Nederland ontploft door Van Basten en Gullit

Hoe zou Oranje het in 1990 hebben gedaan met Cruijff, niet Beenhakker, als coach?

Het zou wereldkampioen voetbal zijn geworden. Een alternatieve geschiedenis.

Europees kampioenschap voetbal, in 1988 in Duitsland. Ruud Gullit kust de beker. Foto Hollandse Hoogte Duitsland, Munchen, 1988 Europees Kampioenschap Voetbal. Nederlands Elftal, Oranje Gullit kust de beker. Foto: Michael Kooren/Hollandse Hoogte originele id: 80625 Michael Kooren;Hollandse Hoogte

Achteraf lijkt het alsof het zo was gepland. Na het mislukte Europees kampioenschap voetbal van 1988, onder Rinus Michels, is het logisch om Johan Cruijff te benoemen als bondscoach voor het wereldkampioenschap van 1990. Sterspelers Marco van Basten en Ruud Gullit zijn op het hoogtepunt van hun kunnen en gebrand op het behalen van internationale roem. Zo moeilijk is het vervolgens niet meer om wereldkampioen te worden, voor de eerste en tot nu toe enige keer.

Toch had het maar weinig gescheeld, of Cruijff – de beste voetballer uit de Nederlandse historie – was nooit benoemd tot bondscoach.

De man die de knoop over Cruijff moet doorhakken in het voorjaar van 1990 is Michels. In 1990 leven Michels en Cruijff al enige tijd met elkaar in onmin. Gespeculeerd wordt dat Michels het moeilijk vindt om Cruijff te benoemen als bondscoach. De kans bestaat dat Cruijff wereldkampioen zal worden. Daarmee zou hij Michels, die in 1971 de Europa Cup 1 won met Ajax, overvleugelen.

De alternatieven voor Cruijff zijn Leo Beenhakker en Aad de Mos. Vooral Beenhakker is voor Michels een serieuze kandidaat. De Ajax-coach lijkt uit hetzelfde hout gesneden. Met de keuze voor Beenhakker zou Michels wel ingaan tegen de expliciete wens van de spelers. Michels wikt, weegt en kiest. Het wordt Cruijff.

Het blijft ook nu, twintig jaar later, gissen naar de ware redenen achter deze keuze. Beenhakker zou jaren later in NRC Handelsblad opgelucht terugblikken op het voorjaar van 1990. „Ik wist dat ik het niet moest doen. Ik had het uitsluitend en alleen gedaan voor mijn werkvriend Michels.” Volgens Beenhakker had Michels hem meermalen gepolst. „Michels zei tegen me: ‘Leo, doe het me niet aan dat ik op mijn knieën naar Barcelona moet.’ Maar de enige reden dat ik ja zou hebben gezegd, was Rinus zelf geweest.” Nog voordat Beenhakker iets had kunnen besluiten, was Michels echter al in gesprek met Cruijff.

Sceptici beweren dat Michels door de spelersgroep en collega-bobo’s sterk onder druk is gezet om voor Cruijff te kiezen, en dat Michels’ positie niet sterk genoeg was om weerstand te blijven bieden. Een meer romantische overlevering over Michels’ keuze voor ‘de Verlosser’ is dat ‘de Sfinx’ met zijn hand over zijn hart heeft gestreken.

Waar was het eigenlijk misgegaan in 1988? De spelersgroep was grotendeels dezelfde. Van Basten en Gullit vormden, samen met onder anderen Frank Rijkaard en Ronald Koeman, een van de meest talentvolle generaties in het Nederlandse voetbal. Het probleem was dat Van Basten in de jaren voorafgaand aan het EK veel geblesseerd was. De ergste blessure, aan zijn linkerenkel, liep hij op in 1986, in een oefenwedstrijd.

Ook in het Nederlands elftal is de spits in die jaren geregeld afwezig. Bondscoach Michels kiest vaak voor de kopsterke John Bosman in de punt van de aanval. Bosman ontwikkelde zich bij Ajax, in de schaduw van Van Basten, zeker niet onverdienstelijk. In het seizoen 1985/1986 maakt Bosman negentien doelpunten in 23 wedstrijden. Het is een luxeprobleem voor Ajaxtrainer Johan Cruijff dat hij kan beschikken over twee centrumaanvallers met zo veel scorend vermogen. Het duo krijgt de bijnamen Bassie en Bossie.

