Google en het brein

Victor Lamme vergelijkt in zijn column het menselijk brein met Googles data-opslag (Zin, 16 augustus). De hersenen zijn gedecentraliseerd, schrijft hij. Zo kunnen er dagelijks duizenden hersencellen sterven, zonder dat je ineens alles vergeet. Was Google maar zo slim, impliceert Lamme. Dat steeds meer mensen al hun gegevens naar Google uploaden is volgens hem een ramp in wording. Wat als de grote Google-computer ineens kapot gaat!

Maar wie In the Plex heeft gelezen, het recente boek van de Amerikaanse journalist Steven Levy, weet dat Google al ongeveer zo werkt als het brein. De data is helemaal niet ‘op één plek’ opgeslagen, maar verdeeld over en gespiegeld op tientallen datacentra over de hele wereld. Daarbij gebruikt Google bewust goedkope harddisks en is er een systeem ontwikkeld dat kapotte disks automatisch detecteert. Net zoals de hersenen rekenen op afstervende cellen, heeft Google defecten ingecalculeerd.

Natuurlijk is geen enkel systeem 100 procent waterdicht, en vooral qua privacy en monopolie zitten er nogal wat haken en ogen aan de steeds grotere rol die we Google gunnen. Toch zijn onze gegevens er vele malen veiliger dan in de huidige situatie bij veel mensen: op één computer met één harddisk, zonder enige vorm van backup.

Niels ’t Hooft

Freelance journalist