroleerbare duikvlucht schiet.

Zo kijkt een meerderheid van de Kamer knarsetandend toe hoe zij zonder effectieve inspraak verantwoordelijkheid neemt voor een ongewis avontuur. Oppositiepartijen probeerden dinsdagmiddag de eigen machteloosheid te verbloemen. Ineke van Gent (GroenLinks) wilde Mark Rutte extra politieke schade aanwrijven door zijn excuus uit te vergroten. Het was het maximale dat zij uit het debat kon halen. Een luidruchtige minderheid kan straffeloos vanaf de zijlijn blijven roepen: „De Grieken eruit, of wij eruit!”. Het Nederlandse parlement wordt zo een stempelmachine van de uitkomsten van Europees topberaad.

Een geïntegreerde wereldeconomie heeft natuurlijk afspraken en coördinatie tussen regeringen nodig, zeker in tijden van crisis. Dus tuigen EU-ministers in een weekend miljardenfondsen op zodat de muntunie kan overleven. In de G-20 maken regeringsleiders en ministers regels voor banken, accountants en kredietbeoordelaars. Gesloten economieën, denk aan Bhutan of Cuba, kunnen zulke internationale economische afspraken schouderophalend negeren. Voor Nederland en elk ander ontwikkeld land is dat simpelweg geen optie. Kamerleden worden steeds vaker geconfronteerd met an inconvenient truth: in onze open economie kunnen financieel-economische afspraken, gemaakt door samenwerkende uitvoerende machten, alleen maar geslikt worden – op straffe van zelftoegebrachte economische verstikking.

Elke macht heeft tegenmacht nodig. Helaas loopt ons 19de eeuws systeem van checks and balances hopeloos achter bij de realiteit van de 21ste eeuw. Terwijl volksvertegenwoordigingen nationaal zijn georganiseerd worden ze aan alle kanten ingehaald door regeringen die internationaal optrekken. Sarkozy en Merkel gaven daar dinsdag weer een treffend voorbeeld van. In een poging de eurocrisis te bezweren, stellen zij voor een Europese economische regering op te zetten. Ook hier wint daadkracht van democratie. De Franse en Duitse regeringsleiders hebben blijkbaar wel nagedacht over economisch overleven, maar niet over inspraak en verantwoording afleggen. Welke parlementariërs gaan dit orgaan controleren? Hoe kunnen volksvertegenwoordigers het beleid ervan beïnvloeden?

Steeds vaker zien Kamerleden internationale afspraken op de agenda verschijnen die ze eigenlijk alleen onverkort kunnen aannemen: tegen de stroom in zwemmen is zinloos en potentieel schadelijk. Staatsrechtgeleerden debatteren graag over de vraag of het parlement lam of leeuw is. De eurocrisis laat zien dat de Kamer alleen nog een mak lammetje kan zijn.

Wouter van Cleef is politicoloog en publicist op het terrein van internationale politiek en internationaal recht.