Kort rokje, lange laarzen, angst in de ogen

Deze zomer is nrc.next op de Wallen. Vandaag: de prostituees.

Hoeveel van hen blijken slachtoffers van pooiers? De Kroatische Tamara in ieder geval niet. Zegt ze.

Binnen bij hulpverleningsorganisatie Het Scharlaken Koord. De steriele omgeving is bedoeld om vrouwen die om hulp vragen ´een huiselijk gevoel te geven´. Foto´s Thomas Donker prostituee. foto Thomas Donker

Hoe noem je een vrouw achter het raam? Op de Wallen zegt iedereen wat anders.

Bij prostitutiecentrum De Rode Draad zeggen ze consequent ‘sekswerker’. Dat is de term die het beroep het dichtst bij een ‘normale’ beroepsgroep brengt. Dat hebben de vrouwen zelf ook het liefst, zeggen ze bij de Draad.

De klanten noemen de vrouwen ‘meiden’, of DVP’s (Dames Van Plezier). De raamexploitant heeft het over ‘huurders’. Maatschappelijk werk spreekt over ‘cliënten’ of ‘cursisten’. De potige kerels, die tegen betaling van de vrouwen op de Wallen een oogje in het zeil houden hebben het over ‘dames’.

Hoeren zegt eigenlijk niemand. Behalve de vrouwen zelf dan, onderling.

We willen de vrouwen portretteren. Maar hoe doe je dat, in een gebied waar bijna niemand met de krant wil praten en iedereen wat anders zegt? Het zinnetje ‘die niet met zijn achternaam in de krant wil’ komt zo vaak voor, dat we het al niet eens meer opschrijven. Sommige mensen willen alleen praten, als we beloven ze niet in de krant te citeren. Zelfs niet anoniem.

Hoe moet je de vrouwen op de Wallen zien? Officieel zijn het zzp’ers, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Regelmatig zijn het slachtoffers. Van pooiers. Van mensenhandelaren. Van gewelddadige klanten, op zoek naar de vrouw die het meeste wil doen voor zo min mogelijk geld. Klanten, die steeds verder gaan of nieuwe seksfantasieën op internet ontdekken en die op de Wallen in de praktijk willen brengen.

De onderdrukking van vrouwen valt wel mee, zeggen belanghebbenden: raamexploitanten en klanten. De gemeente overdrijft het probleem om het vastgoed in te kunnen pikken. Een raamexploitant die we spreken slaat woedend met zijn vuist op tafel als het gesprek op vrouwenhandelaren komt. „Zeg het me. Als het zo erg was, waar zijn ze dan?”

Maar volgens gemeente en hulpverlening zijn de Wallen een broeinest voor mensenhandel en gedwongen prostitutie. ‘Op de Wallen werken geen vrouwen zonder pooier’, staat letterlijk in een rapport van de gemeente over de Wallen. Volgens schattingen werkt 70 procent van de vrouwen op de Wallen gedwongen.

Niet de Kroatische Tamara, die we spreken tijdens een van onze wandelingen langs de ramen. Ze zit op een stoel, in zwarte lingerie op de Dollebegijnensteeg. Nog redelijk bedekt, in vergelijking met de meeste vrouwen die in bikini achter de ramen staan. Tamara is een uitzondering. Ze oogt ouder dan de meesten en ze gooit niet meteen de deur dicht als we om een gesprek vragen. Geen pruilmondje, of kinderlijke look, die we zo vaak zien. Ze is wat fors, rond de dertig jaar. Met prachtige, blauwe ogen.

En uitzonderlijk, ze gooit niet meteen de deur dicht als we om een gesprek vragen. Ze houdt niet van liegen, vertelt ze. „Ik hoor al zo veel leugens hier.” Van al die vrouwen, die gedwongen worden en doen alsof dat niet zo is. Ze vindt het belangrijk om over haar beroep te praten. Tamara werkt zelfstandig, zegt ze. Vier dagen per week draait ze één shift. Liefst overdag. „Ik wil dit werk de rest van mijn leven blijven doen.”

