Premier Rutte zegt ja tegen de heer Cohen

Premier Rutte kon gisteren een punt zetten achter zijn „ongelukkige” rekensom. De Kamer accepteert de excuses, maar wil meer duidelijkheid over Europese onderwerpen.

Urenlang onder vuur, diep door het stof en onderwerp van een motie van afkeuring. Premier Mark Rutte ging gisteren zelfs zo ver dat hij SP-fractieleider Emile Roemer vroeg hem te vertrouwen. Vertrouwen dat hij de buitenwereld met zijn „ongelukkige presentatie” van cijfers niet bewust op het verkeerde been had gezet.

Tevergeefs, want de motie van afkeuring kwam er gisteren uiteindelijk wel, aan het eind van het debat over het reddingspakket voor Griekenland. Maar de overgrote meerderheid van de Tweede Kamer voelde niets voor die motie – en accepteerde Ruttes bewering dat van een opzettelijk verkeerde voorstelling van zaken geen sprake was.

Aanleiding voor het debat tijdens het zomerreces was nog altijd de presentatie van het reddingspakket, na afloop van de Europese top op 21 juli. Maar anders dan tijdens het overleg afgelopen dinsdag, ging het debat veel verder dan de veelbesproken presentatie. Het ging ook over de steun van het kabinet aan de Europese zaak, steun die vaak schoorvoetend wordt gegeven. In dat beeld past volgens de oppositie ook de relatief rooskleurige presentatie in Brussel op 21 juli.

PvdA-leider Job Cohen vroeg Rutte „steeds een eerlijk en volledig verhaal te vertellen” over de Europese crisis. „Laat de les voor de regering zijn dat zij voortaan meteen en in volle openheid het hele verhaal vertelt.”

Rutte beloofde gisteren beterschap. „Ik zeg ja tegen de heer Cohen, zowel wat het informeren als het uitdragen van de euro betreft.” En: „Ik ga door met uitleggen waarom de euro belangrijk is.” Wel blijft hij van mening dat Nederland verder geen soevereiniteit hoeft af te dragen aan Brussel, ook niet als er bijvoorbeeld een begrotingsautoriteit komt die sancties kan opleggen. Dan moet je toch bevoegdheden overdragen, vroeg Cohen. „Mijn stelling is dat dit al gebeurd is”, zei Rutte. Hij doelde op de afspraken rond de totstandkoming van de euro. Alleen is het sanctiesysteem „nooit ingevuld”, zei hij.

De oppositie nam gisteren uitgebreid de gelegenheid om de zwakke plek van deze coalitie bloot te leggen. Telkens is Rutte afhankelijk van de oppositie om een meerderheid in de Kamer te krijgen, als er weer een crisis in het eurogebied bestreden moet worden. Gedoogpartner PVV wil immers, in de woorden van financieel woordvoerder Tony van Dijck, „geen euro meer aan Griekenland” geven.

PvdA, GroenLinks en D66 namen Van Dijck – fractieleider Geert Wilders bleef gisteren demonstratief op zijn stoel zitten – zwaar onder vuur. Hoe kan de PVV dit kabinet gedogen terwijl het risico bestaat dat Nederland miljarden kwijtraakt aan Griekenland? Is de openlijke kritiek van de PVV op Europa dan nog wel geloofwaardig? Maar Van Dijck liet de kritiek over zich heen komen. „U kent de gedoogconstructie. Ik heb geen motie van wantrouwen in mijn zak.”

Eerder had de PVV’er gezegd dat het kabinet een probleem zou hebben als de Griekse crisis – waarvoor Nederland nu al 3,4 miljard euro aan leningen beschikbaar heeft gesteld – het land daadwerkelijk geld gaat kosten. „Maar dat blijkt pas over tien of vijftien jaar”, zei SP-leider Roemer, zelf eveneens tegen de huidige steun aan Griekenland. „Vindt u dat zelf ook geen lege huls?”

Alexander Pechtold (D66) wilde van Van Dijck weten of hij denkt dat de leningen en garanties ooit terug zullen komen. Geen cent komt er terug, wist de PVV’er. De D66-leider draaide zich pontificaal naar Wilders in diens bankje. „U, collega Wilders”, zei hij uitdagend, „accepteert dat er 11 miljard euro op de tocht staat.”