China treedt hard op tegen 'moslimterreur'

In Xinjiang kwamen eind juli bij aanslagen 36 mensen om het leven.

Het Chinese leger is in de westelijke provincie Xinjiang begonnen aan een twee maanden durende campagne tegen „geweld en radicaal islamitisch terrorisme”. De Oeigoerse bevolking van de grondstoffenrijke provincie zal de komende maanden nog strenger dan al het geval was worden gecontroleerd op „misdadige activiteiten”, aldus de autoriteiten in de hoofdstad Urumqi en in Kashgar en Hotan. In deze twee oasesteden kwamen eind juli bij aanslagen 36 Han-Chinezen en Oeigoeren om.

In Kashgar, waar 85 procent van de bevolking Oeigoers (etnisch Turks) is, worden alle overheidsgebouwen bewaakt door duizenden zwaar gewapende militairen en zijn op alle toegangswegen rondom het centrum controleposten geplaatst. Ook bij de Idkah-moskee, de grootste van China, staan 24 uur per dag militaire eenheden op wacht. De controleposten op de wegen naar Afghanistan, Tadzjikistan, Kirgizië en vooral Pakistan zijn versterkt.

Volgens de Chinese autoriteiten zijn de leiders van „de terreurgroepen” die Han-Chinese restaurants en een politiebureau aanvielen opgeleid in Pakistan. Om deze reden zegt China de antiterreureenheid van de Sneeuwluipaarden-commando’s naar de grens met Pakistan te hebben gestuurd. Pakistan ontkent de beschuldigingen. De eerste pelotons zijn al in Kashgar aangekomen. (NRC)