Wat doet Tamara zoal op een dag? Opstaan, opmaken, setje uitzoeken. Dan loopt ze naar de ramen, onderweg haalt ze bij de bakker wat te eten. Met een kopie van haar paspoort gaat ze naar de raamexploitant, waar ze een sleutel krijgt van haar raam. Meestal begint ze zo rond een uur of twaalf. De tijd doodt ze overdag door te dagdromen. Wie ze nog moet bellen, de börek die ze vanavond gaat maken. Lingerie koopt ze bij de seksclub om de hoek, die in ruil daarvoor haar raam in de gaten houdt.

Er zijn mannen, die voor een paar euro voor de vrouwen sigaretten kopen en boodschappen doen, vertelt Tamara. Want een raam verlaten, kost geld: tussen de 80 (aan de gracht) en 135 euro (de kleine straatjes) per shift (8 uur). ’s Avonds kan dat oplopen tot 175 euro.

Het aantal klanten op een dag wisselt, vertelt ze. Soms vijf, soms één. Ze zegt vaker nee dan ja tegen mannen met een vreemd verzoek. Tijdens het gesprek dat we hebben, wuift ze af en toe geïrriteerd een paar mannen weg, die iets te lang blijven staan.

De vrouwen op de Wallen zou je kunnen indelen volgens een kastenstelsel. Sommige nationaliteiten staan hoger dan andere. Nederlandse vrouwen zitten er relatief vaak ‘vrijwillig’. Ze verdienen dan geld voor hun ‘vriend’, vaak een loverboy.

Georganiseerde mensenhandel zien we bij de Oost-Europese vrouwen, ongeveer tweederde van de prostituees op de Wallen. Er zijn hele straten vol Hongaarse meisjes, allemaal uit hetzelfde dorp. Naar Nederland gebracht met valse beloftes. Werken in de horeca. Of maar even in de prostitutie. Een jaar, en dan weer terug. Echt.

Massagesalons zijn berucht. Seks is er verboden, maar happy endings worden gewoon aangeboden. Veldwerkers zien er Chinese meisjes van soms 18 jaar. Kort rokje, lange laarzen, angst in de ogen. Geen woord Nederlands of Engels, terwijl de formulieren voor de Kamer van Koophandel in perfect Nederlands zijn ingevuld. En soms maar 30 euro voor seks. Zonder condoom.

We lopen een rondje op de Wallen met schrijfster Maria Genova, die werkt aan een boek over de Wallen (Vrouw te koop) dat eind september verschijnt. Ze sprak voor haar boek met tal van prostituees, hoerenlopers en hulpverleners. Ze kent alle verhalen.

Tijdens onze wandeling vertelt Genova over vrouwen die in vrieskisten opgesloten worden, omdat ze te weinig verdienen. Vrouwen, die lichamelijk zo beschadigd zijn dat ze hun ontlasting niet kunnen ophouden. Ze vertelt onophoudelijk, soms onderbroken door getik op de ramen. Altijd maar weer dat getik: vrouwen die met hun ring tegen de ramen tikken om aandacht te trekken.

Hoe herken je een gedwongen prostituee? Aan een aantal kenmerken, vertelt Genova. Tatoeages in de nek met de naam van de pooier. Vrouwen die steeds naar een andere stad worden verplaatst. Bijvoorbeeld omdat ze te mondig worden. Vrouwen die non-stop sms’en en bellen. Met hun pooier, om door te geven hoeveel ze hebben verdiend. Of om andere meiden te verklikken aan hun pooier. In ruil voor privileges: een dagje vrij, of 100 euro extra voor haar familie.

Klanten die denken dat vrouwen het werk leuk vinden, weten niet waarover ze praten, zegt Genova. Studentes die even zijn gestopt met hun studie, hou toch op. De vrouwen kunnen zo goed liegen. Dat krijg je als je klappen krijgt.

En Tamara? Als we vragen of ze veel vriendinnen heeft onder de prostituees gaat ineens de telefoon. Een sms. De radio gaat uit. Tamara draait op haar stoel, kijkt weg. Het gesprek is afgelopen. We gaan.

Als we teruglopen om toch nog een laatste vraag te stellen zijn we te laat. Tamara heeft haar gordijnen dichtgedaan.

Volgende week: wie wonen er op de Wallen?

    • Freek Schravesande
    • Stijn Bronzwaer