Het gaat niet om het verhaal, wel om het lekker apies kijken

De lucratieve Planet of the Apes-filmreeks begint met Rise of the Planet of the Apes aan een nieuw hoofdstuk.

De nieuwste apenfilm is een veelbelovend begin.

Wapenwedloop, onderdrukking, racisme, militarisme, wetenschap versus geloof. Het waren zware thema’s die ooit acteurs met koddige apenmaskers aansneden in filmcyclus Planet of the Apes. Alles was begin de jaren zeventig ‘maatschappelijk relevant’, ook avonturenfilms.

De Apenplaneet: het is zo’n dwaas idee dat niet wil sterven. Voor de Franse schrijver Pierre Boulle vormde de dekolonisatie een inspiratie voor zijn sf-roman La planète de singes (1963): zelf had hij in het Verre Oosten gevochten tegen de Japanners en in Vietnam had hij het begin van de dekolonisatiestrijd meegemaakt. Dat de aap de mens verving als dominant ras was een crue, maar rake metafoor: zagen westerse kolonialen de onderworpen volkeren niet vaak als inferieure rassen, ergens tussen homo sapiens en mensapen in?

De Amerikaanse verfilming Planet of the Apes (1968) waarschuwde eerder voor de atoomoorlog: in de epiloog blijkt de mensheid zichzelf te hebben vernietigd. Charles Heston belandt als astronaut Taylor in een toekomst waar orang-oetans, gorilla’s en chimpansees de dienst uitmaken en de mensheid louter nog goed is voor jacht, amusement en vivisectie.

Zoals apen de mens van oudsher een spiegel voorhouden, zo weerspiegelde deze apenwereld de visie van toen nog jonge babyboomers: een maatschappij waar oude, conservatieve en blanke orang-oetans de ruimdenkende chimpansees eronder houden met hulp van religieuze dogma’s en brute gorilla’s.

Een bittere, misantropische ondertoon domineert deel twee van de filmserie (Beneath the Planet of the Apes, 1970), waarin chimpansees vergeefs protesteren tegen een zinloze oorlog (Vietnam?) met de gemuteerde resten van de mensheid die nog steeds de atoombom aanbidden. Uiteindelijk blaast astronaut Taylor, ziedend van mensen- én apenhaat, de aarde maar gewoon op.

Toch moest de zeer lucratieve filmserie verder. In 1971 (Escape from etc.) reizen drie apen terug naar de mensenwereld, waar ze tragisch sneuvelen. Hun zoon Caesar zweept in deel vier (Conquest of etc., 1972) als een dubbelbehaarde Che Guevara tot slaven getrainde apen op tot een opstand tegen een racistische politiestaat.

‘Apemania’ woekerde nog even voort in nog een speelfilm, tekenfilms, een televisieserie, speelgoed en apenmaskers, en stierf daarna weg. In een povere remake van Planet of the Apes uit 2001 van regisseur Tim Burton was het de mensheid die in opstand kwam tegen tirannieke apen. Die film bracht meer geld op dan hij eigenlijk verdiende: inspiratie om toch maar weer nieuwe apenfilms te verzinnen.

Rise of the Planet of the Apes is een veelbelovend begin van zo’n nieuwe serie. In de aftiteling doemt het volgende deel al op (apen slim, mensheid in zwaar weer). Het is feitelijk een remake van deel vier, de apenrevolutie: in de dynamische finale gaan de primaten de oproerpolitie te lijf op de Golden Gate Bridge van San Francisco.

Hun leider heet opnieuw Caesar en citaten uit eerdere apenfilms zijn als pepernoten door het verhaal gestrooid. Deze chimpansee groeit op bij wetenschapper Will, hyperintelligent door het genetisch gemanipuleerde virus waarmee Will de alzheimer van zijn vader tracht te genezen.

De scènes waarin Caesar opgroeit in een buitenwijk zijn mild amusant: er ligt een analogie met de documentaire Project Nim van James Marsh, over een waargebeurd, harteloos experiment om een chimp als mens op te voeden. Maar echt boeiend wordt het als Caesar in een apenkolonie belandt waar Tom Felton – Draco Malfidus uit Harry Potter – met brandspuit en taser de orde handhaaft.

Rise is deels een slappe, ongeïnspireerde Frankensteinfabel waarin een hoogmoedige wetenschapper voor god speelt en de mensheid te gronde richt. Slumdog Millionaire-ster Freida Pinto mag als vriendin de gepaste clichés oplepelen: „Misschien zijn sommige dingen niet bedoeld om te veranderen.”

De glazig acterende James Franco, zo sterk in 127 Hours, kan als Will zijn verveling niet helemaal verbergen. Terwijl zijn rol best interessant is: vader van opperaap Caesar én van zijn eigen dementerende vader.

Hoe dan ook, alle bezwaren smelten weg zodra de actie zich verplaatst richting apenrots: naar apenpolitiek, apen die door boomtoppen slingeren en San Francisco slopen. Het is een beetje luguber, die apen met mensenogen. Dan besef je dat het in Planet of the Apes nooit zo ging om het verhaal, maar gewoon om apies kijken.

Fascinerend om mens en aap voor het eerst geloofwaardig te zien samensmelten tot iets nieuws en onbekends.

Rise of the Planet of the Apes. Regie: Rupert Wyatt. Met: Andy Serkis, James Franco, John Lithgow. In: 104 bioscopen ****

    • Coen van Zwol