'Ik ga. De slag om Tripoli is op komst'

Arts Mahmoud Alkul telt elke dag strijdvaardig de doden onder de rebellen die voor de poorten van Tripoli staan. ‘Er is geen weg meer terug voor Gaddafi en zijn aanhangers’.

De Libische rebellen hebben de afgelopen weken grote overwinningen behaald op de troepen van leider Moammar Gaddafi , maar nu, vrijwel aan de poorten van hoofdstad Tripoli lijkt hun opmars even gestopt.

Het lange viaduct dat de stad Zawiya in tweeën snijdt, is sinds vijf dagen meer dan slechts de zoveelste frontlinie in een strijd die in februari begon, nadat grote delen van het land in opstand kwamen tegen de Libische leider.

Het is nu de slagader geworden waarvan het bewind van Gaddafi voor zijn voortbestaan afhankelijk is. Zawiya is namelijk de strategische verbinding tussen de Libische hoofdstad en Tunesië, waarvandaan olie en voedsel voor de aanhangers van Gaddafi komt. Wie Zawiya in handen heeft, kan Tripoli afknijpen.

Rebellen in witte pick up trucks, met machinegeweren in de hand en sandalen aan hun voeten rijden chaotisch de toegangsweg naar de stad in-en-uit, terwijl vluchtelingen – onder wie velen uit de hoofdstad – richting de bevrijde bergen vluchten.

Alles voelt aan alsof Gaddafi’s laatste dagen zijn geteld, zo zeggen velen hier, maar de strijd om Zawiya laat zien dat het lastig is om zijn troepen in stedelijke gebieden te verslaan.

De Navo, die de rebellen vanuit de lucht helpt, kan daar niet bombarderen en in de steden is het moeilijk vechten, zeggen de rebellen.

Abdel Bassed Ammar (21) zit op een plastic stoel langs de straat waar hij zijn hele leven heeft gewoond.

De moskee verderop is geraakt door een raket, afgeschoten door de troepen van Gaddafi, zegt hij. Het bloemenperk dat de tweebaansweg de stad in-en-uit afbakent, is gedeeltelijk weggeslagen.

„Nooit had ik gedacht dat mijn straat er zo zou uitzien,” zegt Ammar. „Al deze vernielingen zijn vanwege één man en zijn familie. Wat een verspilling.”

Een pickuptruck met een stuk luchtafweergeschut stopt met piepende banden, mannen, bezweet en met grote ogen, roepen commando’s naar enkele jongens die snel nieuwe kogels aanreiken. „Gewone mensen zijn strijders geworden hier in Libië,” zegt Ammar. „Er is geen andere oplossing als we een betere toekomst willen.”

In een kliniek, op tien kilometer ten zuiden van de stad, roepen artsen om meer bloed terwijl Ahmad Al Salam zich verbijt als een dokter zijn vinger in de schotwond in zijn rug steekt.

Zijn broer omarmt hem stevig terwijl een mannelijke zuster ontsmettingsmiddel in de wond spuit. Al Salam schreeuwt van de pijn. Een andere strijder slaat onmachtig en boos met zijn vuist tegen de muur.

„Gisteren hadden we zeven doden, de dag daarvoor waren het er twintig. Het is een drama,” zegt Mahmoud Alkul, (26) een gynaecoloog in opleiding.

Drie dagen geleden is de gynaecoloog uit Zawiya naar de kliniek gekomen. Het ziekenhuis in de stad is ingenomen door troepen loyaal aan Gaddafi, zegt hij. Op zijn witte sandalen zitten bloedvegen. „Ik ben hier, arts, zuster en schoonmaker tegelijk,” zegt Alkul in vloeiend Engels.

Ondanks het verlies aan levens – de rebellen hebben al meer dan 50 mannen verloren in de afgelopen dagen – gaan de opstandelingen winnen, voorspelt de gynaecoloog. „Wij vechten voor vrijheid,” zegt hij. „Zij voor één familie, hun belangen en hun geld. Er is geen weg meer terug voor Gaddafi en zijn aanhangers.”

Er is een tekort aan verband, medicijnen en ambulances in de kliniek. Gewonde strijders worden vervoerd op de achterbanken van personenauto’s.

Twee gevangen genomen troepen van Gaddafi worden binnengebracht, een is gewond, de ander geboeid. Als de boeien even afgaan, maakt de gevangene van de chaos in het ziekenhuis gebruik om er tussenuit te glippen.

Na een korte achtervolging geven de rebellen het op. „Wij hebben geen problemen met hem,” legt een arts uit. „Die man wordt gedwongen te vechten,” zegt hij.

Nu de gevechten de hoofdstad naderen is er ook een grote vluchtelingenstroom op gang gekomen.

In het achterland van Zawiya, nabij het gehucht Bir Ajed, moet iedereen die vanuit de kustgebieden naar het veilige Nafusagebergte wil komen zich melden bij de administratie van de rebellen.

„Alleen vandaag al zijn hier 2.000 families langsgekomen,” zegt Hakim Ali, die alle nummerborden in een groot boek opschrijft.

Op de weg vanuit Tripoli en Zawiya rijden inderdaad honderden auto’s de bergen in, de meesten gevuld met middenklassefamilies uit Tripoli.

Farook Sherwan, een ingenieur, besloot vandaag met zijn vrouw en drie kinderen in zijn auto te stappen omdat de situatie in de hoofdstad volgens hem „te gevaarlijk” is geworden.

„Ik woon een grote villa, die relatief veilig is, maar ’s nachts horen we geweerschoten, en er zijn steeds minder controleposten op de wegen in de stad,” vertelt Sherwan.

Toen hij onderweg langs plekken kwam waar de troepen van Gaddafi nog waren, besloot hij te liegen dat hij naar een buitenwijk van Tripoli ging.

„Maar we gaan naar de bergen, waar het veilig is,” zegt Sherwan met een knik naar zijn familie. „Het is duidelijk dat er binnenkort in Tripoli gaat worden gevochten.”

    • Thomas Erdbrink