Abdullah slijt minder pizza's

In de Rotterdamse binnenstad is het een stuk rustiger door de economische crisis. „Het is lang staan, als er zo weinig klanten zijn.”

Hoewel het een zonnige woensdagmiddag is, sluiten veel zaken aan de Rotterdamse Hoogstraat al ruim voor zes uur hun deuren. Een blonde vrouw stapelt voor een winkel in huishoudartikelen de uitgestalde waar op. Ze vertelt dat het sinds januari opvallend stil is in de winkelstraat. „Ook bij ons is het de laatste maanden een stuk rustiger. Maar ik hoef niet met mijn naam in de krant, hoor.”

Twee panden verder willen de medewerkers van een juwelierszaak ook niet uitgebreid ingaan op de geringe klandizie. Ze zijn aan het sluiten en willen snel naar huis. „Het is lang staan, als er zo weinig klanten zijn.”

Abdullah Dilek wil wel vertellen welke gevolgen de economische crisis heeft voor zijn döner kebab-zaak. Hij staat met zijn armen over elkaar voor het terras van Mac el Aviva. Dilek bestiert de zaak met zijn vrouw; geld voor personeel is er niet: „De paar mensen die je hier ziet zitten, zijn allemaal toeristen. Anderen komen binnen, kijken heel lang naar het bord en bestellen dan het goedkoopste gerecht dat ik in huis heb. Ik weet zeker dat het door de crisis komt.”

Dilek vertelt dat hij tien jaar geleden ook een zaak in de buurt had: „Toen verkocht ik vaak honderd Turkse pizza’s op een dag, nu niet meer dan twintig of dertig.”

Op de Vlasmarkt, halverwege de Hoogstraat eet Gé Wabbijen met zijn vrouw Anneke een frietje van Bram Ladage. „Crisis? Wij merken er weinig van.”

Gé en Anneke komen van de ANWB-winkel: „We zijn al op vakantie geweest, maar over veertien dagen gaan we weer, met de caravan naar het zuiden van Duitsland.” In oktober en november willen ze nog naar Engeland en Portugal. „En als ik hier op straat rondkijk, heb ik niet het idee dat mensen ergens last van hebben. Ja, de middenstand misschien, maar daar heb ik geen zicht op”, zegt Gé, vroeger ambtenaar in Nieuwkoop, maar nu met pensioen.

De economische crisis is volgens Gé meer iets dat op het nieuws is. Voor de gewone burger is het niet meer te volgen, vindt hij. „Het ene moment gaat het fantastisch met de pensioenfondsen, een week later zitten ze allemaal weer in de problemen. Soms denk ik dat onze regering er ook niet veel meer van snapt.”

Ter hoogte van de Blokker zet Lidy Steeman haar fiets tegen een lantarenpaal. Gevraagd of ze iets van de economische crisis merkt, denkt ze even na. „Wanneer je erop let, zie je wel dat er iets aan de hand is.” In Steemans directe omgeving verloren enkele mensen hun baan. Ook was het onmogelijk om het appartement van haar ouders te verkopen. Gelukkig konden ze een huurder vinden. Steeman werkt bij een welzijnsorganisatie en gaat volgend jaar met pensioen. „Ik ben eigenlijk wel blij dat ik volgend jaar mag stoppen. Al heb ik geen idee wat er dan elke maand binnenkomt.” De krantenverkopers op het Beursplein merken niets van de crisis. „Tien jaar geleden verkochten we tien abonnementen per dag en dat doen we nog steeds.”

    • Jan Postma