Geen goedheid in de hel van Nijetrijne

Nijetrijne, 16-08-2011. Beeld uit de de Bedelaarsopera, 'n satirische opera naar "The Beggar's Opera van John Gay. Opgevoerd in het natuurgebied De Rottige Meente, Nijetrijne. Foto Leo van Velzen NrcHb.

De Bedelaarsopera van John Gay door Opera Nijetrijne. Gezien: 16/8 Nijetrijne, Friesland. T/m 28/8 aldaar. Inl: operanijetrijne.nl ****

Op een moerassig autokerkhof is een golfplaten schuur volgestouwd met afgedankt materieel. Dit is het domein van helers en prostituees; bedelaarskoning Peachum regeert er met strenge hand. Dan volgt een enorme klap, een auto verongelukt. Rook. Twee doden. Maar de man en vrouw komen tot leven. Het zijn Polly en MacHeath. Weten ze nog wie ze zijn? Als ze bij bewustzijn komen, zitten ze midden in het verhaal van De Bedelaarsopera, The Beggar’s Opera (1728) van John Gay. Die opera is de inspiratie van de befaamde Dreigroschenoper van Bertolt Brecht en Kurt Weill.

Het is een mooie gedachte van Opera Nijetrijne om de oerversie van De Driestuiversopera als een soms kluchtige en humoristische, maar altijd boeiende en rijkgeschakeerde voorstelling te brengen. Muzikaal leider en dirigent Vaughan Schlepp is op het briljante idee gekomen om de parodie die Gay’s opera toentertijd was ook als een hedendaagse parodie te brengen. Gay bracht het publiek tot enthousiasme met zijn potpourri van vaak scabreuze liederen op bekende melodieën. Schlepp doet hetzelfde met zijn kleine orkest bestaande uit piano, violen en blazers. Zo klinkt er opeens „Huil niet om mij, Nijetrijne”, waarin iedereen het origineel herkent: Don’t cry for me, Argentina. Sopraan Heleen Koele zingt als Mrs. Peachum de duizelingwekkende Mozartaria Der Hölle Rache met als inzet: „De politiek, dat is een grote stinkzwam.” Ook een Erbarme dich van Bach, het Kattenduet van Rossini en Elvis Presley’s I can’t help falling in love weerkaatsen over de rietkragen van het natuurgebied dat Staatsbosbeheer aan de opera uitleent.

Afgezien van de hoge kwaliteiten van orkest en zangers is De Bedelaarsopera een spel vol herkenning, zowel muzikaal als theatraal. Het verhaal in het verhaal, dus de dode en de levende Polly en haar MacHeath, geven een mooie, licht-dramatische ondertoon aan het geheel. Het is alsof Polly en MacHeath hun leven voor een tweede maal leiden. Maar toch zouden ze weer kiezen voor zonde, prostitutie en louche praktijken. De mens is onverbeterlijk, suggereren regisseur Arne Sybren Postma en tekstschrijfster Alice Zwolschen op inventieve wijze. Terecht is de opera geheel in het Nederlands gezongen en gespeeld, dat haalt het verhaal naar Nederland anno 2011, met subtiele maar niet mis te verstane verwijzingen naar de cultuurpolitiek van nu. De dode Polly (Judith Amsenga) en MacHeath (Herman Duchenne) geven op vitale wijze vaart aan het verhaal. Vooral Polly wervelt en zwiert over het plankier. Haar levende tegenspeelster, sopraan Wendy Roobol, zet al haar talenten in om in het gevlij te komen bij Captain MacHeath. Dan is er nog rivale Lucy (mezzosopraan Ekaterina Levental) om het spel van verleiding en afwijzing, van smachten en hunkeren nóg intenser te maken. In de onderwereld van Nijetrijne, waar de veengassen uit de bodem opstijgen, heerst geen goedheid: „Heb je een dochter, is ze fatsoenlijk!” roept de perfide Peachum verongelijkt. Fatsoen kent niemand in deze rauwe entourage van vingervlugge dieven en betaalde liefde. Het intrigerende aan deze oerversie van De Bedelaarsopera ligt in die sensatie van herkenning. Wie de Dreigroschen kent, ziet die opera opeens in een nieuw perspectief. Daar komt het allemaal vandaan, als een parodie op serieuze opera’s.

    • Kester Freriks