Van Basten en Bosman zijn verschillende spelers. De eerste is een complete spits met veel techniek. Hij is niet alleen een afmaker, al staat hij opvallend vaak op de juiste plaats op het veld om een pass te promoveren tot doelpunt. Een opvallend kenmerk van Van Basten is zijn actie. Hij is geen dribbelaar pur sang, maar scoort vaak vanaf de rand van het strafschopgebied na één of meer tegenstanders uit te kappen of voorbij te spelen. Bosman is meer een aanspeelpunt, een ‘spits voor in de zestien.’ Hij rendeert bij voorzetten van de zijkant en bij hoge ballen, die hij teruglegt of zelf afmaakt. Zijn specialiteit is het kopdoelpunt.

Op de eerste wedstrijd op het EK in 1988, tegen de Sovjet-Unie, is het niet verwonderlijk dat Bosman de voorkeur krijgt boven Van Basten in de basisopstelling.

Nederland verliest, met 1-0. Bosman is onmachtig tegen de kopsterkte verdediger Oleg Kuznetsov. De tweede wedstrijd, tegen de Engelsen, is meteen cruciaal. Wie zet Michels in de spits? Bosman, die in de eerste wedstrijd geen indruk heeft gemaakt, maar een goede kwalificatiereeks heeft gespeeld? Of Van Basten, die een matig seizoen achter de rug heeft, maar in potentie de betere spits is?

Michels kiest voor Bosman. De wedstrijd tegen Engeland gaat verloren, met 1-0. Bosman heeft weer niet veel kunnen uitrichten.

De laatste wedstrijd doet niet meer ter zake. Tegen Ierland speelt Oranje gelijk, 0-0. Bosman heeft alle drie de wedstrijden in de basis gestaan.

Cruijff doet het in 1990 allemaal anders. Hij laat Bosman buiten de selectie en geeft Van Basten een belangrijke rol.

Op het trainingskamp in Barcelona, voorafgaand aan het WK, toont Van Basten dat hij in vorm is. Hij dribbelt onnavolgbaar, schiet met scherp en oogt gedreven. Hij lijkt zijn grote status in het clubvoetbal – hij wordt in 1989 uitgeroepen tot voetballer van het jaar – eindelijk waar te gaan maken in Oranje.

In de groepsronde van het WK speelt Nederland drie keer met 1-1 gelijk, tegen Egypte, Engeland en Ierland. Nederland wordt op doelsaldo tweede in de poule. In de achtste finale wint Nederland met 1-0 van Roemenië.

Zo goed speelt het elftal dan nog niet. Toch besluit Cruijff om vast te houden aan zijn geliefde 4-3-3.

Voor een plaatsje bij de laatste vier moet Nederland aantreden tegen gastland Italië. Het eerste doelpunt valt na ruim een half uur, als Gullit een voorzet van Van Basten binnenkopt. In de tweede helft besluit Richard Witschge vanaf de linkerzijkant de bal hoog in de richting van het strafschopgebied te passen. De bal is lang onderweg. Van Basten houdt de bal de hele tijd in het oog en schiet hem kruislings over de verbouwereerde Italiaanse keeper Walter Zenga. In de halve finale treft Nederland regerend wereldkampioen Argentinië. Het blijft lang 0-0. In de 82ste minuut vuurt Ronald Koeman een mislukt schot af. Via een stuit komt de bal op het hoofd van Kieft, die met een merkwaardig effect op doel kopt. De bal blijft buiten bereik van keeper Sergio Goycochea en hobbelt bij de linkerpaal het doel in. Dat Van Basten meters buitenspel staat als dat Kieft kopt, wordt niet opgemerkt.

In de finale treft Nederland aartsvijand West-Duitsland. Nederland begint goed. Twintig minuten lang controleert de ploeg van Cruijff het spel. Dan barst het los. Frank Rijkaard en Rudi Völler bespugen elkaar. Ze worden in de 22ste minuut beiden uit het veld gestuurd.

Vlak voor rust ontvangt Van Basten de bal, na een breedtepass van Gullit. Een magistrale actie volgt. Hij staat met zijn rug naar het doel, speelt de bal met een hakbal voorbij Kohler, rent er achteraan, dribbelt, kapt en draait totdat Kohler duizelig is en verschalkt vanaf de rand van het strafschopgebied de Duitse keeper Bodo Illgner, door met zijn linkervoet de bal in de verre hoek te schieten. In de 51ste minuut maakt Klinsmann gelijk. Nederland ontploft als Van Basten zo’n twintig minuten voor tijd Nederland opnieuw op voorsprong zet. Een kwartier voor tijd voltooit Van Basten zijn hattrick. Brehme scoort nog tegen. Daarbij blijft het. Nederland wint met 3-2 van West-Duitsland. Voor de eerste en tot nu toe enige keer in de geschiedenis is Nederland wereldkampioen voetbal.

Dit is een bewerking van een hoofdstuk uit de bundel alternatieve geschiedenissen Wat als Pim Fortuyn niet was vermoord? door Tom van der Meer (red.), uitg. Meulenhoff