Dronken tuig? Daar kan ik tegen, hoor

Hard, romantisch, exotisch. Elke wereldstad heeft zijn eigen imago. NRC Handelsblad gaat deze zomer op zoek naar de werkelijkheid achter het cliché van de wereldstad. Elke week een andere, op deze pagina’s en op zaterdag in de bijlage Lux. Deze week: Sydney

17.00 uur Zijn schooldag zit erop en hij móét even slapen voor zijn werkdag begint. Of liever: werknacht. Vanochtend kwam Peter Emeka (29) om 4 uur thuis van zijn baan als uitsmijter bij een club in de beruchte hoerenbuurt Kings Cross. Om 8 uur was hij op school. „Donderdag is mijn zwaarste dag”, zegt hij bij de ingang van zijn school in het centrum van Sydney. En vanavond wordt het vast weer druk en laat.

In zijn oude auto rijdt Emeka naar huis. Morgen hoeft hij niet naar school. Hij doet een beroepsopleiding voor het maken van digitale geografische kaarten. Werken bij TomTom, dat lijkt hem wel wat. Maar nu staat hij nog elke avond voor de disco om herrieschoppers en dronkenlappen in toom te houden. In het weekend rust hij uit en moet hij leren. En naar de sportschool, om in vorm te blijven. Hij gaat zelf nooit uit. „Ik rook niet en ik drink helemaal geen alcohol. Ik vind het niet lekker en ik hou niet van wat het met mensen doet. Het zorgt ervoor dat je er dom uitziet. Ik heb wel een miljoen redenen om niet te drinken.”

17.20 Emeka komt aan bij zijn huurhuis in de wijk Kensington. Hij deelt het met een vriend. Tot twee maanden geleden woonde hij samen met zijn Russische vriendin, die hij kende van de club. Maar zij is terug naar Rusland.

Emeka gaat douchen en eet stoofpot met rijst. In het weekend kookt hij voor de hele week, voor elke dag een portie in de vriezer. Dan: snel slapen.

21.00 Peter Emeka komt aan op zijn werk in Kings Cross. Hij trekt zijn zwarte uniform aan, doet een oortje in en bindt zijn identiteitsbewijs om zijn bovenarm. Tien jaar geleden kon elke grote kerel nog voor een disco gaan staan, maar dat trok allerhande gespuis aan. Tegenwoordig is de bouncer een beschermd beroep, vertelt Emeka. Hij volgde een cursus en heeft een vergunning. Dat kostte hem omgerekend 725 euro. Niettemin heeft de Australische bouncer de reputatie dat hij er zomaar op los slaat. „Als je nu iemand slaat zonder reden, word je aangeklaagd voor mishandeling.”

Met twee collega’s zal Emeka de hele nacht voor de deur van de club doorbrengen. Een van hen kalkt met krijt de naam van de avond op de stoep. Propaganda, een nacht met indiemuziek die vooral studenten en backpackers trekt. De derde uitsmijter ziet eruit of hij rechtstreeks uit maffiaserie The Sopranos is gestapt.

21.15 De eerste bezoekers staan in de rij. Iedereen moet zijn identiteitsbewijs laten zien. Emeka houdt twee tellers in zijn hand: een om bij te houden hoeveel mensen er binnen gaan, een voor hoeveel er vertrekken. „Als de politie komt en je weet niet hoeveel gasten er zijn, krijgt de club een boete.” In het ergste geval sluit de politie de tent en gaat ze iedereen tellen. Gisteren was er nog een routinecontrole. No worries, alles okay.

21.30 Een meisje in ultrakort rokje loopt naar buiten. „Waar zit jij naar te kijken?”, fluistert Emeka tegen zijn collega. „Hetzelfde waar jij naar kijkt, haha.” „Ik keek niet!”

Emeka verhuisde tien jaar geleden van Nigeria naar Sydney om te studeren. Een fantastische stad, vindt hij. „Ik hou van de sfeer en het weer is te gek.” Inmiddels is hij Australiër geworden. Sinds zes jaar werkt hij als uitsmijter, na een tip van een vriend. De flexibele uren trokken hem aan, het salaris is met zo’n 30 Australische dollar (22 euro) per uur best goed. En hij is groot, dus hij vond makkelijk een baan. Maar het is wel een beroep dat je uitput, zegt hij. „Je hebt een hoop geduld en tolerantie nodig.”

