D66 stelt Kamervragen over opvragen persoonsgegevens PVV

D66 wil Kamervragen stellen over het opvragen van burger service nummers (BSN) van onder meer journalisten door de PVV. Enkele maanden geleden berichtte NRC hier ook al over, maar Kamerlid Gerard Schouw noemt dit vandaag, naar aanleiding van berichtgeving in de GPD-bladen, “ongeoorloofd gebruik”en “een merkwaardige zaak”.

Het D66-fractielid vindt dat de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging (DKDB), dat de persoonsnummers voor communicatie tussen overheid en burgers voor de PVV verzamelt, de BSN’s “helemaal niet nodig heeft”. “Dit lijkt erg op ongeoorloofd gebruik”, zegt Schouw vandaag in de GPD-bladen.

‘Hier is het BSN niet voor bedoeld’

Op 24 februari schreef NRC over het natrekken van personen door de partij van Geert Wilders. Het bleek toen al niet om slechts journalisten te gaan, maar de screening geldt voor iedereen die wil aanschuiven bij bijvoorbeeld partijbijeenkomsten.

De redacteuren Esther Rosenberg en Jos Verlaan berichtten een half jaar geleden in NRC Handelsblad over de kwestie in het artikel ‘De PVV wil weten wie op bezoek komt’ (tevens onderaan dit bericht in volledigheid terug te lezen):

“Sympathisanten konden zich per e-mail opgeven voor verkiezingsavonden als ze duidelijk hun “naam, voornaam, woonplaats en BSN-nummer” vermeldden. Naar nu blijkt werden bezoekers van al die bijeenkomsten op basis van die informatie gescreend op justitiële antecedenten door de Nederlandse opsporings- en inlichtingendiensten. Die mensen werden daarvan niet op de hoogte gesteld. Bij PVV-bijeenkomsten in aanloop van de Provinciale Statenverkiezingen ging het waarschijnlijk niet anders.”

De Tilburgse hoogleraar recht en informatisering Corien Prins was destijds stellig: de PVV is op basis van de Wet bescherming persoonsgegevens verplicht te melden met welk doel ze de gegevens van haar aanhangers wil hebben. Burgerservicenummers had de partij volgens Prins niet eens mogen registreren. “Alleen de overheid mag daar om vragen. Hier is het BSN-nummer zeker niet voor bedoeld”, zei Prins.

‘Niet door de beugel’

De PVV reageert vanochtend door te stellen dat het persoonsgegevens verzamelt op verzoek van de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) en de DKDB, die verantwoordelijk zijn voor de beveiliging van partijleider Geert Wilders. Het natrekken van personen kan ook naar aanleiding van naam en geboortedatum, “maar het BSN is makkelijker inkloppen”, reageert DKDB in de GPD-bladen.

“Dát is dus geen reden”, zegt Marten Voulon, onderzoeker van IT-recht aan de Universiteit van Amsterdam en deskundige op het gebied van privacy en het BSN in dezelfde ochtendbladen. “Het opvragen van het BSN moet écht nodig zijn, bijvoorbeeld omdat er een acute dreiging is.” Dat de privacygevoelige gegevens door de PVV worden opgevraagd kan volgens Voulon “niet door de beugel”.” Alleen de overheid en enkele zeer nauw omschreven private partijen mogen de gegevens opragen. De PVV is zeker geen overheid.”

De PVV wil weten wie op bezoek komt

NRC Handelsblad, 24 februari 2011
Iedere sympathisant die zich aanmeldde voor een bijeenkomst van de PVV is door de overheid nagetrokken. Partijen zijn niet toegerust om zelf het doopceel te lichten.

In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen was PVV-Kamerlid Richard de Mos lange tijd nog gewoon een fractiemedewerker van de partij - een regelaar.

De Mos organiseerde namens de PVV bijeenkomsten in het land. Van de eerste in Waddinxveen in februari 2009 tot de uitslagenavond in Scheveningen op 9 juni 2010 regelde hij de locaties, de confettimachine, de gasflessen, de ballonnen en de catering. De beveiligers die vanuit Justitie aan Geert Wilders zijn toegewezen inspecteerden locaties op mogelijke sluiproutes en de dikte van de buitenmuren. En dan konden belangstellenden worden uitgenodigd.

Op de eigen website liet de PVV op 14 maart 2010 nog eens weten dat sympathisanten zich per e-mail konden opgeven voor verkiezingsavonden als ze duidelijk hun naam, voornaam, woonplaats en BSN-nummer vermeldden.

Naar nu blijkt werden bezoekers van al die bijeenkomsten op basis van die informatie gescreend op justitiële antecedenten door de Nederlandse opsporings- en inlichtingendiensten. Die mensen werden daarvan niet op de hoogte gesteld. Bij PVV-bijeenkomsten in aanloop van de Provinciale Statenverkiezingen ging het waarschijnlijk niet anders.

