Nieuwe verdenking over dood VN-chef

Over de dood van VN-chef Dag Hammarskjöld, in 1961, is altijd onduidelijkheid blijven bestaan. Nieuw materiaal wijst op een aanslag.

Bijna vijftig jaar na de dood van Dag Hammarskjöld, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties die in 1961 omkwam toen zijn vliegtuig neerstortte in Afrika, is nieuwe informatie opgedoken die steun verleent aan de theorie dat de Zweedse VN-chef het slachtoffer was van een aanslag. De Britse krant The Guardian publiceert vandaag een lang artikel, met de strekking dat het toestel mogelijk boven Noord-Rhodesië (wat nu Zambia is) is neergeschoten.

Het stuk is gebaseerd op gesprekken die een Zweedse ontwikkelingswerker de afgelopen jaren heeft gevoerd met een aantal inmiddels bejaarde getuigen, die destijds nooit gehoord zijn door de officiële onderzoekscommissies. Over de dood van Hammarskjöld hebben altijd al verschillende verhalen de ronde gedaan, maar de officiële onderzoeken, onder meer van de VN, hebben nooit aanwijzingen gevonden dat er kwade opzet in het spel was.

De Zweedse ontwikkelingswerker, Göran Björkdahl, zegt onder meer gesproken te hebben met een 84-jarige man die in de bewuste nacht van 17 op 18 september 1961 voor zijn huis zat. De Zambiaan zou gezien hebben hoe een klein vliegtuig een groter vliegtuig neerschoot. Toen hij de volgende ochtend vroeg naar zijn werk wilde gaan, stuitte hij bij de plaats waar het vliegtuig was neergestort op militairen die hem wegstuurden – terwijl volgens de officiële lezing het wrak pas in de loop van de middag werd ontdekt.

Hammarskjöld spande zich destijds persoonlijk in om een politieke oplossing te vinden voor de crisis in het net onafhankelijk geworden Congo. Op de fatale vlucht was hij op weg naar onderhandelingen voor een staakt-het-vuren tussen VN-troepen en militairen van de provincie Katanga, die zich los wilde maken van het land. Hammarskjöld was ervan overtuigd geraakt dat Westerse mijnbouwbedrijven een akkoord over de provincie uit alle macht probeerden te verhinderen.

Björkdahl is op basis van zijn gesprekken met getuigen en archiefonderzoek tot de conclusie gekomen dat Hammarskjöld gedood is om te voorkomen dat het Westen de controle zou verliezen over de kostbare delstoffen in Katanga. Grondig en snel onderzoek ter plekke in Noord-Rhodesië zou destijds zijn tegengewerkt door de koloniale macht Groot-Brittannië.

Het laatste woord over deze kwestie zal hiermee niet gezegd zijn. Maar Björkdahl bevindt zich wel in goed gezelschap. De Amerikaanse oud-president Truman zou eens gezegd hebben: „Hammarskjöld stond op het punt iets voor elkaar te krijgen toen ze hem gedood hebben.”