Babbeldebabbel kwek-kwek-kwek

Die sociale media, meneer, is dat nu een wereldwijd forum of het zoveelste kippenhok? Babbeldebabbel kwek-kwek-kwek, je hoort zoveel ruis dat je bijna niets meer hoort. Klagen is ook babbelen, dus mijn klacht kan er heus nog wel bij. Ik klaag niet graag, maar zeg nu zelf: staat u ook niet versteld van het enorme aantal zeurpieten op internet, inclusief u zelf, van dat nooit aflatende koor van keutelaars, teutkousen, zanikpotten, zemelknopers en dooievisjesvreters? Dat teut maar door en zemelt maar voort.

BabbeldebabbelBabbeldebabbel

Er wordt wel gezegd dat er veel grofheid op internet heerst. Ik houd juist van dat mateloos gescheld. De grootste talenten zijn in de weer met het zo onvoordelig mogelijk beschrijven van hun medemens. Er wordt wel gezegd dat de toon van het publieke debat gematigd moet worden en dat internet verantwoordelijk is voor die nare toon. Voor mij hoeft de toon helemaal niet gematigd te worden. Ik vind de toon van de karwats en de ploertendoder oneindig veel malen aantrekkelijker dan de toon van de slijmjurk en de zijden zakdoek. Maar al dat gekwek op internet, nee. Al dat gezwatel, daar word ik niet goed van.

Ik schat de ruis op 99% en dan ben ik nog verdomd positief.

Er is meer ruis dan babbelruis alleen. Er is informatieruis, een ander woord voor disinformatie, er is nieuwsruis, een ander woord voor propaganda, en er zijn de vertrouwde leugenaars en windhandelaren. Een voorbeeld: als ik nu op ABE of AdALL of Amazon naar een boek zoek moet ik me eerst door alle aanbiedingen en titelopgaven heenwerken van firma’s die het boek wel zouden willen leveren als ik het wil bestellen of tegen betaling inzien. Die firma’s hoeven niets te investeren voor een boek dat ze niet bezitten en lange lijsten van oude boeken aanleggen kan iedereen. Gevolg: op zoek naar een gewenst boek dringen zich schermvol na schermvol de printing-on-demand-firma’s op de voorgrond. Luchtfirma’s die niet bestaande zaken aanbieden. Veel van die zoekmachines zijn op die manier nagenoeg onbruikbaar geworden. Een paar ervan bieden gelukkig al de mogelijkheid om een POD-filter in te schakelen.

Op de sociale media heerst vooral de babbelruis. Schoolmeiden en winkeljuffrouwen, zou je denken, maar goeie hemel, wat kunnen ook intellectuelen babbelen. En mensen van wie je zou verwachten dat ze zuinig zijn met hun woorden.

Er bestaat bij voorbeeld zoiets als een poëziewereldje. Daarin twitteren dichtertjes hun nieuwste gedichtjes door naar andere dichtertjes, daarin houden de jongens en de meisjes elkaar nauwgezet op de hoogte van hun optredens in Ons Aller Ark in Snikkerdam en het Heilige Podium in Pimpelaere-Oost, en er wordt zo warm en ijverig gebabbeld over mijn bundeltje en jouw bundeltje en onze bundeltjes en een spiksplinternieuw bundeltje dat zojuist verscheen bij uitgeverij de Loenzende Adelaar in Blindemansdorp dat je bijna zou vergeten dat er nog zoiets als poëzie bestaat.

Zou iemand Blake, Shelley en Hölderlin op internet nog terugvinden, gesteld dat dichters van dat formaat nog bestaan? Zouden ze niet worden overschaduwd en weggedrukt door de babbelaars? Trouwens, ook als de revolutie op straat zou uitbreken willen we al die kwakers en kwekkers even in hun bedstee terugduwen, met een speen en een slaapmuts.

Koetjes en kalfjesKoetjes en kalfjes

Gebabbel moet ooit  ’n soort intimiteit zijn geweest. Praten over koetjes en kalfjes en de kleine dingen des levens, wat is er tegen? Het hoort bij het beeld van het klein geluk. Babbelen is kletsen op z’n biedermeiers. Babbelen vormt de hoeksteen van de burgermaatschappij. Een keer per jaar werd er in het land een kievietsei gevonden. Nieuws van de dag. Nu is het babbelen een wereldwijde plaag. Iedereen vind op elk moment van de dag overal een kievietsei. Examencijfers, zusje jarig, hoofdpijn, garage geschilderd, cactus verschrompeld, kindje de mazelen, wrat op linkerteen, vader geworden. Ge-sell-èùg!

Ik ben akelig nieuwsgierig en roddelziek, maar er zijn grenzen. Ik ben dol op kleine weetjes, maar ik verdrink nu in een oceaan van onbenulligheden.

Dat is leuk voor je moeder, denk ik dan, maar wat moet ik er mee?

Geouwehoer is er altijd geweest, en je moet vooral je buurman de kop volzeuren, of iets afschieten dat als een lopend vuurtje door de hele buurt gaat, maar nog nooit
hebben zoveel meeluisteraars tegelijk zich door zoveel geouwehoer moeten heenworstelen.

’t Is oorverdovend en ziekelijk, maar o! klagen doe ik niet. Ruis was er, ruis is er en ruis zal er altijd zijn. Maar als je eventjes geen zin hebt in babbelen, en dat komt voor, dan zou je wensen dat er een babbelfilter bestond. Een uitzetknop voor als je bij wijze van uitzondering serieus aan de slag wilt. Ik word met de dag positiever, dus ik ben op zoek naar handigheidjes om de ruis te omzeilen. Soms komt de tijd dat je je ergert aan tijdverlies, soms wil je meteen tot de kern doordringen, soms verlang je naar de essentie.

Ik mis een programmaatje op de markt dat het DNA van gebabbel vaststelt. Pas met zo’n programmaatje kan een ruisfilter net zo populair worden als een spellingchecker, een babbelfilter net zo efficiënt als een virusscanner. Hoe het DNA van gebabbel moet worden vastgesteld zou ik niet prescies weten. Wordt het filteren op woordkeus en cadans? Betrekken we de antecedenten van de babbelaars er bij? Briljante ontwerpers vinden daar vast de juiste codes en algoritmen voor.

Al zou de bêta van de babbelfilter er maar vijftig procent uitzeven, dan nog zal het na de maanlanding de grootste sprong voorwaarts betekenen in de geschiedenis van
de mens.

Kwek-kwek-kwekKwek-kwek-kwek

Uiteindelijk zullen we glimlachend terugdenken aan de goede, oude tijd dat er nog geen babbelfilter bestond. De wereld zal dik in orde zijn, alweer een stapje verder op weg naar de volmaaktheid. En ach, wat zullen we verlangen naar wat gebabbel met de mensen, gewoon maar wat aanbabbelen op onze praatstoel, een mondiale familieknuffel, koetje hier, kalfje daar.

    • Gerrit Komrij