In Xinjiang droomt Kasim van autonomie voor de Oeigoeren

Peking ziet de islam als motor achter de onvrede van de Oeigoeren. In West-China blijkt dat maatschappelijke achterstelling de echte reden is voor veel problemen.

The old district of Kashgar is seen in Xinjiang province August 4, 2011. The 'renovations' of the old Kashgar center is a prime example of China's modernizing campaigns in minorities ethnic regions. However many city residents have mixed feelings about the disappearance of the narrow streets and adobe homes once hailed as the best surviving example of Central Asian architecture. REUTERS/Carlos Barria (CHINA - Tags: POLITICS BUSINESS SOCIETY) REUTERS

Gevaarlijke vragen wil Kasim, een jonge Oeigoerse ondernemer, wel beantwoorden, maar niet in het West-Chinese Kashgar, de oasestad waar Chinese commando’s na de aanslagen van twee weken geleden in de straten patrouilleren en waar elke Oeigoer „een loophondje van China” kan zijn. De stad en wijde omgeving wordt op het ogenblik veranderd in een militaire vesting.

Ver buiten Kashgar, het leembruine decor van de film The Kite Runner , aan de rand van het op 3.645 meter hoog gelegen Karakulmeer, zegt hij eerst: „Ik haat de Chinezen”. Maar dan nuanceert hij: „Ik haat eigenlijk alleen de Chinese soldaat die iedere keer als ik mijn dorp verlaat of de stad inrij naar mijn identiteitskaart vraagt en als ik hem in mijn Chinees goedemorgen of goedenavond wens uitlacht vanwege mijn accent. Met de Chinezen in Peking of Shanghai heb ik geen moeite. Ik zou graag een keer naar Shanghai reizen, ik heb daar ook vrienden”.

De 29-jarige Kasim al-Kashgari is mede-eigenaar van een internetcafé en professionele berggids, die Chinese, Turkse en Amerikaanse bergbeklimmers voor 10.000 dollar per persoon helpt bij de beklimming van de pieken van de Muztagh Ata (7.546 meter) en het Kongur Massief (7.719 meter).

Het bijzondere contact is tot stand gekomen via een Chinese vriendin van hem, een journaliste die onlangs haar baan verloor bij de Nanfang Zhoumo (Zuidelijk Weekend) vanwege haar kritische blogs over „de spanningen, de vervreemding en de repressie” in Kashgar en andere steden in het grondstoffenrijke Xinjiang („Nieuwe domeinen”), de grootste provincie van China.

Zij had al gewaarschuwd voor het politieke klimaat in de stad na de aanslagen van 2007, de botsingen tussen Oeigoeren en Chinezen in Urumqi in 2009 en de geweldsexplosies van ruim twee weken geleden, waarbij 20 Chinezen en 16 Oeigoeren werden gedood. „Ik associeer het klimaat met de tijd van de Culturele Revolutie. Iedereen is bang voor verraad, bang voor politieke uitspraken en bang voor contacten met journalisten, zeker met buitenlanders”, schreef zij in een e-mail.

De locatie aan het Karakulmeer vormt een door Kasim geselecteerde toeristische dekmantel en biedt uitzicht op een van de indrukwekkendste en ruigste gebieden ter wereld. De stilte wordt zo nu en dan alleen verstoord door vrachtwagens op de Sino-Pakistan Highway en een paar Nederlandse studenten van de Erasmusuniversiteit op een motorfiets.

Zijn achternaam wil hij graag veranderd zien in Al-Kashgari, een verwijzing naar de 11-de eeuwse Oeigoerse lexicograaf en filosoof Mahmud Al-Kashgari die het eerste Turkse woordenboek samenstelde. Kasim houdt van talen en spreekt Oeigoers, Turks, Chinees en Engels.

Het gesprek gaat over de recente aanslagen in Kashgar en Hotan, over de diepe sociale, culturele en economische kloven tussen de Oeigoeren en de Chinezen en de toekomst van de Oeigoeren – qua taal, cultuur en etniciteit verwant aan de Turken – in Han-Chinees China.

De Chinese overtuiging dat deze aanslagen, die zich al decennia lang om de paar jaar voordoen, gepleegd zijn door fundamentalistische en separatistische Oost-Turkestanse terroristen die zijn opgeleid in Pakistan, wijst hij niet meteen af.

„Ik weet het niet precies. Het is natuurlijk best mogelijk. Er zijn volgens mij hele kleine, radicale groepen die nog steeds naar afscheiding streven. Dat oude ideaal leeft trouwens onder de jongeren helemaal niet meer”, zegt hij. „Ik ken niemand die hoopt op een onafhankelijk Oeigoeristan, ik ken wel veel mensen die willen dat wij net als Hongkong worden behandeld, een land met eigen, autonome status in China waar wij kunnen zeggen en denken wat wij willen”.

Bij gebrek aan Oeigoerse leiders die de Chinezen kunnen overtuigen dat het huidige beleid contraproductief is, zal dat een droom blijven, vreest Kasim. Van het bestaan van Rebiyah Kadeer van het Wereld Oeigoers Congres dat afscheiding van China nastreeft, weet hij pas sinds enkele jaren. „Zij heeft hier geen aanhang. Zij is beslist geen Dalai Lama-achtige leider”, vindt hij.