Want er wordt veel gedronken in Australië. Vriendelijke Aussie blokes veranderen bij nacht in bezopen en agressief tuig. Tekenend is de ‘limiet’ die de politie instelde voor toeschouwers van een bekende autorace: die mogen maximaal 24 blikjes bier of vier flessen wijn per dag drinken. „Dit is een dranksamenleving”, zegt Emeka. „Dat hebben ze van de Engelsen overgenomen. Ze drinken niet gewoon lekker een drankje, ze drinken om dronken te worden. Je bent geen echte Australiër, als je niet drinkt.”

21.45 Emeka weigert een meisje bij de ingang, omdat ze een valse identiteitskaart laat zien. Haar vriendje smeekt vergeefs haar binnen te laten. Het komt vaak voor dat mensen met de identiteitskaart van een vriend of vriendin proberen binnen te komen, zegt Emeka. Als de foto niet goed lijkt, bestudeert hij neus, ogen, de vorm van de oren. Te veel verschil? Dan mogen ze er niet in.

22.00 Emeka loopt naar de Mexicaan verderop om een burrito te halen. Hij vertelt dat ‘The Cross’ een paar jaar geleden nog werd gecontroleerd door motorbendes. „Overal waren vuurwapens en messen, dat is nu minder. Nu kunnen jongeren van 18 of 19 hier veilig uitgaan.” Vechtpartijen zijn er nog wel, vooral in de zomer.

Als Emeka langs een van de clubs in de straat loopt, staat daar een vrouw te krijsen tegen de uitsmijter. „Jij varkenspens!” „Dit is precies wat ik bedoel”, zegt Emeka. Eerder legde hij uit dat mensen gefrustreerd raken op hun werk en dan gaan drinken. „Als jij ze dan zegt dat ze weg moeten gaan, hebben ze die boosheid al in zich en die reageren ze af op jou.”

22.30 Er staat een flinke rij bij Emeka. Hij ondervraagt een lodderig kijkende jongeman, die zijn verjaardag wil vieren in de club. „Ik heb er echt maar één gehad, echt waar!” Zijn zus fluistert Emeka in het oor dat haar broer een spraakgebrek heeft, vandaar die lallende stem. Emeka zegt tegen de jongen dat hij wat water moet drinken en over een kwartier maar moet terugkomen.

„Je gaat mensen niet pas bestuderen in de rij, je bekijkt ze al op straat”, zegt Emeka. Als een havik houdt hij alles in de gaten. Via zijn oortje en microfoontje geeft hij door wie extra gecontroleerd moeten worden. Als hij vermoedt dat iemand dronken is, begint hij een praatje. „Dronken mensen doen erg hun best om er nuchter uit te zien, als ze in de rij staan. Maar als je met ze praat, kunnen ze dat niet meer volhouden. Ze gaan zweten, ze staan niet meer rechtop en beginnen te lispelen.”

22.35 De jongen met het spraakgebrek staat weer in de rij, en nu stuurt Emeka hem definitief weg. „Ik had gezegd dat hij een kwartier weg moest blijven, en hij komt terug binnen vijf minuten.” Vriendelijk maar vastberaden moet je zijn, zegt hij.

22.45 Een jonge man loopt de bar uit met een theepotje. Emeka snelt op hem af, grist het servies uit zijn handen en brengt het terug naar binnen. De man blijft verbouwereerd staan. Emeka: „Als mensen hebben gedronken, zijn ze niet meer rationeel. Ze denken dat het okay is om zomaar een theepot mee naar huis te nemen.”

23.00 Het is druk en chaotisch, met twee rijen van elk dertig meter. Emeka stuurt met regelmaat mensen weg. Te veel gezopen, geen geldige legitimatie. Twee mannen met grote tatoeages die er ruiger uitzien dan het studentikoze gezelschap, moeten ook vertrekken. „We laten geen mensen binnen met tatoeages in hun nek, want die horen vaak bij bendes.” Een man met een shirt van het Australisch poloteam moet zich verkleden. Sportoutfits zijn verboden, stel dat er iemand van een concurrerend team binnen is: daar komen gevechten van.