De Mos stuurde de persoonsgegevens door naar de terreurcoördinator NCTb. Geïnteresseerden met relevante, ernstige antecedenten kregen op advies van de terreurcoördinator geen uitnodiging van de partij. Aanhangers die minder evident een gevaar vormden werden binnengelaten, maar met een aantekening. Op de gastenlijst, in handen van de overheidsdienst die Geert Wilders bewaakt en de lokale politie, werden achter de namen van bezoekers bij ‘eventuele opmerkingen’ hun antecedenten vermeld. Die hadden soms weinig met de veiligheid van Wilders te maken: zedenmisdrijven, mishandeling, diefstal, geweldpleging, soms een delict van meer dan vijf jaar oud.

De Nijmeegse privacydeskundige en hoogleraar computerbeveiliging Bart Jacobs zegt dat dit gebruikelijk is: Soms twijfelen opsporingsdiensten: zullen we deze persoon toelaten of niet. Dan mag degene meestal binnenkomen, maar wordt er iemand achter hem gezet - een politieagent of een beveiliger. Het is netter en beter om bij zulke gelegenheden gewoon openlijk te laten weten dat aanwezigen gescreend worden, zegt Jacobs. Dat kan een preventieve werking hebben en zorgt dat aanwezigen weten waar ze aan toe zijn: mensen met kwade bedoelingen zouden mogelijk thuisblijven.

De Tilburgse hoogleraar recht en informatisering Corien Prins is stelliger: de PVV is op basis van de Wet bescherming persoonsgegevens verplicht te melden met welk doel ze de gegevens van haar aanhangers wil hebben. Burgerservicenummers had de partij volgens Prins niet eens mogen registreren. Alleen de overheid mag daar om vragen. Hier is het BSN-nummer zeker niet voor bedoeld.

Ybo Buruma, hoogleraar strafrecht in Nijmegen, bevestigt dat de partij genodigden had moeten informeren over de screening. Hij noemt het ook een ongelukkige ontwikkeling dat een lijst met partijsympathisanten bij een dienst van het ministerie van Justitie terecht komt. Dat is een wonderlijk iets. Een politieke partij, zegt hij, hoort te weten dat dit gevoelig materiaal is.

Niet eerder trok een overheidsdienst als de NCTb standaard na wat bezoekers van partijbijeenkomsten op hun kerfstok hadden. Niet eerder ook stelde een politieke partij namen van sympathisanten beschikbaar aan de overheid. Toen de overheid in de jaren tachtig lijsten bleek bij te houden van sympathisanten van de communistische partij CPN zorgde dat voor maatschappelijke onrust. De partij was hier zelf niet van op de hoogte geweest.

Meestal reageren politici geagiteerd als ze ontdekken dat veiligheidsdiensten zich met hun privé- of partijleven bemoeien. Politici gaan ervan uit dat zij de opsporings- en veiligheidsdiensten controleren en niet andersom, zegt Buruma. Maar je ziet de politiek na elk incident schuiven. Politieke partijen zijn er niet op toegerust om zelf het doopceel van kandidaat-partijleden, sympathisanten of geldschieters te lichten.

Achter de schermen gebeurde de afgelopen jaren daarom het nodige. Fractievoorzitters van politieke partijen werd de mogelijkheid geboden om kandidaat-Kamerleden bij wie een ernstig vermoeden was van onoorbaar gedrag te laten controleren door de inlichtingendiensten. Op lokaal niveau kregen burgemeesters die bevoegdheid.

De Tweede Kamer heeft zelfs een speciale functionaris belast met het inschatten van veiligheidsrisico’s. Die is volgens voormalig Tweede Kamerlid Wijnand Duyvendak (GroenLinks) 24 uur per dag bereikbaar voor Kamerleden en geldt als verbindingsman voor de contacten met de NCTb. Hij is wel eens bij de fractie langs geweest, in gezelschap van de adjunct-directeur van de NCTb. Om tekst en uitleg te geven over hun werkmethoden en wat ze voor ons konden betekenen.

Maar collectieve screening van partijsympathisanten, waar de PVV zelf actief aan meewerkt, is van een andere orde, zeggen zowel Duyvendak als Buruma. Heel verrassend, zegt de laatste.

Naast bezoekerslijsten waren er iedere bijeenkomst aparte lijsten met journalisten, Kamerleden en kandidaat-Kamerleden, en medewerkers. Richard de Mos zegt niet te weten of die ook allemaal zijn nagetrokken.

De NCTb meldt in een reactie dat de screening een noodzakelijke strategie was om in een dergelijke mensenmassa de beveiliging van Geert Wilders mogelijk te maken.

Een woordvoerder zegt geen informatie over antecedenten aan de PVV te hebben gegeven. Die is alleen met de ‘operationele organisaties’ gedeeld. De terreurbestrijder kan niet uitsluiten dat die diensten op hun beurt namen aan de partij hebben doorgespeeld. Want als het, in het kader van de persoonsbeveiliging, onwenselijk is dat een persoon die een risico vormt aanwezig is op zo’n partijbijeenkomst, is het aan de partij zelf om ervoor te zorgen dat die persoon dan ook niet komt.

    • Jules Seegers