De aanslagen, legt Al-Kashgari, uit, kunnen ook verklaard worden uit diepe, meer alledaagse frustraties over de Chinezen. Hij vertelt over de honderden arrestaties na de aanslagen in de jaren ’90 en na de grote botsing tussen Chinezen en Oeigoeren in 2009 in Urumqi, waarbij 197 mensen omkwamen. Sommige arrestanten zitten al jaren vast zonder proces. Er zijn arrestanten in gevangenschap gestorven. Hun lichamen werden niet teruggegeven aan de families, maar meteen volgens de Chinese wetgeving gecremeerd.

„In ieder Oeigoers dorp of stad zijn er families te vinden met diepe persoonlijke grieven”, zegt hij. Bij het recente incident in Hotan bestormden veertien Oeigoeren een politiebureau omdat een van hun broers was gedood in de gevangenis. Alle veertien werden doodgeschoten nadat zij zelf eerst vier Chinezen hadden doodgestoken.

De lijst van religieuze klachten is, vertelt hij, oneindig lang. De honderden moskeeën staan onder streng toezicht en mogen alleen bezocht worden door volwassenen. Islamitisch onderwijs op scholen is in Kashgar verboden, net als het dragen van hoofddoeken in de klas, op het werk, en in overheidsgebouwen. Mannelijke Oeigoeren in dienst van de staat dienen zich te scheren en ook tijdens de ramadan te eten. De viering van de heilige maand is strak gereguleerd, speciale bijeenkomsten om de betekenis van de ramadan te bespreken zijn verboden. Oeigoerse moslims die de hadj, de reis naar Mekka, willen maken moeten hun vijftigste verjaardag hebben gevierd en van onbesproken gedrag zijn.

Kasim geeft nog een voorbeeld. „Op het plein voor de Idkah-moskee is een televisiescherm geplaatst, zoals overal in China. De openbare televisie staat aan tijdens de gebedsdiensten. Dat getuigt niet van respect voor onze cultuur”. Inderdaad wordt ook tijdens het vrijdagmiddaggebed, als ook op het plein voor de grootste moskee van China de duizenden gelovigen door de knieën gaan, het volume van de gigantische televisie niet lager gezet.

Kasim zegt dat de Oeigoeren nooit hele fanatieke moslims zijn geweest, maar dat door het beleid van de Chinese overheid „de spanningen nog nooit zo groot zijn geweest als de laatste jaren”. De Oeigoerse econoom Illam Tohti, hoogleraar aan de Minderhedenuniversiteit in Peking is het met Kasim eens.

„Voor Oeigoerse moslims is het Arabische fundamentalisme geen aantrekkelijke richting. Behalve tijdens een periode in de negende eeuw hebben de Oeigoeren nooit de strengste, salafistische vormen aangehangen en toch wordt de religieuze vrijheid steeds verder ingeperkt”, zegt Tohti, die in 2009 enkele maanden in hechtenis doorbracht.

Het straatbeeld in Kashgar, waar de middeleeuwse islamitische oude stad, wordt omringd door geprefabriceerde, betegelde Chinese flats, kantoren en winkelpaleizen, bevestigt deze uitspraak. Vrouwen in boerka’s zijn uitzonderingen; het aantal weduwen dat het gezicht helemaal heeft bedekt met een ruige, bruine doek is klein; modieuze, veelkleurige sjaals van zijde domineren bij de vrouwen als zij al hun haren bedekken. Tohti: „Ik begrijp de Chinese zorgen over de dreiging van het fundamentalisme best, maar die dreiging wordt in de Chinese propaganda zwaar overdreven”.

Kasim denkt dat het toch vooral de sociale en economische kloof tussen de Oeigoeren en de Han-Chinezen is die de spanningen in Xinjiang voeden. Kashgar is een van de belangrijkste bestemmingen van de 300 miljard euro die de Chinese autoriteiten in Xinjiang (een zesde van China) investeren. Waar al eeuwen Afghanen, Tadzjieken, Kashmiri’s, Kazachen, Kirgiziërs, Oezbeken en Chinezen handel drijven, wordt een nieuwe, 21-ste eeuwse commerciële en industriële pleisterplaats gecreëerd.

De instroom van financiën, technologie en ondernemingen gaat gepaard met de komst van hoog opgeleide Chinezen en van gespecialiseerde technici en bouwvakkers. Kashgar is een apartheidsstad geworden, met de Chinese minderheid in goed bewaakte enclaves en de Oeigoeren in hun eigen wijken, de oude stad en de grote bazaars, waar geen Chinees durft te komen.

Econoom Tohti: „Oeigoeren zijn de handelaars, de boeren, de dagloners. De Chinezen domineren de financiën, de industrie en het politieke bestuur. De scheiding leidt ertoe dat de betere banen onbereikbaar zijn voor Oeigoeren, ook voor degenen met universitaire scholing”.

Dat aantal is klein. Bijna tachtig procent van de Oeigoeirse jongeren maakt alleen de lagere en middenschool af, twintig procent stroomt door naar de middelbare school en daarvan gaat nog geen twee procent naar de universiteit. Slechts een fractie wordt toegelaten tot Centrale Minderhedenuniversiteit in Peking.

Kasim al-Kashgari staat op en zegt: „Als ik de baas zou zijn van Xinjiang zou ik iedere Oeigoer verplichten Chinees en een echt vak te leren. De Chinezen zijn heel slim, wij moeten dus óók onze hersens gebruiken, We moeten uit ons isolement komen. En dat moeten we zelf doen. Want we zijn een volk zonder land en zonder leiders.”

    • Oscar Garschagen