23.15 Een Amerikaans stelletje vindt de rij te lang en klimt over het hek, rent het terras op en de bar in. Emeka rent er achteraan. Nog geen halve minuut later brengt hij ze naar buiten. Ze beginnen een discussie, halen hun identiteitskaart erbij. Emeka: „Jullie zijn net over het hek geklommen, jullie komen er echt niet meer in.” Dan begint de man te schelden en geeft hij Emeka een duw. Emeka doet niets terug, maar dirigeert ze naar een collega.

23.30 Gasten die worden weggestuurd, gaan smeken, blijven rondhangen, proberen het nog een keer. Zoals een man met krullen, die keer op keer weer in de rij gaat staan. Emeka herkent hem direct. Als hij het een vierde keer probeert, slingert Emeka hem aan zijn arm de rij uit. Ophoepelen. Ook de hekklimmers hangen nog rond.

00.00 De drank begint zich te manifesteren. Een vrouw op hoge hakken valt op de grond en komt nauwelijks overeind. De bouncers negeren haar, die hebben het druk genoeg. Haar vriendinnen voeren haar af. Schaars geklede vrouwen proberen al flirtend binnen te komen, maar Emeka stuurt ze de rij in. Op het terras lallen gasten een dronken versie van Happy Birthday. De hekklimmers hangen nog rond.

00.15 Emeka ziet een politiewagen langsrijden en rent erop af. Hij legt de agenten uit dat de hekklimmers zich agressief hebben gedragen en weigeren te vertrekken. Daar staat een boete op van 550 Australische dollar. Drie politieagenten spreken het stel aan. Omdat ze Amerikaans zijn komen ze er vanaf met een waarschuwing. Het stel druipt af.

00.30 Het is vol. Er zijn 450 mensen binnen, veel voor een donderdag. De uitsmijters kunnen even rustig aan doen, want er mogen maar enkele bezoekers tegelijk naar binnen. Politie rijdt langs met loeiende sirene.

Emeka heeft vaak types zoals de hekklimmers. „Ze raken gefrustreerd, omdat ze vinden dat je hun nacht verpest.” Bijna elke drukke avond wordt hij wel uitgescholden. Vaak racistische taal. „Ze noemen me zwarte kut. Of zeggen: ga terug naar Afrika.” Af en toe wordt hij bespuugd. Als er genoeg uitsmijters zijn, kunnen ze zo’n spuger vasthouden tot de politie komt. „En anders accepteer je het maar gewoon als iets dat op werk gebeurt.”

Hij is ook wel eens geslagen, bezoekers dreigen soms terug te komen met een pistool. Maar hij is nooit bang. „Met mijn achtergrond uit Nigeria heb ik zoveel geweld gezien. Mijn buurt was niet rijk en conflicten werden opgelost door te vechten. Met handen, messen of flessen. Daarmee vergeleken is dit niks.”

01.30 De rij is eindelijk weg. Emeka kan rustig water drinken. Zijn belangrijkste taak is nu het naar huis sturen van mensen die in de discotheek te veel hebben gedronken.

02.30 „Iedereen gedraagt zich vrij goed vanavond”, zegt Emeka. Stelletjes staan voor de ingang te tongzoenen. Een man loopt langs met zijn dronken vriendin op zijn rug. Emeka wijst een paar buitenlandse gasten de weg terug naar hun hotel.

03.30 Toch nog een kleine knokpartij, hoort Emeka via zijn oortje. Met zijn collega stormt hij naar binnen. Even later staat hij buiten met de boosdoeners. Een groep jongens heeft het mutsje van een andere jongen afgepakt. Emeka houdt de twee groepen die elkaar willen aanvliegen uit elkaar. Dan fouilleert hij ze. Op zoek naar wapens? „Nee, naar het mutsje.”

03.35 Het eerste veegwagentje rijdt langs. Emeka mag naar huis, anderhalf uur eerder dan hij had verwacht. Hij doet zijn oortje af, groet zijn collega’s en loopt naar zijn auto, twee blokken verder. Onderweg is een groepje jongens aan het stoeien. Niet zijn probleem. Morgen uitslapen.

Morgen: Twaalf keer kunst in Sydney

    • Elske Schouten