De winnaars en verliezersvan een slechte zomer

Dat consumenten in natte zomers liever een filmpje dan een terrasje pakken, weten we. In de VS is nu voor het eerst een totaalsom gemaakt van de invloed van het weer.

Rockanje, 30 juli 2011 Slecht zomerweer zorgen voor weinig klandizie bij strandtenten. Foto: Walter Herfst

Slechte zomers kennen winnaars en verliezers in de media. De winnaars dienen zich aan via persberichten, marktonderzoek of creatieve verslaggevers: van webwinkels en bioscopen tot pizzakoeriers die goede zaken zouden doen met verregende kampeerders in eigen land. De grote verliezer is traditioneel de strandtenthouder.

Deze zomer is „heel zwaar negatief” voor de circa 320 strandpaviljoens en 45 stadsstranden, bevestigt Stephan van der Stee van brancheorganisatie Strand Nederland. „Op een mooie zomerdag zet een ondernemer 10.000 euro om. Nu is dat misschien 100 tot 1.000 euro.”

De som van winst en verlies van natte óf droge zomers is moeilijk te maken. Veel onderzoek naar het totale effect van afwijkend weer op de Nederlandse economie is er niet – zeker niet zoveel als onderzoek naar de invloed van het veranderende klimaat op de economie.

In de Verenigde Staten kan het effect van ‘afwijkend weer’ (anders dan gemiddeld) oplopen tot 3,4 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Ofwel: een verschil van bijna 500 miljard dollar (340 miljard euro) meer of minder productie. Dat concludeerde onderzoeker Jeffrey Lazo van het National Center for Atmospheric Research in Colorado voor het eerst afgelopen juni. „Het klinkt misschien niet veel, 3,4 procent, maar als je bedenkt dat de economie in een jaar soms 3 procent groeit”, zegt Lazo telefonisch vanuit de stad Boulder.

De Amerikaanse onderzoekers vergeleken de meteorologische data over een periode van zeventig jaar met de gemiddelde productie in verschillende economische sectoren en staten. Het meest gevoelig voor afwijkend weer bleken de mijnbouw (tot 14 procent van de productie), mogelijk door de veranderende vraag naar olie, gas en kolen, samen met de landbouw (tot 12 procent). De detailhandel (3 procent) en dienstensector (2 procent) zijn het minst gevoelig voor neerslag- en temperatuurschommelingen.

Een dergelijke rekensom is voor Nederland nog nooit gemaakt. Lazo verwacht dat de gevoeligheid van verschillende economische sectoren internationaal vergelijkbaar is, wat de Nederlandse economie behoorlijk weerbestendig zou maken: de dienstensector vormt hier 80 procent van het bbp. Anderzijds kan de economische impact van extreem weer in kleine landen groter zijn. „Een jaar met slecht weer in New York kan gecompenseerd worden door een jaar goed weer in Californië”, zegt Lazo. „Maar zulke compensatie verwacht ik niet tussen steden als Rotterdam en Eindhoven.”

De Nederlandse klimaateconoom Richard Tol van de VU heeft onderzoek gedaan naar het effect van afwijkend weer op onder meer energie- en waterverbruik, landbouw en toerisme. Een greep uit de conclusies: het gasverbruik stijgt of daalt al naar gelang de temperatuur, maar het verbruik van elektriciteit verandert niet. Appelen en aardbeien kunnen goed tegen weersextremen. Aardappelen, wintertarwe en bieten houden van droge winters.

Op toerisme heeft een slechte zomer een opvallend effect, vertelt Tol telefonisch vanuit Dublin waar hij werkt (en waar zijn gaskachel deze zomer al heeft gebrand). Tijdens natte zomers, zoals in 2011, trekken meer Nederlanders naar de zon in het buitenland. Maar de verwachting is dat in 2012 meer Nederlanders in eigen land blijven. „Omdat we na een dure, buitenlandse vakantie in dit jaar geen keus hebben óf denken dat twee slechte zomers na elkaar niet kan. Een beetje dom, he. Sturen in de achteruitkijkspiegel.”

Slechte zomers beïnvloeden ook het consumptiepatroon, vertelt Piet Rietveld, hoogleraar vervoerseconomie aan de VU. „Tijdens een slechte zomer steken meer Nederlanders de grens over en verschuift een deel van de koopkracht naar het buitenland”, zegt hij. „Tegelijkertijd recreëren thuisblijvers minder en geven ze meer uit tijdens het winkelen.”

„Op de langere termijn zullen de gebieden ten noorden van de lijn Parijs-München waarschijnlijk economisch profiteren van het veranderende klimaat”, zegt Tol. „De zomers worden droger en de winters natter. Dat betekent ’s winters minder stoken en ’s zomers meer CO2 in de lucht: een bouwstof voor de landbouw. Bij hitte hebben mensen wel meer last van hart- en vaatziekten. Maar tijdens mildere winters zal er minder griep zijn. Dat compenseert aardig qua ziektekosten.”

    • Eppo König