Latexhel is ten einde

De apen in Planet of the Apes waren in 1968 een hoogtepunt in make-upkunst.

Voor Rise of the Planet of the Apes hoefden acteurs niet meer uren bij de visagie te zitten.

Acteurs zaten dagelijks vijf uur achter de make-uptafel en in gekoelde trailers zodat de make-up niet uitliep. Eten moest door een rietje.

Ooit kon de make-upartiest met zijn kwastjes, verfjes en protheses van latex het leven van een acteur tot een hel maken. Neem sciencefictionklassieker Planet of the Apes (1968), met zijn enorme budget voor de speciale make-upeffecten om acteurs in geloofwaardige apen te veranderen. Eén miljoen van de in totaal bijna 6 miljoen dollar kostende blockbuster ging op aan make-up: toen een record.

Het was een enorme logistieke operatie, waarbij zo’n tachtig visagisten betrokken waren en vele tonnen rubber. Niet alleen de belangrijkste personages, ook figuranten kregen een apensmoel: een van Aziatisch haar, want dichter, gemaakte pruik, en latexprotheses op hun gezicht. Een loodzware exercitie.

Het lukte make-upspecialist John Chambers – ook bekend van de oren van Mr. Spock in Star Trek – de tijd van de acteurs achter de kaptafel langzaam terug te brengen van vijf naar drie uur. Dat was nog steeds tergend lang voor wie zich voor dag en dauw moest melden bij de studio.

Beoogd bijrolspeler Edward G. Robinson bedankte op zijn oude dag voor de eer („The make-up would kill me”), acteur Sal Mineo, die in Escape from the Planet of the Apes (1971) speelde was reuze blij dat zijn personage vrij vroeg in die film al doodging. Dat scheelde vele martelende uren in de ijskoude make-uptrailer.

Acteurs hielden in de lunchpauze hun protheses op; ze moesten astronautenvoer via een rietje eten, of voedsel in kleine stukjes snijden. Na hun lunch werden de acteurs gecontroleerd op etensresten in hun apenbaard. Sigaretten moesten uit angst voor brandgevaar via lange houders gerookt worden.

Het was bijkans een militaire operatie, waarbij allerlei innovaties het licht zagen: materiaal dat beter ademde, kleurbestendige make-up en een nieuw soort latex dat extra volume had voor de apenbek en -kin. Chambers won er een Oscar mee.

Maar wie ruim veertig jaar na dato de film en de vervolgdelen uit de jaren zeventig kijkt, ziet gewoon mensen met een apenmasker en weinig overtuigende pruik. Praten ze, dan beweegt alles met een kleine vertraging. Acteurs moesten gezichtsspieren extra aanzetten en zeer nadrukkelijk articuleren om expressie op hun apenmasker te toveren.

Lange tijd voldeed dit. Ook voor de ‘re-imagining’ van de film door Tim Burton in 2001 gebruikte make-upartiest Rick Baker latex om acteurs in apen te veranderen. Die maskers waren iets overtuigender en acteurs bewogen in deze versie als apen: stilist Burton zag ‘apenenergie’ als het hart van zijn film en leende uit kungfufilms allerlei trucages met draden en trampolines.

Toch zag je ook in zijn Planet of the Apes vooral mensen die apen nadeden, soms op het lachwekkende af.

Maar anno 2011 kunnen make-upartiesten als Chambers en Baker op zoek naar een andere baan, zo lijkt het. Hun werk is overgenomen door geeks die dagen achter een computerscherm een paar seconden film bewerken. Alle apen die je in Rise of the Planet of the Apes ziet, zijn computergeanimeerd, met overrompelend resultaat. Ze zijn nauwelijks van echte apen te onderscheiden.

Toch komen er wel degelijk acteurs aan te pas. Rise of the Planet of the Apes is de jongste triomf van ‘motion capture’-technologie, of mocap. Daarbij worden bewegingen van acteurs via vele sensoren op een nauw om het lichaam sluitend pak vastgelegd. Met hulp van de data wordt digitaal een chimpansee, gorilla of orang-oetan geanimeerd. Het oude probleem van ‘dode ogen’ is inmiddels ondervangen door een camera aan een hengeltje die bewegingen van iris en pupil vastlegt.

Voor het eerst stonden in deze films met sensors behangen ‘apen’ samen met ‘gewone’ acteurs op de filmset, niet meer apart in een speciale groene studio.

Caesar, de hoofdaap uit de film, wordt gespeeld door Andy Serkis, de man die eerder Gollum uit de Lord of the Rings-cyclus bezielde, en King Kong in de remake van Peter Jackson uit 2005. In interviews pleit hij voor een nieuwe Oscarcategorie voor beste motion capture performance. Het is huiveringwekkend hoeveel nuances hij weet uit te drukken in het gezicht van Caesar.

De make-upartiest dreigt een bedreigde soort te worden. Weinig acteurs die dat betreuren: nooit meer vijf uur in de stoel voor de kaptafel.

    • André Waardenburg