Banken weten nog niet alle regels

Banken krijgen te maken met aangescherpte richtlijnen. Van Lanschot voldoet aan de nieuwe eisen, maar De Nederlandsche Bank komt met extra eisen.

Bij de publicatie van de halfjaarcijfers zei bestuursvoorzitter Floris Deckers eerder deze week dat „Van Lanschot aan de gepubliceerde Basel III-eisen voldoet”. In een toelichting zei de bankier dat er op de bank over deze ene zin „heel lang is gesteggeld”. Dat is niet vreemd, want niemand weet hoe de verscherpte vereisten op het gebied van kapitaal en liquiditeit (Basel III) eruit gaan zien.

Sinds het uitbreken van de kredietcrisis in de zomer van 2007 is het Basel-comité, waarin de toezichthouders van 27 landen zijn verenigd, naarstig op zoek naar manieren om de financiële sector weerbaarder te maken tegen grote schokken. Het oude toezichtssysteem, Basel I uit 1998, stelde minimum kapitaaleisen aan banken. Basel II, uit 2007, was fijnmaziger (banken mochten bij het aanhouden van hun kapitaalbuffers meewegen hoeveel risico bepaalde beleggingen met zich meebrachten), maar werd ingevoerd op het moment dat de financiële crisis uitbrak en bleek direct achterhaald. De kapitaaleisen waren te laag, en er waren onvoldoende vereisten ten aanzien van de hoeveelheid geld die banken in kas moesten houden om een run op de bank, zoals die bij DSB Bank voordeed, te voorkomen.

In december 2009 publiceerde het Basel-comité nieuwe voorstellen om het toezicht verder aan te scherpen: Basel III. In de loop van 2010 wist een machtige bankenlobby de eisen af te zwakken. Hoe succesvol die lobby was geweest, bleek in juli 2010 toen de afgezwakte regels bekend werden gemaakt: de koersen van de bankaandelen schoot omhoog.

In december 2010 werd Basel III vastgesteld en het pakket bestaat uit drie onderdelen: eisen ten aanzien van het eigen vermogen dat banken in relatie tot hun uitzettingen moeten aanhouden, eisen ten aanzien van de hoeveel liquiditeit die banken moeten aanhouden, en eisen betreffende de zogenoemde leverage-ratio: de verhouding tussen eigen vermogen en balanstotaal.

Banken hoefden op basis van de oude regels maar 2 procent kapitaal aan te houden tegenover hun uitstaande beleggingen. Dat wordt verhoogd tot 7 procent. En van van balanstotaal moet 3 procent zijn gedekt door eigen vermogen. Een ‘leverage-ratio’ van 3 procent steekt schril af tegen die van industriële ondernemingen die vaak 50 procent of meer eigen vermogen op de balans hebben staan. De reden dat banken met zo’n relatief klein eigen vermogen ‘wegkomen’ is dat ze van de overheid de impliciete garantie hebben dat ze toch wel gered worden als ze failliet gaan – too big to fail.

Op dit moment wordt het raamwerk van Basel III door de verschillende centrale banken verder uitgewerkt. Daarbij zal ieder land zijn eigen accenten leggen. Op dit moment ‘verwerken’ medewerkers van de De Nederlandsche Bank een duizend pagina’s tellend document. „Wij wachten af”, zegt Constant Korthout de financiële topman van Van Lanschot. Door winstinhoudingen is het eigen vermogen van zijn bank versterkt. Voor de liquiditeit worden in Basel III twee nieuwe ratio’s geïntroduceerd, waar Van Lanschot aan voldoet. „Wij juichen nog niet, want de aanvullende voorwaarden van De Nederlandsche Bank zijn nog niet bekend”, zegt Korthout.