'Liever geen orkest, dan zit je maar vast in een dagelijkse baan'

Een viool paste gewoon niet bij me, zegt Ella van Poucke. De cello wel. Haar broer liet de nintendo staan voor de piano. Ze spelen graag solo of in kleine orkesten.

Nederland, Amsterdam, 24-06-2011 Rijzende sterren celliste Ella van Poucke en haar broer pianist Nicolas van Poucke. foto: Bram Budel Bram Budel

Het zit in de familie. De moeder van Ella en Nicolas van Poucke speelt altviool; vader is trompettist in de Radio Kamer Filharmonie. Zelf vormen de celliste en pianist een duo – vanavond te horen op het Amsterdamse Grachtenfestival. Ze proberen niet te vaak ruzie te maken, vertellen ze aan de keukentafel in Almere.

Hebben jullie zelf je instrument gekozen?

Ella (17): „M’n moeder gaf me een viooltje toen ik vier was. Maar dat instrument paste gewoon niet bij me. Twee jaar later begon ik op een cello, dat klikte meteen. Nu heb ik les van Godfried Hoogeveen, en een keer per maand een les in Duitsland.”

Nicolas (18): „Ik begon op een kringlooppiano die m’n vader had aangeschaft. Dat was leuk om te doen, hoewel andere zaken er helaas bij inschoten, zoals nintendo spelen. Gelukkig had ik op de vooropleiding van het conservatorium vanaf mijn tiende een inspirerende omgeving en koos ik heel bewust voor het instrument. Nu heb ik net m’n eerste les gehad van Jan Wijn in Amsterdam.”

Hoe zou je elkaars speelstijl omschrijven?

Nicolas: „Ella is technisch trefzeker en heel bevlogen. Het belangrijkst: ze speelt heel eerlijk, zonder maniertjes.”

Ella: „Fijn om te horen, hoor. Het geldt voor hem ook. Ik herken zijn speelstijl meteen, al is het moeilijk om iemands specifieke klank te omschrijven. We spelen samen sinds ik een jaar of acht was. Bij de repetities krijgen we soms ruzie.”

Nicolas: „Dat is natuurlijk weinig professioneel en dat moeten we niet doen. Irritaties over wie thuis de was moet doen kun je beter niet op het podium laten merken.”

Pas je in een traditie?

Nicolas: „Vroeger was er meer sprake van nationale scholen. In Rusland werd heel anders gespeeld dan in Duitsland of de VS. Nu is er van grote stijlverschillen eigenlijk geen sprake meer.”

Wie is je grootste voorbeeld?

Ella: „Er zijn veel cellisten die ik bewonder. Colin Carr is belangrijk voor me geweest, hij is ook goed bevriend met onze familie. Hij speelt fantastisch en werkt heel erg hard, van hem heb ik veel geleerd. Hij gaat honderdduizend procent voor zijn cello. Die discipline is bewonderenswaardig. Maar misschien ging hij zelfs iets te ver. Het is niet gezond om de hele dag te studeren. Ik oefende vroeger soms ook te hard, vijf of zes uur per dag.”

Nicolas: „Nou, meestal oefende je nog veel langer! Dat is niet altijd nodig, je moet niet alleen maar studeren om jezelf meer zelfvertrouwen te geven.”

Wat is het belangrijkste moment in je carrière tot nu toe?

Ella: „In 2008 won ik het Prinses Christina Concours. Voor die tijd gaf ik vaak concerten met de Fancy Fiddlers, daarna kreeg ik een beetje naamsbekendheid en zo de mogelijkheid om veel kamermuziek te maken en solo op te treden. Dit wil ik graag blijven doen. Liever geen orkest, dan zit je maar vast in een dagelijkse baan met weinig eigen inbreng. Voor mijn vader werkt dat anders, die speelt trompet, dat geeft meer vrijheid dan een orkestcellist heeft.”

Wanneer hoop je door te breken?

Nicolas: „Dat weet ik natuurlijk niet. Concoursen zijn handig om je als nieuwkomer aan het publiek voor te stellen, maar het leven draait niet om die wedstrijden. Een doorbraak moet geen doel zijn, geld en roem is voor een musicus de verkeerde ambitie. Ik wil graag een leuk en goed leven leiden, en van muziek houd ik heel veel.”

Floris Don

Ella en Nicholas van Poucke: 18/8 Grachtenfestival Amsterdam. Inl: www.ellavanpoucke.com en www.nicolasvanpoucke.com